ECLI:NL:RBAMS:2012:BY3871
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vervolging minderjarige wegens termijnoverschrijding en veroordeling diefstal met geweld
De rechtbank Amsterdam behandelde de strafzaak tegen een destijds 16-jarige verdachte die werd vervolgd voor meerdere winkeldiefstallen en een diefstal met geweld op 14 februari 2010. De verdediging voerde een preliminair verweer aan over niet-ontvankelijkheid van het OM wegens overschrijding van de redelijke termijn met 18 maanden, wat de rechtbank bevestigde voor twee van de drie zaken.
De rechtbank stelde vast dat de redelijke termijn van 16 maanden was overschreden tot 34 maanden, zonder bijzondere omstandigheden die dit rechtvaardigden. Gezien het pedagogische karakter van het jeugdstrafrecht en het IVRK leidde dit tot verlies van het vervolgingsrecht voor die zaken. Voor het feit van diefstal met geweld op 14 februari 2010 werd verdachte wel strafbaar verklaard.
Op basis van verklaringen van het slachtoffer en getuigen achtte de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met een ander het slachtoffer had beroofd met geweld. Verdachte werd veroordeeld tot 59 dagen jeugddetentie, gelijk aan de tijd in voorarrest, en tot betaling van schadevergoeding aan het slachtoffer. De overige vorderingen werden afgewezen.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot 59 dagen jeugddetentie en betaling van €595 schadevergoeding; OM niet-ontvankelijk verklaard voor twee andere zaken wegens termijnoverschrijding.