Conclusie
1.Inleiding
2.Het middel
Door het hof gebezigde bewijsmiddelen
4AMateriële en/of verplaatste schade
Vordering van de benadeelde partij [A] B.V.
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens verduistering van medicijnen uit hoofde van zijn dienstbetrekking en overtreding van de Geneesmiddelenwet. Het hof stelde vast dat verdachte 20 verpakkingen Truvada verduisterde en wees een schadevergoeding toe aan de benadeelde partij, waaronder kosten van een onderzoeksbureau.
Het cassatieberoep richtte zich op de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij voor onderzoekskosten en de wettelijke rente. De eerste klacht over het ontbreken van een rechtstreeks verband tussen de kosten en het bewezen feit faalde, omdat het hof voldoende had gemotiveerd dat de kosten redelijk en noodzakelijk waren voor het vaststellen van de aansprakelijkheid.
De tweede klacht betrof de aanvangsdatum van de wettelijke rente over de onderzoekskosten. Hoewel het hof de rente liet ingaan op 1 maart 2017, terwijl de factuur pas op 10 maart 2017 was gedateerd, werd deze klacht niet gegrond verklaard wegens het geringe financiële belang.
De Hoge Raad vond geen reden tot vernietiging en verwierp het beroep. Hiermee blijft de gedeeltelijke toewijzing van de schadevergoeding en de strafrechtelijke veroordeling in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de gedeeltelijke toewijzing van schadevergoeding en de strafrechtelijke veroordeling voor verduistering.