ECLI:NL:HR:2013:BY9086
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Toewijsbaarheid buitengerechtelijke incassokosten bij gedeeltelijke vorderingstoewijzing
In deze zaak stond de vraag centraal of buitengerechtelijke incassokosten toewijsbaar zijn indien slechts een gering deel van de hoofdsom wordt toegewezen. MultiQuest had een hoofdsom van ruim vier miljoen euro gevorderd, waarvan het gerechtshof slechts circa 282.000 euro toekende. Het hof wees de gevorderde incassokosten af omdat deze waren gericht op invordering van het hogere bedrag.
De Hoge Raad oordeelde dat het enkele feit dat slechts een klein deel van de vordering is toegewezen, niet automatisch betekent dat alle buitengerechtelijke kosten onredelijk zijn. Indien het hof dit niet had meegewogen, was sprake van een onjuiste rechtsopvatting of onvoldoende motivering. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het de incassokosten betrof en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam.
Voor het overige verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep van MultiQuest en het incidentele beroep van Fricorp c.s. De kosten van het geding in cassatie werden aan beide zijden toegewezen aan de wederpartij. Het arrest werd gewezen door de vice-president en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 5 april 2013.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor de beslissing over buitengerechtelijke incassokosten en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.