3.4De raadsman van de verdachte heeft op de terechtzitting in hoger beroep van 26 september 2023 het woord tot verdediging gevoerd aan de hand van de door hem overgelegde pleitnota. Deze pleitnota houdt onder meer in (met weglating van voetnoten):
De redenen van het hoger beroep zijn neergelegd in de appelschriftuur van 25 januari 2023. Deze appelschriftuur is ter sprake gekomen op de rolzitting van 6 juni 2023. In de appelschriftuur wordt betoogd dat sprake in het voorbereidend onderzoek sprake is geweest van een vormverzuim en dat dit niet zonder enig rechtsgevolg kan worden afgedaan. In dit pleidooi zal daar nogmaals op ingegaan worden.
2. Woning [c-straat 1] [plaats]
Verdacht gedrag van [betrokkene 1] en de doorzoeking van zijn telefoon op 13 juli 2021 heeft bij de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] het redelijk vermoeden gewekt dat in de woning op het adres [c-straat 1] te [plaats] drugs dan wel geld in contanten zouden liggen.
Met een machtiging binnentreden zijn de verbalisanten naar de woning gegaan. In die woning verbleef op dat moment cliënte. Zij verbleef daar tijdelijk vanwege één of meer afspraken bij het [medische instelling] in [plaats] vanwege een huidaandoening op haar gezicht (naevus flammeus). Met het binnentreden in de woning werd dan ook inbreuk gemaakt op het recht van huisvrede van cliënte.
Na het binnentreden is [verbalisant 2] naar de keuken gelopen en trof daar een oven aan. [verbalisant 2] keek door het raam van de oven en zag daarin een rode/oranje tas liggen met het merk COOP. Daarop opende [verbalisant 2] de oven, pakte de tas en maakte deze open om te kijken wat er in zat. In de tas bleek € 38.900 aan contanten te zitten.
Pas daarna is besloten de woning te doorzoeken onder leiding van de rechter-commissaris. Tijdens de doorzoeking is onder andere een bedrag van € 5.000 in een zwarte heuptas en een telefoon van cliënte met daarin een aantal foto’s. De foto’s bevinden zich in het dossier.
4. Doorzoeking
De verdediging stelt zich op het standpunt dat door het openen van de oven en vervolgens openen van de COOP-tas er sprake was van een doorzoeking. Daarbij verwijst de verdediging naar de volgende uitspraken:
In de keuken ziet de verbalisant een oven met een glazen ruit. Door de ruit heen ziet de verbalisant twee zwarte plastic tassen liggen. Als de verbalisant de tassen in beslag heeft genomen opent hij de tassen en treft in één van deze zakken gevouwen ponypacks aan en vermoed wordt dat hierin verdovende middelen zitten. Naar het oordeel van de rechtbank dient de beschreven gedragingen te worden aangemerkt als “doorzoeken” in de zin van art. 110 Sv. De verbalisant heeft immers de oven geopend, de tassen eruit gehaald en in de tassen gekeken.
-
Rechtbank Amsterdam 15 juli 2021, ECLI:NL:RB.AMS:2021:3682
Bij binnenkomst van de slaapkamer zag de verbalisant twee ladeblokken naast elkaar staan. De verbalisant zag in de onderste lade van het doorzichtige kleinere ladeblok een schoudertas liggen. De verbalisant heeft deze lade geopend om de schoudertas eruit te halen. In deze schoudertas zag de verbalisant twee plastic gripzakjes, met daarin meerdere witte wikkels. De rechtbank was van oordeel dat het openen van een ladekast en het vervolgens openen van de daarin aangetroffen schoudertas is aan te merken als een doorzoeking.
De opsporingsambtenaren zagen achter de glazen deur van de horecakoelkast niet alleen “flesjes drinken”, maar ook een opgerolde keukendoek. Ingegeven door de verdenking dat zich in de opgerolde keukendoek mogelijk “verdovende middelen” bevinden, nemen de opsporingsambtenaren deze uit de koelkast en kijken zij wat erin zit. Dit blijken geen drugs, maar wel een met vijftien kogels gevulde patroonhouder. Zowel de rechtbank in eerste aanleg als het Hof in hoger beroep komen tot het oordeel dat sprake is geweest van een onrechtmatige doorzoeking.
5. Rechtsgevolg
Op basis van deze rechtspraak stelt de verdediging zich op het standpunt dat het geldbedrag dat is aangetroffen in de oven het gevolg is van een doorzoeking waarbij de rechter-commissaris had moeten worden ingeschakeld via art. 110 Sv dan wel art. 97 Sv. Dit laatste is niet gebeurd zodat sprake is van een onrechtmatige doorzoeking. Er is dus sprake van een vormverzuim die zich heeft voorgedaan in het voorbereidend onderzoek. De vraag is welk rechtsgevolg dit zou moeten hebben. Daarvoor verwijst de verdediging naar de meest recente jurisprudentie van de Hoge Raad op dit gebied.
6. Primair: bewijsuitsluiting
Primair verzoekt de verdediging om bewijsuitsluiting. Het recht op huisvrede (huisrecht) is een belangrijk grondrecht. Ook met het openen van een glazen/doorzichtige kastdeur en vervolgens een tas, die reeds zichtbaar was door het raam van de kastdeur, wordt inbreuk gemaakt op dit grondrecht. Voor de toepassing van een dergelijk dwangmiddel dient de rechter-commissaris te worden ingeschakeld. Deze rechtsregel moet in het algemeen duidelijk worden gemaakt voor opsporingsambtenaren.
Onder deze omstandigheden acht de verdediging bewijsuitsluiting noodzakelijk als rechtsstatelijke waarborg om te voorkomen dat vergelijkbare vormverzuimen in de toekomst nog zullen plaatsvinden. Het perspectief van preventie van norm overschrijdend gedrag bij opsporing en vervolging dient in onderhavige geval dan ook zwaarder te wegen dan de eventuele negatieve effecten van bewijsuitsluiting. In onderhavige zaak zijn geen slachtoffers of nabestaanden, woont cliënte in het buitenland en is zij inmiddels moeder. Daarnaast is het geldbedrag inbeslaggenomen.
Bewijsuitsluiting geldt niet slechts voor het aangetroffen geldbedrag in de COOP-tas, maar ook voor de overige onderzoeksresultaten die (in)direct het gevolg zijn van de onrechtmatige doorzoeking. Immers door het aantreffen van het geld in de oven werd de woning doorzocht en als gevolg daarvan zijn andere voorwerpen inbeslaggenomen.
Bewijsuitsluiting heeft tot gevolg dat er onvoldoende wettig bewijs is voor een bewezenverklaring. Dit heeft vrijspraak tot gevolg.
7. Subsidiair: strafvermindering
Subsidiair verzoekt de verdediging om strafvermindering. Cliënte heeft daadwerkelijk nadeel ondervonden. Er is door het vormverzuim immers een inbreuk gemaakt op haar huisvrederecht.”