Conclusie
Nummer21/03814
Inleiding
De zaak in het kort
eerste middeleen beroep op een andere klassieker uit de canon van de Nederlandse cassatierechtspraak: HR 23 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AH9998 (
NJ2007, 9, m.nt. Mevis (Tussendeur)). Volgens de steller van het middel zou niet alleen de vondst van de munitie, maar ook de vondst van het geweer het rechtstreekse gevolg zijn van “doorzoeken” en niet van “zoekend rondkijken”, hetgeen het hof tot bewijsuitsluiting had moeten bewegen. Het
tweede middelbevat een bewijsklacht ten aanzien van het bestanddeel “voorhanden hebben” van de aangetroffen munitie.
Bewijsvoering en verwerping verweer ex art. 359a Sv
Het eerste middel
Het tweede middel
NJ2020, 251, m.nt. H.J.B. Sackers):