ECLI:NL:HR:2010:BO8202
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over doorzoeking woning en herhaalt maatstaf zoekend rondkijken
In deze zaak stond centraal of het openen van een kastdeur door de politie in een woning, waar zij vooraf van wisten dat zich verdovende middelen bevonden, kwalificeert als een doorzoeking of als zoekend rondkijken. Het hof had geoordeeld dat er geen sprake was van een doorzoeking, omdat de politie niet hoefde te zoeken maar slechts de drugs 'ophaalde'.
De verdachte werd verdacht van betrokkenheid bij handel in verdovende middelen. De politie trad zonder toestemming de woning binnen op grond van een machtiging en vond in een kast drugs. De verdediging stelde dat het betreden en openen van de kastdeur onrechtmatig was en pleitte voor bewijsuitsluiting en niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.
De Hoge Raad herhaalde de maatstaf uit eerdere arresten dat het betreden en zoekend rondkijken is toegestaan, maar dat doorzoeken een stelselmatig en gericht onderzoek is waarvoor een rechterlijke machtiging vereist is. De Hoge Raad stelde dat het oordeel van het hof dat geen doorzoeking had plaatsgevonden niet begrijpelijk was, omdat de politie de kastdeur had geopend terwijl zij wist dat er drugs lagen.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling. De overige middelen werden niet behandeld. Het arrest benadrukt de strikte toepassing van de wettelijke regels omtrent doorzoekingen en de bescherming van de woning.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.