ECLI:NL:HR:2003:AH9998
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot forceren van binnendeur bij machtiging tot binnentreden woning
In deze strafzaak stond centraal of de politie met een machtiging tot binnentreden ook bevoegd was een afgesloten deur binnen de woning te forceren om toegang te krijgen tot een vertrek waar hennep werd aangetroffen. De verdachte was veroordeeld voor het opzettelijk telen van hennepplanten in een afgesloten zolderkamer.
De verdediging voerde aan dat het forceren van de deur onrechtmatige bewijsvergaring was, omdat de politie slechts een machtiging tot binnentreden had en geen machtiging tot doorzoeking. Het hof verwierp dit verweer, stellende dat het forceren van een tussen- of binnendeur onder de bevoegdheid tot binnentreden valt en dat artikel 9 van Pro de Opiumwet het recht geeft om onderzoek te doen in afgesloten ruimtes.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verduidelijkte dat de machtiging tot binnentreden de opsporingsambtenaar het recht geeft zich toegang te verschaffen tot elk vertrek in de woning, inclusief het forceren van deuren, voor zover dit redelijkerwijs noodzakelijk is voor het doel van het binnentreden. Dit betekent echter niet dat de opsporingsambtenaar bevoegd is tot een doorzoeking, die een verdergaand onderzoek inhoudt.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en handhaafde het oordeel dat het forceren van de deur geen onrechtmatige bewijsvergaring opleverde. De verdachte werd daarmee in zijn verweer niet gevolgd en de bestreden uitspraak bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het forceren van een binnendeur met een machtiging tot binnentreden geen onrechtmatige bewijsvergaring is.