Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:PHR:2026:234

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
25/04134
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Uitkomst
Deels toewijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:8 lid 1 WvggzArt. 1:1 lid 2 WvggzArt. 2:1 lid 6 WvggzArt. 5:17 lid 3 WvggzArt. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt zorgmachtiging wegens ontbreken nieuwe medische verklaring bij verplichte zorg

In deze zaak gaat het om twee samenhangende verzoeken tot zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, een man met een vermoedelijke psychotische stoornis en langdurige zorgmijding. De rechtbank Den Haag verleende eerst een deelbeschikking voor één maand en later een eindbeschikking voor de resterende vijf maanden. Betrokkene stelde tegen beide beslissingen cassatieberoep in.

De kern van de klachten betrof de medische verklaring, die was opgesteld zonder persoonlijk onderzoek vanwege de weigering van betrokkene om mee te werken, het ontbreken van voldoende onderbouwing van ernstig nadeel en de vraag of betrokkene wilsbekwaam verzet had aangetekend. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank terecht uitging van de medische verklaring bij de deelbeschikking, gezien het langdurige afhoudende gedrag van betrokkene en de veiligheidsrisico's. De klachten over het ernstig nadeel en wilsbekwaam verzet faalden eveneens.

Echter, ten aanzien van de eindbeschikking stelde de Hoge Raad vast dat geen nieuwe of aanvullende medische verklaring was opgesteld na de deelbeschikking, terwijl betrokkene inmiddels was opgenomen en contact met de onafhankelijk psychiater mogelijk had kunnen zijn. Hierdoor kon niet met voldoende zekerheid worden geoordeeld dat persoonlijk onderzoek redelijkerwijs niet mogelijk was. Daarom werd de eindbeschikking vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank voor hernieuwde beoordeling.

De uitspraak benadrukt het belang van een actuele medische verklaring bij het verlenen van zorgmachtigingen en de noodzaak van een zorgvuldige motivering door de rechtbank, met inachtneming van de rechten van de betrokkene.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de eindbeschikking wegens het ontbreken van een nieuwe medische verklaring en wijst de zaak terug naar de rechtbank.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummers25/03779 en 25/04134
Zitting6 maart 2026
CONCLUSIE
B.J. Drijber
In de zaak van
[betrokkene],
verzoeker tot cassatie,
hierna: betrokkene,
advocaat: mr. D. Rijpma,
tegen
de Officier van Justitie in het arrondissement Den Haag,
verweerder in cassatie,
hierna: de officier van justitie,
niet verschenen.

1.Inleiding en samenvatting

1.1
In deze twee samenhangende Wvggz-zaken, die ik beide behandel in deze conclusie, heeft de officier van justitie gevraagd om ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden. De rechtbank heeft op 23 juli 2025 een deelbeschikking gegeven waarin een zorgmachtiging is verleend voor de duur van één maand onder aanhouding van het resterende gedeelte van het verzoek. Nadat de zaak opnieuw mondeling is behandeld, heeft de rechtbank bij eindbeschikking van 20 augustus 2025 de zorgmachtiging verleend voor het resterende gedeelte van het verzoek, te weten voor de duur van vijf maanden. Betrokkene heeft tegen de deel- en de eindbeschikking van de rechtbank afzonderlijk cassatieberoep ingesteld. Het eerste beroep is geregistreerd onder het zaaknummer 25/03779, het tweede onder het zaaknummer 25/04134.
1.2
De cassatiemiddelen in beide zaken komen grotendeels overeen, in die zin dat betrokkene in beide zaken klaagt over: de medische verklaring (betrokkene is niet in persoon door de onafhankelijk psychiater onderzocht), (het ontbreken van) ernstig nadeel, en wilsbekwaam verzet. Tot slot klaagt betrokkene in de zaak tegen de deelbeschikking dat de rechtbank ten onrechte een zorgmachtiging heeft verleend voor de duur van één maand, nu de medische verklaring niet voldeed aan de wettelijke vereisten, en in de zaak tegen de eindbeschikking dat de rechtbank geen zorgmachtiging had mogen verlenen (voor de resterende duur van het verzoek), omdat geen nieuwe/aanvullende medische verklaring is opgesteld.
1.3
Ik meen dat de klachten tegen de deelbeschikking van 23 juli 2025 falen. In de eerste zaak concludeer ik daarom tot verwerping. Een deel van de klachten tegen de eindbeschikking van 20 augustus 2025 slaagt wel. In die tweede zaak concludeer ik daarom tot vernietiging.

2.Feiten en procesverloop

2.1
In cassatie kan van de volgende feiten worden uitgegaan. [1]
2.2
Bij verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen op 2 juli 2025, heeft de officier van justitie de rechtbank Den Haag (hierna:
de rechtbank) verzocht om een zorgmachtiging ten aanzien van betrokkene te verlenen voor zes maanden voor de volgende vormen van verplichte zorg:
- het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- het opnemen in een accommodatie.
2.3
Bij het verzoekschrift zijn onder andere overgelegd:
- het zorgplan/behandelplan van 16 juni 2025;
- de medische verklaring van 16 juni 2025;
- de bevindingen van de geneesheer directeur;
- de niet-ingevulde zorgkaart;
- een uittreksel van de justitiële documentatie van betrokkene van 22 april 2025;
- een ‘Informatierapport Wvggz’ waarin politiegegevens van betrokkene zijn opgenomen.
2.4
In het zorgplan is, voor zover in cassatie relevant, het volgende vermeld:

3. Probleembeschrijving
a.
Probleembeschrijving volgens zorgverantwoordelijke
Het betreft een 47-jarige man bekend binnen de ParnassiaGroep met ADHD en een gedwongen opname wegens psychotische klachten die in beeld komt bij gemeente/Openbaar Ministerie waarbij gevraagd wordt om een zorgmachtiging te overwegen.
Uit de voorinformatie blijkt: Er heeft een professional met GGZ-expertise gekeken naar deze casus en deze komt tot het volgende:
“Concluderend is er meest waarschijnlijk sprake van een langdurend paranoïde toestandsbeeld, waarschijnlijk met anosognosie, waarbij betrokkene zich op een afglijdend vlak lijkt te begeven. Een dergelijk toestandsbeeld gaat in de regel niet zonder psychiatrische behandeling voorbij. Naast dat wordt gevreesd dat betrokkene vanuit de omschreven paranoïde zal gaan handelen/geweld zal inzetten, verzadigd hij in toenemende mate politiesystemen en kan hij zichzelf (ondanks afgeronde rechtenstudie) niet ontplooien op diverse levensgebieden. Er zijn geen aanwijzingen voor middelenmisbruik.”.
Ook is hij eerder in beeld geweest bij de GGZ in april 2025 waarbij betrokkene hoofdzakelijk
onnavolgbare en paranoide gekleurde meldingen doet bij diverse overheidsinstantie, de politie etc.
Betrokkene zou alle vormen van contact/toenadering afhouden.
Sinds maart 2025 (weer) is hij in beeld bij GGD. Hij doet de deur niet open bij huisbezoeken. Daarom is er veel bekend met name voorkomende uit overlast meldingen. Onderstaande is ons toegezonden:
- Betrokkene is minimaal sinds 2021 bekend met overlast. Eerdere stop gesprekken met politie
hebben geen effect gehad.
- Sinds 11 maart 2023 zijn er 474 meldingen gemaakt bij de politie. Betrokkene doet dreigende
uitspraken, oa naar politie, maar ook naar verschillende ministers, naar NS, naar woningbouwvereniging. Niet navolgbaar in meldingen. Hij denkt dat er vrouwen gegijzeld worden in zijn flat door verschillend ministers en andere hooggeplaatst overheidsmedewerkers.
- Dit is niet voldoende grond voor het strafrecht, wel werd vanuit een Weegoverleg van het ZVH gedacht aan een Wvggz maatregel.
- Knik in functioneren is groot, hij heeft rechtenstudie afgemaakt, maar nu sociaal geïsoleerd. Buren zouden hem ‘s nachts horen schreeuwen. Veel achterdocht naar buurman op [a-straat 1]. Paranoïde en waanachtig. Hij heeft een uitkering en woont in een sociale huurwoning.
- De berichten die hij stuurt naar politie, verschillende overheidsinstanties zijn lang, niet navolgbaar en aanhoudend. Ik begrijp dat veel instanties binnen verschillende gremia zich hiermee bezighouden en dat gezien de inhoud, de zorgen ook groot zijn. De berichten zijn vaak lang (200 pagina’s) die hij stuurt naar politie en overheid. De toon verhard en veranderd (meer boosheid).
- Belangrijk om te noemen dat medewerkers gemeente hem niet hebben kunnen spreken of zien. Veel is vanuit inhoud meldingen bekend. Ook zou betrokkene een advocaat hebben. Ook uit deze correspondentie zou veel achterdocht naar voren komen.
- Argwaan gaat via motorbendes, naar gijzelingen naar pedofiele netwerken, naar IS, naar
huurmoorden etc. Het doen van meldingen lijkt zijn enige doel. Tot veel andere activiteiten komt hij niet.
- VG: 2015 opname middels 2017 kort in beeld, Sinds 2021 toenemende zorgen. Sinds 2023 474 meldingen bij politie.
- Veel ketenpartners hebben de afgelopen jaren betrokkene in zorg proberen te krijgen, zonder
resultaat.
Naar aanleiding van het opstarten van de zorgmachtigingsprocedure is getracht contact te zoeken. Betrokkene deed de deur niet open op een onaangekondigd bezoek, maar reageerde via de mail op een briefje wat onder zijn deur is geschoven. Meerdere malen telefonisch contact, leidde tot inspreken van zijn voicemail met een terugbel verzoek, waar geen reactie op kwam. Een geschreven uitnodiging voor gesprek op locatie en een huisbezoek werden afgewezen met eenzelfde reactie per mail: hij is in een juridisch conflict met politie/jusitie en de psychiatrie mag niet optreden als "agents of justice". Ook wordt gesproken over een [magier] die negatief betrokken zou zijn.
Wegens zijn zorgmijdend/afhoudend gedrag is er geen goed zicht geweest op zijn mentale staat anders dan de emails en voorinformatie die ontvangen is.
(…)

5.(Dreigend) ernstig nadeel

a.
Wat is het (dreigend) ernstig nadeel voor betrokkene of diens omgeving?
Kruis aan welk ernstig nadeel voortvloeit uit het gedrag van de betrokkene voor betrokkene zelf of diens omgeving?
Code Omschrijving Voor
(…)
X 3 Ernstige psychische schade X zelf en/of ander(en)
(…)
X 8 Maatschappelijke teloorgang X zelf en/of ander(en)
(…)
X 12 De algemene veiligheid van personen of goederen is in gevaar. X ander(en)
2.5
In de medische verklaring, die is opgesteld op 16 juni 2025, wordt onder meer het volgende vermeld:

4. Psychiatrisch onderzoek
a.
Datum en tijdstip van het onderzoek van betrokkene
16-06-2025 om 15.00 uur
b.
Wat zijn de symptomen die betrokkene vertoont?
1. De zorgverantwoordelijke heeft betrokkene niet kunnen zien ondanks uitnodigingen en voicemails. Betrokkene heeft wel per mail gereageerd dat hij de afspraken wil annuleren en verklaart dat hij in conflict is met politie/OM en dat de psychiatrie niet betrokken hoort te worden.
2. Uit het dossier en informatie vanuit het OM/Gemeente komt een chronisch psychotisch beeld met paranoide wanen naar voren: Betrokkene denkt dat er vrouwen gegijzeld worden in zijn flat door verschillende ministers en andere hooggeplaatst overheidsmedewerkers, er is sprake van religieuze en grootheidswanen.
(…)
Een professional met GGZ-expertise gekeken naar deze casus en deze komt tot het volgende:
“Concluderend is er meest waarschijnlijk sprake van een langdurend paranoïde toestandsbeeld, waarschijnlijk met anosognosie, waarbij betrokkene zich op een afglijdend vlak lijkt te begeven. Een dergelijk toestandsbeeld gaat in de regel niet zonder psychiatrische behandeling voorbij.
Ook is er eerder contact met de GGZ geweest:
In april 2025 heeft een GGZ-medewerker van het Parnassia Politie Project (PPP) betrokkene gesproken. Betrokkene doet onnavolgbare en paranoïde gekleurde meldingen bij diverse overheidsinstanties, de politie etc. Pogingen om betrokkene zorg te bieden komen niet van de grond omdat betrokkene alle vormen van contact /toenadering afhoud.
(…)
c.
Welke hulpvraag formuleert betrokkene?
Onbekend
d.
Is er naar uw oordeel sprake van een psychiatrische stoornis?
X Ja
e.
Tot welke (voorlopige) diagnose bent u gekomen?
(Verdenking op) psychotische stoornis
Indien van toepassing: kruis uw diagnose aan in navolgende DSM-afgeleide classificatie (meerdere mogelijk):
f.
Code Omschrijving
(…)
X 2. Schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.
(…)

6.Ernstig nadeel

a.
Vloeit naar uw oordeel uit het gedrag van betrokkene als gevolg van zijn psychische stoornis (een aanzienlijk risico op) ernstig nadeel voort?
X Ja
b.
Zo ja: waaruit bestaat het ernstig nadeel?
Betrokkene zorgt voor overlast in zijn buurt, zorgt voor een onveilig gevoel in portiek en belast verschillende instanties. Er wordt gevreesd dat betrokkene vanuit de omschreven paranoïde zal gaan handelen/geweld zal inzetten. Tevens is er sprake van maatschappelijke teloorgang.
c.
Op grond van welke symptomen, gedragingen of feiten komt u tot uw oordeel?
1. Betrokkene heeft sinds 11 maart 2023 474 meldingen gedaan bij de politie. De meldingen die hij stuurt zijn lang (tot 200 pagina’s), niet navolgbaar en aanhoudend. Inhoudelijk legt hij in de meldingen verbanden tussen motorbendes, gijzelingen, pedofiele netwerken, IS en huurmoorden. De toon verhard en veranderd (meer boosheid). Betrokkene doet dreigende uitspraken, oa naar politie, maar ook naar verschillende ministers, de NS en de woningbouwvereniging. Er zijn meldingen van overlast. De stopgesprekken met politie hebben geen effect gehad. Betrokkene is achterdochtig naar zijn buurman. Een buurman vertelde mij dat betrokkene in de nacht voor overlast kan zorgen door te schreeuwen en te bonken op de muren en/of het plafond, dat betrokkene het trappenhuis vervuild en dat een buurvrouw op leeftijd zich daardoor onveilig voelt.
d.
Welke symptomen, gedragingen of feiten zoals genoemd in vraag 6c zijn niet door uzelf waargenomen, maar door anderen aan u meegedeeld? Geef aan door wie u dit is meegedeeld alsmede diens relatie tot betrokkene.
Alle onder C1 genoemde feiten heb ik vernomen uit het dossier, en/of van een buurman.
e.
Kruis aan in welke van de navolgende categorieën u het ernstig nadeel indeelt:
Code Omschrijving Voor
X 1 Levensgevaar zelf en/of X ander(en)
X 2 Ernstig lichamelijk letsel zelf en/of X ander(en)
X 3 Ernstige psychische schade X zelf en/of X ander(en)
(…)
X 8 Maatschappelijke teloorgang X zelf en/of ander(en)
(…)
X 11 Betrokkene roept met hinderlijk gedrag agressie van een ander op
X 12 De algemene veiligheid van personen of goederen is in gevaar.
f.
Indien meer dan één mogelijkheid is aangekruist, kruis dan de belangrijkste aan:
X 1
(…)

9.Wilsbekwaamheidsbeoordeling

Op het moment dat ik dit onderzoek heb verricht is betrokkene naar mijn oordeel:
(…)
X
Nietin staat tot een redelijke waardering van zijn/haar belangen ter zake van de voorgenomen verplichte zorg. Ik acht betrokkene wilsonbekwaam ter zake, omdat: Onduidelijk of betrokkene wilsbekwaam is, daar dit niet testbaar is omdat betrokkene niet meewerkt aan het onderzoek. Betrokkene lijkt geen of nauwelijks ziektebesef te hebben.

10.Overige mededelingen

Welke overige mededelingen acht u nog van belang?
Ik heb betrokkene niet zelf kunnen beoordelen omdat hij niet meewerkte met het onderzoek. Betrokkene heeft een schriftelijke uitnodiging gekregen voor zowel een afspraak op kantoor dd 13-6-2025 als een huisbezoek op 16-6-2025. Betrokkene heeft de afspraken via de mail afgezegd. Bij een huisbezoek op 16-6-2025, samen met een lid van het behandelend team werd niet opengedaan na aanbellen. Een buurman heeft ons in het trappenhuis gelaten om tot de voordeur te komen. Er was geen reactie naar meerdere keren aankloppen op de deur van zijn woning. Onduidelijk of betrokkene aanwezig was.
(…).”
2.6
De rechtbank heeft het verzoek mondeling behandeld op 23 juli 2025, naar ik begrijp buiten in de buurt van de woning van betrokkene op een plek buiten gehoorafstand van anderen. Daarbij zijn gehoord: de advocaat van betrokkene, twee behandelaren en twee wijkagenten. [2] Betrokkene zelf was niet verschenen. De rechtbank heeft vastgesteld dat betrokkene niet in staat was en/of bereid was zich te doen horen. Van de mondelinge behandeling is een proces-verbaal opgemaakt. Daarin is onder meer het volgende vastgelegd (
onderstreping hier en in de citaten hierna door mij toegevoegd; A-G):

De advocaat
Wat betreft het horen van betrokkene: dat is mislukt. Mocht de rechtbank het verzoek aanhouden zie ik een volgende keer geen kans van slagen.
Betrokkene heeft duidelijk aangegeven dat hij niet gehoord wil worden.
Voor de onafhankelijk psychiater was het ook niet mogelijk om betrokkene te spreken. De medicus heeft zich in de medische verklaring beroepen op het medisch dossier. De aandoening van betrokkene is dus niet geconstateerd op basis van gesprekken. In dat opzicht is de medische verklaring niet compleet.
Aan veel handelen van betrokkene kun je echter wel zien dat sprake is van een stoornis. Dan vraag ik mij wel af of er sprake is van ernstig nadeel. Betrokkene wil niet gehoord worden en geeft aan dat iedereen tegen hem is.
(…)
De behandelaren
Wat betreft het horen van betrokkene: ik denk niet dat hij een volgende keer wel zal komen. Hij laat ons als behandelaren ook niet toe, ondanks dat wij daarom verzoeken. We zouden het nog een keer kunnen proberen, met de kans dat hij niet komt.
Wat betreft de casus van betrokkene: het is erg lastig. Het contact is heel summier. We moeten varen op de informatie die bij ons wordt binnengebracht. We kijken wat mogelijk is maar het is tot nu toe niet gelukt om betrokkene in zorg te krijgen. Het is wel nodig om betrokkene in zorg te krijgen om verergering te voorkomen. Het is lastig om het ernstig nadeel in te schatten omdat je hem gewoon niet kunt zien. Hij houdt de deur dicht en geeft geen gehoor. We moeten heel erg varen op wat we horen van andere instanties.
Op basis van hetgeen wij horen van andere instanties wat betreft het risico op ernstig nadeel, vind ik het nadeel wel ernstig genoeg om een stap verder te gaan. Met een zorgmachtiging hebben wij een basis om hem op te nemen zodat we hem in zorg kunnen krijgen.
(…)
De wijkagent
Wat betreft ons contact met betrokkene: in zes jaar is het één keer gelukt om betrokkene te spreken. Hij is één keer – op eigen uitnodiging – naar ons toe gekomen en heeft toen zijn zegje gedaan en toen was het klaar.
Wat betreft de inschatting van het ernstig nadeel: het probleem zit in de hoeveelheid meldingen die betrokkene doet. In de afgelopen maand heeft hij vijftien meldingen gemaakt bij de politie. Afgelopen jaar heeft hij 432 klachten ingediend. Daarbij beledigt hij mensen en maakt hij mensen zwart. Dan gaat het om politieke figuren, de woningbouw, koningshuis. Het bereik dat hij heeft in zijn mailgedrag is supergroot. Hij beledigt elk persoon via de mail. Het Team
Dreigingsmanagement signaleert hierbij een verharding zijn toon. Koningshuis en ministers worden genoemd en gemaild, terwijl er geen contact mogelijk is met betrokkene. We weten dus niet wat voor ontwikkeling hij op dit moment doormaakten en waar hij heen gaat. We hebben een aantal stopbrieven gestuurd vanuit de directie van het korps en Team Wijkmanagement. Dan is het even stil, maar daarna nemen de mails en meldingen weer toe. We weten gewoon niet wat betrokkene aan het ontwikkelen is en aangezien er geen aangifte gedaan wordt krijgen wij het niet op papier. Dit terwijl zo’n beetje elk kamerlid wordt meegenomen in zijn mails. Dit maakt het zo lastig.
(…).”
2.7
Bij deelbeschikking van 23 juli 2025 [3] heeft de rechtbank ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging verleend voor de duur van één maand, tot en met uiterlijk 23 augustus 2025, voor de verzochte vormen van verplichte zorg. De rechtbank heeft daartoe, voor zover in cassatie relevant, het volgende overwogen:
“Ten aanzien van hetgeen de advocaat over de inhoud van de medische verklaring naar voren heeft gebracht overweegt de rechtbank als volgt.
Gezien het afwerende gedrag van betrokkene is het voor de onafhankelijk psychiater na meerdere pogingen niet mogelijk geweest om betrokkene te onderzoeken, waardoor hij zijn oordeel heeft moeten baseren op dossieronderzoek. De politie heeft ter zitting aangegeven dat betrokkene in zes jaar slechts één keer op eigen afspraak naar een gesprek is gekomen.
Het is dus niet te verwachten dat betrokkene op vrijwillige basis zal meewerken aan een onderzoek door een onafhankelijk psychiater, waardoor betrokkene binnen een vrijwillig kader hoogstwaarschijnlijk buiten beeld van de instanties zal blijven. Gezien deze omstandigheden zal de rechtbank bij haar beoordeling wel uitgaan van de medische verklaring, ondanks het feit dat betrokkene niet in persoon door de psychiater is onderzocht,
De rechtbank voegt hier nog het volgende aan toe.
Gezien de verharding in de toon en het feit dat zowel de zorg als de politie geen inschatting kan maken wat betreft de veiligheidsrisico’s voor de personen die correspondentie van betrokkene ontvangen, en voor de personen die worden genoemd in de correspondentie van betrokkene,
acht de rechtbank het risico te groot om langer af te wachten op bijvoorbeeld een nadere poging tot onderzoek door een onafhankelijk psychiater of een nadere poging betrokkene te horen.
Inhoudelijk oordeel
Uit de overgelegde stukken en wat ter zitting is besproken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een psychotische stoornis.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Betrokkene zorgt voor overlast in zijn buurt, zorgt voor een onveilig gevoel in de portiek en belast verschillende instanties door talloze mails te sturen en meldingen te maken. Naarmate de tijd verstrijkt verhardt de toon van betrokkene in zijn contact.
De politie heeft de situatie van betrokkene als dreigend gekwalificeerd. Er wordt gevreesd dat betrokkene vanuit zijn paranoia zal gaan handelen en geweld zal gebruiken. Hierbij is sprake van maatschappelijk teloorgang.
(…).”
2.8
De rechtbank heeft de behandeling van het verzoek voor het overige aangehouden tot een nader te bepalen zitting op een datum vóór 23 augustus 2025, en daartoe overwogen:

De rechtbank zal de duur van de zorgmachtiging beperken tot één maand, zodat de GGZ-instelling de mogelijkheid heeft om in verplicht kader betrokkene (te onderzoeken en) zorg aan hem te verlenen. De behandeling van het verzoek zal voor de resterende vijf maanden worden aangehouden. Op de vervolgzitting zal de extra informatie die in de komende maand beschikbaar komt bij de beslissing over het verlenen van de zorgmachtiging voor de overige vijf maanden worden meegewogen.”
2.9
Namens betrokkene is op 16 oktober 2025 – tijdig – cassatieberoep ingesteld tegen deze beschikking van 23 juli 2025. De procesinleiding bevat een voorbehoud wegens het ontbreken van het proces-verbaal van de mondelinge behandeling. [4] Na ontvangst van het proces-verbaal is de procesinleiding op 11 augustus 2025 aangevuld. De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
2.1
De mondelinge behandeling van het verzoek is voortgezet op 20 augustus 2025. [5] Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat, de psychiater van het KCAP, [6] de psychiater uit het ambulante kader, de wijkagent en een politieagent van het basisteam Zuiderpark, en de casemanager van het Team Dreigingsmanagement (TDM). Van de mondelinge behandeling is een proces-verbaal opgemaakt. Daarin staat onder meer het volgende:

Betrokkene
De zorgmachtiging moet afgewezen worden. Ik ben een gewetensbezwaarde en ik vorm geen gevaar. Er is niets waaruit dat blijkt. Ik heb een onberispelijke staat van dienst. Ik uit enkel kritiek.
Er is geen sprake van dusdanig ernstig nadeel dat alleen met een opname kan worden afgewend. Het is niet eens in een ambulant kader geprobeerd. Er wordt geclaimd dat ik een psychische stoornis heb. Ik heb Nederlands recht gestudeerd. Er is juist sprake van grensoverschrijdend gedrag door de politie richting mij.
Betrokkene heeft ter zitting meermaals verwezen naar de door hem ingediende onderbouwing van zijn standpunt.
Advocaat
Betrokkene is in beeld gekomen doordat hij klachten heeft ingediend bij de politie.
Er is geen medische verklaring die gebaseerd is op een persoonlijk gesprek, dus het opstellen van de medische verklaring is in feite mislukt. Betrokkene heeft vandaag [een] gesprek met de psychiater gehad dat van dusdanige aard was dat er geen sprake is geweest van een gesprek waaruit blijkt dat hij een aandoening heeft. Hij heeft geen vragen van de psychiater beantwoord. Naar mijn overtuiging is er dus in juridische zin geen sprake van een aandoening. Als u van mening bent dat dat wel het geval is, is er geen sprake van ernstig nadeel. Betrokkene mailt misschien veel, maar de politie doet niets met de klachten. Dit betekent dat de politie niet de hele tijd bezig is voor niets. Ook hebben de mails geen dreigende toon. Daarnaast heeft hij in de buurtgeen overlast veroorzaakt. Ik verzoek primair afwijzing van het verzoek. Subsidiair verzoek is dat betrokkene geen medicatie krijgt, nu niet is gebleken dat dit nodig is. Misschien dat hij met een paar goede gesprekken het inzicht krijgt dat hij niet zoveel moet mailen naar de politie.
(…)
De politieagent van het basisteam Zuiderpark
Ik ben sinds kort betrokken. Ik vind de dingen die betrokkene zegt, ook richting de buurtbewoners, heel zorgelijk. Vanaf januari zijn er door betrokkene 105 meldingen bij de politie gedaan, waarvan 26 in de afgelopen zes weken en dit zijn dan alleen de meldingen naar de politie.
De casemanager van het Team Dreigingsmanagement (TDM)
Betrokkene is voor de derde keer op een lijst gezet in ons bestand. Hij heeft heel veel personen benaderd. Wij maken ons zorgen om hem. Ons doel is om hem toe te leiden naar zorg. Wij zagen een toename in het aantal klachten richting het rijksdomein. De toon van zijn berichten is veranderd. Hij stuurt bijvoorbeeld berichten waarin staat dat hij vermoord gaat worden. Omdat er geen contact met betrokkene tot stand komt, is onduidelijk in hoeverre hij naar zijn wanen zal handelen. Er is bovendien een risico dat hij agressie bij derden oproept.”
2.11
Bij beschikking van 20 augustus 2025 [7] heeft de rechtbank een zorgmachtiging ten aanzien van betrokkene verleend tot en met 23 januari 2026 voor de verzochte vormen van verplichte zorg. De rechtbank heeft daartoe, voor zover in cassatie relevant, het volgende overwogen:

Beoordeling
De rechtbank stelt vast dat de onafhankelijk psychiater geen onderzoek in persoon heeft kunnen uitvoeren. Uit de medische verklaring blijkt voldoende waarom betrokkene niet in persoon is onderzocht en op welke gronden de psychiater toch tot de conclusie is gekomen dat is voldaan aan de vereisten voor een zorgmachtiging. De onafhankelijk psychiater heeft betrokkene uitgenodigd voor een gesprek en een huisbezoek aangekondigd. Betrokkene heeft enkel per mail gereageerd dat hij de afspraken wil annuleren en heeft bij het aangekondigde huisbezoek niet open gedaan. Uit de medische verklaring leidt de rechtbank af dat de deze is opgesteld op basis van de dossierstukken, informatie van het Openbaar Ministerie, de Gemeente en een buurman. Ook de psychiater die in het ambulante kader is betrokken, krijgt geen (telefonisch) contact met betrokkene en wordt niet binnengelaten. De rechtbank stelt vast dat door zowel de onafhankelijke psychiater als de psychiater in het ambulante kader meerdere pogingen zijn gedaan om met betrokkene in contact te komen. Dit is echter niet gelukt omdat betrokkene hier niet aan meewerkt en al het contact afhoudt.
Ook nadat de zorgmachtiging voor één maand is afgegeven, is dit contact met betrokkene niet tot stand gekomen. Betrokkene is inmiddels opgenomen in een kliniek, maar deze opname heeft een dag voor de zitting pas plaatsgevonden. Bij het gesprek dat betrokkene heeft gehad met zijn behandelend psychiater binnen de kliniek, heeft betrokkene aangegeven geen vragen te zullen beantwoorden.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een (verdenking op) een psychotische stoornis.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Zoals ook omschreven in de tussenbeschikking zorgt betrokkene voor overlast in zijn buurt, een onveilig gevoel in zijn portiek en stuurt hij naar verschillende instanties talloze mails en klachten. In de meldingen die betrokkene bij de politie doet is de toon van betrokkene aan het veranderen. De politie kwalificeert de situatie van betrokkene als dreigend. Zo wordt er gevreesd dat betrokkene vanuit zijn paranoia zal gaan handelen en bijvoorbeeld geweld zal gebruiken, maar ook dat betrokkene met zijn uitspraken en gedrag agressie van anderen over zich afroept. Daarbij is ook sprake van maatschappelijke teloorgang.”
2.12
Namens betrokkene is op 13 november 2025 – tijdig – cassatieberoep ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank van 20 augustus 2025. Ook in deze zaak heeft de officier van justitie geen verweerschrift ingediend.

3.Bespreking van het cassatiemiddel

3.1
De cassatiemiddelen komen in beide zaken grotendeels overeen, in die zin dat in beide zaken wordt geklaagd over de volgende onderwerpen: de medische verklaring (onderdeel 1), ernstig nadeel (onderdeel 2) en wilsbekwaam verzet (onderdeel 3). In de zaak tegen de deelbeschikking wordt voorts in onderdeel 4 geklaagd dat de rechtbank de zorgmachtiging niet had mogen verlenen voor de duur van één maand, nu uit die beschikking blijkt dat de rechtbank zelf ook van oordeel was dat de medische verklaring niet voldoet aan de uit de wet voortvloeiende eisen. In de zaak tegen de eindbeschikking wordt in onderdeel 4 geklaagd dat onjuist, althans onbegrijpelijk is dat de rechtbank in haar eindbeschikking de zorgmachtiging heeft verleend voor de resterende duur van vijf maanden, nu geen nieuwe of aanvullende medische verklaring is opgesteld of overgelegd.
3.2
Ik zal hierna voor zover mogelijk de klachten in beide zaken gezamenlijk behandelen.
Onderdeel 1 in beide zaken – ondeugdelijke medische verklaring
3.3
Onderdeel 1 van het
cassatieberoep dat is gericht tegen de deelbeschikkingvan 23 juli 2025 richt zich tegen het oordeel van de rechtbank dat zij bij haar beoordeling uitgaat van de medische verklaring, ondanks het feit dat betrokkene niet in persoon door de onafhankelijk psychiater is onderzocht (zie de in 2.7 geciteerde overweging van de rechtbank). Geklaagd wordt dat de in de medische verklaring gestelde omstandigheden het oordeel van de rechtbank niet kunnen dragen. Uit de verklaring kan namelijk niet worden afgeleid dat betrokkene op 16 juni 2025 thuis was en/of dat hij weigerde aan een onderzoek mee te werken. Dit geldt ook voor hetgeen de behandelaren ter zitting naar voren hebben gebracht. [8] De door de rechtbank zelf vermelde omstandigheden maken een en ander niet anders, nu die neerkomen op verwachtingen omtrent de medewerking van betrokkene, in plaats van op een feitelijke constatering dat betrokkene daadwerkelijk medewerking aan een onderzoek weigerde, en op aannames met betrekking tot de veiligheidsrisico’s die in beginsel als zodanig niet kunnen rechtvaardigen dat geen medisch onderzoek in fysieke aanwezigheid van betrokkene heeft plaatsgevonden.
3.4
Onderdeel 1 van het
cassatieberoep dat is gericht tegen de eindbeschikkingvan 20 augustus 2025 richt zich eveneens tegen het oordeel van de rechtbank dat zij is uitgegaan van de medische verklaring, ondanks het feit dat betrokkene niet in persoon door de onafhankelijk psychiater is onderzocht (zie de in 2.11 geciteerde overweging van de rechtbank). Ook hier wordt geklaagd dat de in de medische verklaring gestelde omstandigheden het oordeel van de rechtbank niet kunnen dragen, waarbij eveneens wordt aangevoerd dat uit de in de medische verklaring genoemde omstandigheden niet kan worden afgeleid dat betrokkene op 16 juni 2025 thuis was en/of weigerde om aan een onderzoek door de onafhankelijk psychiater mee te werken. Daaraan wordt nog toegevoegd dat ook in de vier weken gelegen tussen de eerste en de tweede mondelinge behandeling de onafhankelijk psychiater geen contact heeft opgenomen met betrokkene teneinde een nieuwe medische verklaring op te stellen of de medische verklaring van 16 juni 2025 aan te vullen. Uit de omstandigheid dat betrokkene op de dag van de mondelinge behandeling geen vragen van de behandelend psychiater heeft willen beantwoorden, blijkt niet dat betrokkene ook niet op een later tijdstip vragen van de onafhankelijk psychiater zou hebben willen beantwoorden. De verklaringen van de (behandelend) psychiaters ter zitting kunnen de medische verklaring van de onafhankelijk psychiater ook niet vervangen, noch in procedureel opzicht noch inhoudelijk, nu zij ter zitting hebben verklaard dat het contact met betrokkene, mede vanwege de korte duur van de opname destijds, nog niet van de grond was gekomen, aldus het onderdeel.
3.5
Bij de bespreking van beide onderdelen stel ik het volgende voorop.
3.6
Uit het systeem van de Wvggz, in het bijzonder uit art. 5:8 lid 1 Wvggz Pro in verbinding met art. 5:17 lid Pro 3, onder a, en art. 6:4 Wvggz Pro, volgt dat een rechter slechts een zorgmachtiging mag verlenen indien uit een medische verklaring van een onafhankelijke psychiater over de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene blijkt dat uit diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis ernstig nadeel voortvloeit.
3.7
Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad [9] dient de onafhankelijke psychiater het in de Wvggz voor de diverse vormen van verplichte zorg voorgeschreven medische onderzoek in beginsel aldus te verrichten dat hij de betrokkene in een direct contact, dat wil zeggen: in diens fysieke aanwezigheid, spreekt en observeert. Dit is slechts anders indien dat redelijkerwijs niet mogelijk is. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om een weigering van de betrokkene om aan een onderzoek mee te werken, maar ook andere omstandigheden kunnen meebrengen dat onderzoek in fysieke aanwezigheid van de betrokkene niet of slechts beperkt mogelijk is. In die gevallen zal, met het oog op de beoogde maatregel, steeds op de best mogelijke manier moeten worden getracht inzicht te verkrijgen in de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene en de noodzaak tot het treffen van de beoogde maatregel.
3.8
De psychiater dient in de medische verklaring deugdelijk te motiveren waarom de betrokkene niet in fysieke aanwezigheid kon worden onderzocht. [10] Hij zal in zijn medische verklaring dus moeten verantwoorden waarom onderzoek in fysieke aanwezigheid van de betrokkene redelijkerwijs niet mogelijk of niet verantwoord was, voor welk alternatief hij heeft gekozen (bijvoorbeeld beeldbellen indien dat mogelijk is), en op welke gronden hij tot de slotsom is gekomen dat aan de vereisten voor verlening van verplichte zorg is voldaan. De rechtbank zal vervolgens moeten beoordelen of de verzochte machtiging op grond van de medische verklaring kan worden verleend. [11]
3.9
Indien het medisch onderzoek niet aan de hiervoor genoemde eisen voldoet en daardoor aan de wettelijke voorwaarden voor afgifte van een zorgmachtiging niet is voldaan, zal de rechtbank dit in voorkomend geval ambtshalve moeten constateren. [12]
3.1
Ik keer terug naar de bespreking van beide onderdelen.
3.11
Uit de medische verklaring (in 2.5 geciteerd) volgt dat voorafgaand aan het opstellen van de medische verklaring de onafhankelijk psychiater betrokkene niet heeft gesproken en niet in persoon heeft onderzocht, omdat betrokkene niet meewerkte aan het onderzoek. [13] De onafhankelijk psychiater heeft in dat kader toegelicht dat betrokkene een schriftelijke uitnodiging heeft gekregen voor zowel een afspraak op kantoor op 13 juni 2025 als een huisbezoek op 16 juni 2025. Bij dat huisbezoek deed betrokkene na aanbellen de deur niet open. Ook na meerdere keren aankloppen op de voordeur van de woning van betrokkene kwam geen reactie van betrokkene, aldus de onafhankelijk psychiater in de medische verklaring. Betrokkene heeft – naar ik begrijp uit de medische verklaring –
beideafspraken via de mail afgezegd. Ik maak daaruit op dat betrokkene op de hoogte was van deze afspraken en door het afzeggen (of eigenlijk: weigeren) daarvan kenbaar heeft gemaakt niet te willen meewerken aan het onderzoek door de onafhankelijk psychiater. In zoverre heeft de onafhankelijke psychiater dan ook (naar ik meen: deugdelijk) gemotiveerd waarom hij betrokkene niet in diens fysieke aanwezigheid kon onderzoeken.
3.12
Nu de onafhankelijke psychiater de medische verklaring heeft opgesteld zonder contact te kunnen leggen met betrokkene had vervolgens de rechtbank, gelet op het zojuist in 3.6 t/m 3.9 weergegeven juridisch kader, moeten beoordelen of onderzoek door de onafhankelijke psychiater in een direct contact met betrokkene redelijkerwijs niet mogelijk was, in het kader van de bredere vraag of de verzochte machtiging op grond van de medische verklaring kon worden verleend.
3.13
Dat laatste heeft de rechtbank in haar
deelbeschikking van 23 juli 2025voldoende (begrijpelijk) gedaan, gelet op het gedrag van betrokkene (zie 3.11) en in het licht van de verklaringen ter zitting van onder andere de behandelaren en de wijkagent, die er kort gezegd op neerkomen dat het al jaren niet lukt, althans erg lastig is om contact te krijgen met betrokkene. Het oordeel van de rechtbank dat het voor de onafhankelijk psychiater niet mogelijk is geweest om betrokkene te onderzoeken acht ik daarom niet onbegrijpelijk, temeer omdat ook de advocaat van betrokkene ter zitting heeft verklaard dat het voor de onafhankelijk psychiater niet mogelijk was om betrokkene te spreken. Anders dan het onderdeel betoogt, is de rechtbank dan ook niet enkel uitgegaan van verwachtingen omtrent de medewerking van betrokkene aan het onderzoek door de onafhankelijk psychiater. Bij dit alles is ook van belang dat de rechtbank heeft overwogen dat zij de veiligheidsrisico’s voor de personen die correspondentie van betrokkene ontvangen en voor de personen die daarin worden genoemd te groot acht om langer af te wachten op bijvoorbeeld een nadere poging tot onderzoek door een onafhankelijk psychiater. In deze omstandigheden kon de rechtbank de overgelegde medische verklaring van 16 juni 2025 dan ook tot uitgangspunt nemen. [14]
3.14
Onderdeel 1 van het cassatieberoep in zaak 25/03779
faaltderhalve.
3.15
De vraag is of dat ook geldt voor onderdeel 1 van het cassatieberoep tegen
de eindbeschikking van 20 augustus 2025. Daar stelt de rechtbank (opnieuw) vast dat de onafhankelijk psychiater geen onderzoek in persoon heeft kunnen uitvoeren en dat uit de medische verklaring voldoende blijkt waarom betrokkene niet in persoon is onderzocht, alsmede op welke gronden de psychiater toch tot de conclusie is gekomen dat is voldaan aan de vereisten voor een zorgmachtiging. De rechtbank overweegt verder dat ook de psychiater die in het ambulante kader betrokken is geen (telefonisch) contact heeft kunnen krijgen met betrokkene en niet wordt binnengelaten. De rechtbank overweegt verder dat ook nadat de zorgmachtiging voor de duur van één maand was afgegeven geen contact tot stand is gekomen en ook dat betrokkene bij het gesprek dat hij kort voor de zitting had met zijn behandelend psychiater binnen de kliniek waar hij inmiddels was opgenomen, heeft aangegeven geen vragen te zullen beantwoorden.
3.16
Ik begrijp het oordeel van de rechtbank aldus dat onderzoek door een onafhankelijk psychiater in een direct contact met betrokkene ook na aanhouding van de zaak redelijkerwijs (nog steeds) niet mogelijk was, althans dat een poging daartoe geen zin had. Hoewel inderdaad alles erop wijst dat betrokkene het contact met zorg-/hulpverleners afhield, is niet gebleken dat voorafgaand aan de tweede mondelinge behandeling op 20 augistus 2025 de onafhankelijk psychiater opnieuw een poging heeft gedaan om met betrokkene in contact te komen en betrokkene in persoon te onderzoeken. De omstandigheid dat tussen betrokkene en de psychiater die in ambulant kader is betrokken geen (telefonisch) contact tot stand is gekomen (ook niet nadat de zorgmachtiging was verleend voor de duur van één maand), dat betrokkene geen contact heeft gehad met de behandelend psychiater en pas vlak voor de zitting door de behandelend psychiater is ontvangen maar hij toen geen vragen wilde beantwoorden, doet niet af aan het feit dat klaarblijkelijk geen poging is ondernomen om de
onafhankelijk psychiaterbetrokkene alsnog vóór de voorgezette mondelinge behandeling te laten onderzoeken. Het onderdeel stelt mijns inziens terecht dat op basis van dit alles nog steeds niet met een voldoende mate van zekerheid kan worden geoordeeld dat betrokkene ook niet (alsnog) wilde spreken met de
onafhankelijkpsychiater.
3.17
Het voorgaande brengt mee dat onderdeel 1 van het cassatieberoep in zaak 25/4134 slaagt.
Onderdelen 2 – ernstig nadeel
3.18
In beide zaken ziet het tweede onderdeel op het (ontbreken van) ernstig nadeel. Onderdeel 2 van het cassatieberoep tegen
de deelbeschikking van 23 juli 2025klaagt dat hetgeen de rechtbank met betrekking tot het ernstig nadeel heeft overwogen (zie hiervoor 2.7) om verschillende redenen het oordeel van de rechtbank dat sprake is van ernstig nadeel niet kan dragen. Allereerst maakt de rechtbank volgens het onderdeel niet duidelijk of sprake is van levensgevaar en van gevaar voor ernstig lichamelijk letsel voor betrokkene
zelfof (ook) voor anderen, terwijl de medische verklaring en het zorgplan elkaar op dit punt tegenspreken (onderdeel 2, sub a). Ook voor wat betreft het gevaar voor ernstige psychische schade maakt de rechtbank niet duidelijk of dit geldt voor betrokkene zelf of (ook) voor anderen en ook op dit punt spreken de medische verklaring en het zorgplan elkaar tegen (onderdeel 2, sub b). Dat gevaar dreigt voor maatschappelijke teloorgang van betrokkene zelf wordt zowel in de bestreden beschikking als in de medische verklaring en het zorgplan onvoldoende begrijpelijk onderbouwd (onderdeel 2, sub c). Datzelfde geldt voor gevaar dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van een ander oproept (onderdeel 2, sub d) en voor gevaar dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is (onderdeel 2, sub e). Dat wordt in de beschikking, de medische verklaring en het zorgplan slechts onderbouwd met het overnemen van een uitlating van een niet nader gespecificeerde bron (waarschijnlijk de politie). Verder wordt het ernstig nadeel (met name voor anderen) door de rechtbank niet onderbouwd met waarnemingen van de behandelaar(s) of van de onafhankelijk psychiater zelf, maar aangenomen op grond van een of meer bronnen die niet nader worden geïdentificeerd, en waar alleen de politie als informatiebron wordt genoemd. Dat is niet genoeg om ernstig nadeel aan te nemen.
3.19
Onderdeel 2 van het
cassatieberoep tegen de eindbeschikking van 20 augustus 2025komt ook op tegen de overweging van de rechtbank dat de psychische stoornis van betrokkene leidt tot ernstig nadeel (geciteerd in 2.11), waarbij ook hier wordt betoogd dat hetgeen de rechtbank heeft overwogen haar oordeel dat sprake is van ernstig nadeel niet kan dragen. De zojuist weergegeven subonderdelen a t/m e worden in dit tweede cassatieberoep herhaald. Daaraan wordt nog toegevoegd dat hetgeen de rechtbank ten grondslag heeft gelegd aan haar oordeel dat sprake zou zijn van ernstig nadeel, onvoldoende is voor het aannemen van (gevaar voor) ernstig nadeel, nu uit de verklaringen ter zitting van onder andere de politie en de wijkagent niet blijkt van vrees voor geweld jegens anderen en/of acuut levensgevaar voor betrokkene zelf.
3.2
Bij de bespreking van beide onderdelen stel ik het volgende voorop.
3.21
Art. 1:1 lid 2 Wvggz Pro bepaalt dat voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen onder ‘ernstig nadeel’ wordt verstaan het bestaan van of het aanzienlijk risico op: a. levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische, materiële, immateriële of financiële schade, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang, ernstig verstoorde ontwikkeling voor of van betrokkene of een ander; b. bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat hij onder invloed van een ander raakt; c. de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept; d. de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. [15]
3.22
De vaststelling van het ernstig nadeel en de beoordeling van de proportionaliteit van gedwongen zorg vergen een onderzoek van feitelijke aard en zijn dus aan de rechter die over de feiten oordeelt. Die vaststelling en beoordeling kunnen in cassatie daarom uitsluitend op begrijpelijkheid worden getoetst. De rechter kan volstaan met een in algemene bewoordingen luidende motivering indien uit de inhoud van de stukken, daaronder begrepen het proces-verbaal van de mondelinge behandeling, zonder nadere redengeving duidelijk en begrijpelijk is wat de rechtbank voor ogen heeft gestaan. [16]
3.23
Ik meen dat het oordeel van de rechtbank op dit punt voldoende is gemotiveerd. De rechtbank heeft zowel in de deelbeschikking van 23 juli 2025 als in de eindbeschikking van 20 augustus 2025 vastgesteld dat de stoornis bij betrokkene leidt tot ernstig nadeel, bestaande uit levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, maatschappelijke teloorgang, de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. De rechtbank is niet verplicht om het oordeel omtrent het ernstig nadeel dat voortvloeit uit een bij een betrokkene door een psychiater vastgestelde psychische stoornis onderdeel voor onderdeel te motiveren. Ernstig nadeel in een mate die het verlenen van verplichte zorg kan rechtvaardigen kan ook reeds zijn aangetoond als zich slechts één of enkele verschijningsvormen van voldoende ernstig nadeel voordoen. [17]
3.24
Daarbij komt dat de vaststelling door de rechtbank van het ernstig nadeel blijkens de deelbeschikking van 23 juli 2025 berust op informatie die zowel is terug te vinden in het zorgplan (rubriek 3a, hiervoor in 2.4 geciteerd) als in de medische verklaring (rubriek 6c, hiervoor in 2.5 geciteerd). Een en ander wordt bovendien ondersteund door hetgeen de wijkagent ter zitting van 23 juli 2025 heeft verklaard, te weten dat het ernstig nadeel zich vooral uit in de digitale correspondentie van betrokkene, waarbij hij mensen beledigt en zwart maakt, zijn e-mails dreigende uitspraken bevatten en het Team Dreigingsmanagement van de politie een verharding in de toon van de correspondentie van betrokkene heeft gesignaleerd. Ook hebben de behandelaren ter zitting verklaard dat zij het nadeel ernstig genoeg achten om “
een stap verder te gaan” (te weten verplichte zorg in te zetten). [18] Daarmee is voldoende aangetoond dat de geconstateerde psychische stoornis tot ernstig nadeel leidt (of kan leiden).
3.25
In de eindbeschikking van 20 augustus 2025 verwijst de rechtbank naar hetgeen zij heeft omschreven in de deelbeschikking ten aanzien van de overlast die betrokkene veroorzaakt in de buurt, het onveilige gevoel dat ontstaat in de portiek en de talloze e-mails en klachten die betrokkene stuurt naar verschillende instanties. Een en ander wordt mijns inziens ondersteund door hetgeen de politieagent van het basisteam Zuiderpark en de casemanager van het Team Dreigingsmanagement hebben verklaard (zie hiervoor, 2.10). Hetgeen de rechtbank heeft overwogen met betrekking tot de talloze e-mails en klachten die betrokkene stuurt naar verschillende instanties vindt steun in het grote aantal aanvullende stukken (met name e-mailberichten) dat betrokkene zelf bij de rechtbank heeft ingediend [19] en waarop de rechtbank in de eindbeschikking ook vrij uitvoerig is ingegaan. [20] Hetgeen is opgenomen in de medische verklaring en het zorgplan en hetgeen de wijkagent en politieagent ter zitting van 20 augustus 2025 hebben verklaard omtrent de zorgelijke uitlatingen van betrokkene in zijn e-mailberichten/klachten en de dreigende/heftige toon daarvan is ook terug te lezen in deze door betrokkene zelf overgelegde stukken. In het licht van dit alles acht ik het oordeel van de rechtbank met betrekking tot het ernstig nadeel voor zowel betrokkene zelf als voor anderen voldoende begrijpelijk gemotiveerd en zeker niet onbegrijpelijk.
3.26
Dat het zorgplan en de medische verklaring niet volledig overeenkomen voor wat betreft de daarin genoemde categorieën van ernstig nadeel, waarop de onderdelen een beroep doen, wijzigt de beoordeling niet. Het is immers duidelijk dat de vaststelling van de rechtbank met betrekking tot het ernstig nadeel zoals hiervoor is weergegeven op meer dan enkel deze twee stukken is gebaseerd. Het e-mailbericht van 23 juli 2025 van [betrokkene 1] [21] waarop in de onderdelen eveneens een beroep wordt gedaan, betreft een reactie op een vraag vanuit Parnassia in het kader van de oproep van de rechtbank voor de zitting (huisbezoek) op 23 juli 2025 wie de zitting zullen bijwonen en of er (ik begrijp in dat kader) nog veiligheidsrisico’s zijn. Dat er op dat moment geen aanwijzingen waren die mogelijk het risico op onveiligheid
tijdens het huisbezoekzouden verhogen, maakt niet onbegrijpelijk de vaststelling door de rechtbank dat het ernstig nadeel onder andere is gelegen in de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
3.27
De klacht tot slot dat de rechtbank haar oordeel met betrekking tot het ernstig nadeel slechts zou hebben gebaseerd op grond van een of meer bronnen die niet nader worden geïdentificeerd, waarbij alleen veelvuldig melding wordt gemaakt van de politie als informatiebron, treft gelet op het voorgaande ook geen doel. Uit hetgeen hiervoor is weergegeven volgt immers dat de rechtbank die beoordeling over het ernstig nadeel heeft doen steunen op meerdere bronnen, waaronder de verklaringen van de behandelaren en de wijkagent(en) ter zitting. Dat destijds (kennelijk) niet is gepoogd ‘het strafrecht in te zetten’, zoals is opgemerkt in het zorgplan (hiervoor in 2.4 geciteerd) en naar welke opmerking in beide onderdelen wordt verwezen, maakt dit niet anders, nu de vraag of sprake is van ernstig nadeel in de zin van de Wvggz een andere toets betreft en uit het zorgplan ook volgt dat destijds vanuit een Weegoverleg van het Zorg- en Veiligheidshuis (ZVH) [22] reeds werd gedacht aan een Wvggz-maatregel. [23]
3.28
Het voorgaande brengt met zich dat de klachten van onderdeel 2 in beide zaken falen.
Onderdelen 3 – Wilsbekwaam verzet
Subonderdelen 3.1
3.29
De subonderdelen 3.1 van beide cassatieberoepen klagen dat de rechtbank ten onrechte niet heeft onderzocht of betrokkene wilsbekwaam is, en niet kenbaar is ingegaan op de wensen en voorkeuren van betrokkene hoewel die voldoende bleken uit de bij het verzoekschrift gevoegde bijlagen, [24] terwijl de advocaat van betrokkene op dit punt ter zitting kon worden bevraagd. Voorts heeft de rechtbank miskend (in het bijzonder wanneer in cassatie wordt geoordeeld dat ernstig nadeel voor anderen niet vaststond) dat zij ambtshalve gehouden was om te onderzoeken of betrokkene wilsbekwaam was en de wensen en voorkeuren van betrokkene zouden moeten worden gehonoreerd, althans heeft de rechtbank haar oordeel op dit punt onvoldoende gemotiveerd.
3.3
Ik roep eerst het juridisch kader met betrekking tot wilsbekwaam verzet in herinnering.
3.31
Art. 2:1 lid 6 Wvggz Pro bepaalt dat de wensen en voorkeuren van de betrokkene ten aanzien van de verplichte zorg worden gehonoreerd,
tenzij:
a. de betrokkene niet tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat is,
ofb. acuut levensgevaar voor de betrokkene dreigt dan wel er een aanzienlijk risico voor een ander is op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische, materiële, immateriële of financiële schade, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang, of om ernstig in zijn ontwikkeling te worden geschaad, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
3.32
Onder verwijzing naar de wetsgeschiedenis [25] heeft de Hoge Raad hierover geoordeeld: [26]
“3.1.3 Uit de toelichting op deze bepaling (art. 2:1 lid 6 Wvggz Pro; A-G) volgt dat zogeheten wilsbekwaam verzet moet worden gerespecteerd
indien de psychische stoornis van de patiënt alleen een aanmerkelijke kans op schade voor de betrokkene zelf veroorzaakt. Hiermee is beoogd – overeenkomstig internationale verplichtingen – tot uitdrukking te brengen dat evenveel waarde wordt gehecht aan de eigen mening en instemming van een wilsbekwaam persoon met een psychische stoornis als aan die van een wilsbekwaam persoon zonder psychische stoornis. De honorering van wilsbekwaam verzet geldt voor zowel de voorbereiding, de afgifte, de uitvoering als de beëindiging van de crisismaatregel of de zorgmachtiging, dus gedurende de gehele procedure. Ook geldt de honorering van wilsbekwaam verzet voor alle vormen van verplichte zorg, aldus de wetsgeschiedenis.
3.1.4
Uit het voorgaande volgt dat art. 2:1 lid 6 Wvggz Pro ook van toepassing is in de fase van de afgifte van een zorgmachtiging.
3.1.5
Het voorgaande betekent dat indien de betrokkene tijdens de procedure tot het verlenen van een zorgmachtiging
een voldoende toegelicht bezwaar maakt tegen de voorgestelde verplichte zorg en de situaties als bedoeld in art. 2:1 lid Pro 6, aanhef en onder b, Wvggz zich niet voordoen, de rechter dient te beoordelen of de betrokkene wilsbekwaam is. (…)”
3.33
De in art. 2:1 lid Pro 6, onder b, Wvggz genoemde situaties waarin aan een beroep op wilsbekwaam verzet voorbij kan worden gegaan, komen vrijwel overeen met de categorieën van ernstig nadeel die zijn opgesomd in art. 1:1 lid Pro 2, aanhef en onder a en d, Wvggz. [27] Op het uitgangspunt dat de wensen en voorkeuren van een patiënt ten aanzien van de verplichte zorg moeten worden gehonoreerd bestaan dus betrekkelijk ruim geformuleerde uitzonderingen. De Hoge Raad heeft meermalen geoordeeld dat in een hem voorgelegde zaak de rechtbank terecht een van deze twee uitzonderingen had toegepast. [28]
3.34
Ik zal nu de middelonderdelen bespreken.
3.35
Zoals hiervoor met betrekking tot onderdeel 2 in beide zaken uiteengezet is, heeft de rechtbank voldoende begrijpelijk gemotiveerd dat de psychische stoornis van betrokkene leidt tot ernstig nadeel voor zowel betrokkene zelf als voor anderen. Omdat zich naar het oordeel van de rechtbank derhalve één van de situaties als bedoeld in art. 2:1 lid Pro 6,
onder b, Wvggz voordoet, te weten een aanzienlijk risico op ernstig nadeel voor een ander, hoefde de rechtbank niet te beoordelen of betrokkene wilsbekwaam is. Het betreffende oordeel van de rechtbank brengt mee dat de wensen en voorkeuren van betrokkene ten aanzien van de verplichte zorg niet hoefden te worden gehonoreerd.
3.36
Het voorgaande betekent dat betrokkene geen belang heeft bij de klacht dat de rechtbank (ambtshalve) had moeten onderzoeken of betrokkene wilsbekwaam was in zijn verzet tegen de zorgmachtiging. [29] De rechtbank kwam aan dit onderzoek immers niet toe nu de uitzonderingssituatie onder art. 2:1 lid Pro 6, onder b, Wvggz zich hier voordoet. [30]
Subonderdelen 3.2
3.37
Ook subonderdeel 3.2 van het cassatieberoep tegen de deelbeschikking van 23 juli 2025 stuit af op het voorgaande, nu het honoreren van wilsbekwaam verzet niet aan de orde was. Dat wordt niet anders omdat de onafhankelijke psychiater in de medische verklaring ten aanzien van de wilsbekwaamheid van betrokkene heeft opgenomen dat onduidelijk is of betrokkene wilsbekwaam is, daar dit niet ‘testbaar’ is omdat betrokkene niet meewerkt aan het onderzoek. [31] Los daarvan meen ik dat de rechtbank de uitlatingen van de advocaat, dat “
het de vraag is of deze stoornis leidt tot ernstig nadeel” en dat hij “
ervan uitgaat dat betrokkene geen zorgmachtiging wenst [32] , niet heeft opgevat als beroep op wilsbekwaam verzet. Het oordeel van de rechtbank is, anders dan het subonderdeel betoogt, niet onjuist en ook niet onbegrijpelijk is. Volgens de Hoge Raad moet in dit kader immers sprake zijn van een “
voldoende toegelicht bezwaar” tegen de voorgestelde verplichte zorg. [33] De enkele opmerking van een advocaat dat “
de kennelijke proceshouding van betrokkene is dat hij geen zorgmachtiging wenst [34] is daartoe duidelijk onvoldoende.
3.38
Het voorgaande geldt eveneens voor subonderdeel 3.2 van het beroep tegen de eindbeschikking van 20 augustus 2025. Overigens is de rechtbank wel kenbaar ingegaan op het bezwaar van betrokkene tegen het toedienen van medicatie. [35] De rechtbank heeft op dat punt als volgt geoordeeld: [36]
“De rechtbank ziet geen reden om te bepalen dat er geen antipsychotica mag worden toegediend. Het is aan de behandelaar om te bepalen welke behandeling het meest aangewezen is en of daar eventueel antipsychotica bij moeten worden toegediend.”
3.39
Gelet op het voorgaande slagen de beide onderdelen 3 niet.
Onderdelen 4
3.4
Onderdeel 4 van het cassatieberoep tegen de
deelbeschikking van 23 juli 2025richt zich tegen het oordeel van de rechtbank dat de zorgmachtiging is verleend voor de duur van één maand, waarbij de rechtbank als volgt heeft overwogen (zie hiervoor 2.9):
“De rechtbank zal de duur van de zorgmachtiging beperken tot één maand, zodat de GGZ-instelling de mogelijkheid heeft om in verplicht kader betrokkene (te onderzoeken en) zorg aan hem te verlenen De behandeling van het verzoek zal voor de resterende vijf maanden worden aangehouden. Op de vervolgzitting zal de extra informatie die in de komende maand beschikbaar komt bij de beslissing over het verlenen van de zorgmachtiging voor de overige vijf maanden worden meegewogen.”
Volgens het onderdeel laat deze overweging redelijkerwijs geen andere conclusie toe dan dat de rechtbank zelf ook vond dat de medische verklaring (en/of de informatie in het verzoekschrift en/of de overige daarbij gevoegde bijlagen) niet voldoet aan de wettelijke vereisten, zodat geen zorgmachtiging had mogen worden verleend, ook niet voor een kortere duur onder aanhouding van de resterende periode.
3.41
Zoals hiervoor in 3.13 ten aanzien van het eerste onderdeel is weergegeven heeft de rechtbank in haar deelbeschikking van 23 juli 2025 voldoende begrijpelijk gemotiveerd waarom het voor de onafhankelijk psychiater op dat moment redelijkerwijs niet mogelijk was om betrokkene in persoon/fysiek te onderzoeken, zodat de rechtbank toen terecht is uitgaan van de door de onafhankelijk psychiater opgestelde medische verklaring van 16 juni 2025. Bij die stand van zaken kon de rechtbank de zorgmachtiging dan ook verlenen voor de duur van één maand. Dit geldt temeer omdat de rechtbank het risico te groot vond om langer af te wachten op bijvoorbeeld een nadere poging tot onderzoek van betrokkene door een onafhankelijk psychiater of een nadere poging om betrokkene te horen.
3.42
Onderdeel 4 van het cassatieberoep tegen de
eindbeschikking van 20 augustus 2025betoogt dat omdat er na de deelbeschikking van de rechtbank van 23 juli 2025 geen nieuwe of aanvullende medische verklaring is opgesteld of overgelegd onjuist en/of onbegrijpelijk is dat de rechtbank in de eindbeschikking desondanks een zorgmachtiging heeft verleend tot en met 23 januari 2026.
3.43
Met het slagen van het eerste onderdeel dat is gericht tegen de eindbeschikking van 20 augustus 2025 slaagt ook de klacht in dit vierde onderdeel.
Slotsom
3.44
De slotsom luidt dat geen van de klachten tegen de deelbeschikking van de rechtbank van 23 juli 2025 tot cassatie kan leiden en dat de klachten tegen de eindbeschikking van de rechtbank van 20 augustus 2025 gedeeltelijk slagen.

4.Conclusie

In de zaak met zaaknummer: 25/03779:
De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
In de zaak met zaaknummer: 25/04134:
De conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking van de rechtbank Den Haag en tot terugwijzing naar die rechtbank.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G

Voetnoten

1.De feiten en het procesverloop zijn ontleend aan zowel de deelbeschikking van de rechtbank Den Haag van 23 juli 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:15243) als de eindbeschikking van de rechtbank Den Haag van 20 augustus 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:23588).
2.In het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 23 juli 2025 staat dat enkel de wijkagent is gehoord.
3.Rb. Den Haag, 23 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:15243 (schriftelijk uitgewerkt op 24 juli 2025).
4.Procesinleiding p. 1.
5.Uit het proces-verbaal van de (voorgezette) mondelinge behandeling op 20 augustus 2025 wordt niet duidelijk waar de voorgezette mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden.
6.Parnassia Klinisch Centrum Acute Psychiatrie.
7.Rb. Den Haag, 20 augustus 2025, ECLI:NL:RBDH:2025:23588 (schriftelijk uitgewerkt op 1 september 2025).
8.In de procesinleiding wordt op dit punt verwezen naar de beschikking van de rechtbank van 23 juli 2025, p. 2, derde alinea.
9.Zie o.m. HR 12 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:1075,
10.Zie o.m. HR 13 oktober 2023, ECLI:NL:HR:2023:1460,
11.Vgl. HR 25 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1509,
12.Vgl. HR 13 oktober 2023, ECLI:NL:HR:2023:1460,
13.Zie de medische verklaring van 16 juli 2025, p. 5 onder “10. Overige mededelingen”.
14.Vergelijk in dit verband HR 20 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3335,
15.Zie over het begrip ‘ernstig nadeel’:
16.Vgl. HR 16 mei 1997, ECLI:NL:HR:1997:AG7233,
17.In lijn met vaste rechtspraak van de Hoge Raad over het ingaan door de rechter op bezwaren tegen vormen van zorg: “
18.Overigens ontbreekt juist deze zinsnede in de geciteerde passage uit het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 23 juli 2025 in de op 11 november 2025 ingediende aanvulling van het cassatiemiddel dat is gericht tegen de deelbeschikking van de rechtbank.
19.In cassatie overgelegd in de zaak 25/04134, procesdossier deel 3
20.Zie de bestreden beschikking van 20 augustus 2025, p. 4, 2e alinea.
21.Zie productie 2 van het procesdossier in zaak 25/03779.
22.Een ‘Weegoverleg (ook wel triage) bij het Zorg- en Veiligheidshuis is een wekelijks overleg waarin nieuwe, aangemelde gevallen worden getoetst aan de criteria van het ZVH. Hierbij wordt bepaald of een complexe zaak, die zorg en veiligheid betreft, in behandeling wordt genomen en welk type aanpak nodig is (zie o.m. www.zorgenveiligheidshuizen.nl).
23.Zie het zorgplan, p. 2 onderaan.
24.In de procesinleiding wordt op dit punt verwezen naar onderdeel 3a, zesde alinea, van het zorgplan.
25.Kamerstukken II 2015/16, 32 399, nr. 25 (NvW II), p. 153.
26.Zie HR 4 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:123,
27.Vgl.
28.Zie o.m. HR 12 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1892 (art. 81 RO Pro), HR 16 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1893 (art. 81 RO Pro) en HR 23 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1930 (art. 81 RO Pro).
29.Vgl. de conclusie van A-G Lückers van 11 november 2022, ECLI:NL:PHR:2022:1057, voor HR 23 december 2022, ECLI:NL:2022:1930 (art. 81 RO Pro).
30.Zie de noot van J. Leegemate onder punt 3 bij HR 4 februari 2022,
31.Zie de medische verklaring van 16 juni 2025, rubriek 9 (Wilsbekwaamheidsbeoordeling).
32.Proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 23 juli 2025, p. 1, 2e alinea, onder “de advocaat”.
33.Zie wederom HR 4 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:123,
34.Zie het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 23 juli 2025, p. 1 onder “De advocaat” (2e alinea).
35.Ter zitting naar voren gebracht door zijn advocaat als subsidiair verzoek; zie het citaat uit het proces-verbaal weergegeven in 2.10.
36.Zie de bestreden beschikking van de rechtbank van 20 augustus 2025, p. 5, tweede alinea.