Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2022:1893

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 december 2022
Publicatiedatum
16 december 2022
Zaaknummer
22/03117
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROWet op de rechterlijke organisatieWvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake zorgmachtiging en verplichte medicatie bij wilsbekwaam verzet

Betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland betreffende een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De kern van het geschil betreft de vraag of sprake is van wilsbekwaam verzet tegen verplichte medicatie.

De Hoge Raad heeft de klachten van betrokkene beoordeeld en geoordeeld dat deze niet kunnen leiden tot vernietiging van de beschikking. De Hoge Raad achtte het niet nodig om de motivering van dit oordeel nader toe te lichten, omdat de beoordeling geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht betreft, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaat van betrokkene schriftelijk heeft gereageerd.

De Hoge Raad heeft uiteindelijk het beroep verworpen en de beschikking van de rechtbank gehandhaafd. De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Schaafsma (voorzitter), Makkink, Teuben en in het openbaar uitgesproken door Lock.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en handhaaft de beschikking inzake zorgmachtiging en verplichte medicatie.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer22/03117
Datum16 december 2022
BESCHIKKING
In de zaak van
[betrokkene],
wonende te [woonplaats], thans verblijvende te [plaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: betrokkene,
advocaat: M.E. Bruning,
tegen
DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT NOORD-NEDERLAND,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de officier van justitie,
niet verschenen.

1.Procesverloop in cassatie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/18/213301 / FA RK 22-1696 van de rechtbank Noord-Nederland van 20 mei 2022.
Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld.
De procesinleiding is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van betrokkene heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren S.J. Schaafsma, als voorzitter, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
16 december 2022.