Conclusie
1.Inleiding
2.De bewezenverklaringen en bewijsoverwegingen
Feit 1 (oplichting)
haarmedeverdachte(n), telkens met bovenomschreven oogmerk, zakelijk weergegeven, valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid als volgt gehandeld:
indrukhebben gewekt dat zij,
[verdachte] ,zelf als eigenaar
van[A]
en[B] een project op de genoemde percelen wilde ontwikkelen en
voldedenaan de voorwaarden zoals omschreven in het destijds geldende beleid, zoals omschreven in de brochure "optie ten behoeve van projecten voor commerciële, toeristische en industriële doeleinden" die daarvoor door de DIP was opgesteld en
en[B] met betrekking tot genoemde percelen,
debedrijven [A] en [B] van verdachte aanzienlijk stegen en/of waardoor verdachte aanzienlijk werd verrijkt terwijl verdachte nimmer de intentie had de projecten zelf uit te voeren en de percelen zelf te ontwikkelen en de percelen ook nimmer
heeftontwikkeld en medeverdachten [betrokkene 1] en [medeverdachte 1] nimmer hebben onderzocht of aan genoemde voorwaarden werd voldaan,
egoed
eren;
omdat zij de persoon was die de contacten had met de minister.Daarnaast blijkt ook uit de Sale and Purchase agreement (SPA) tussen [verdachte] en de koper van de aandelen in [A] dat zij zijn overeengekomen dat [verdachte] zich – ná de verkoop van de aandelen –
via haar contacten met de overheid en/of de ministerzal inspannen om te assisteren en mee te werken aan het verkrijgen van de benodigde vergunningen en, indien nodig, een verlenging van het optierecht.
3.Het eerste middel
afgiftevan de ministeriële beschikking. Uit de beschrijving in het vonnis van het uitgifteproces voor optie-/erfpachtrechten tijdens het bewind van [medeverdachte 1] als minister blijkt dat met het ondertekenen van de ministeriële beschikking de optie werd verleend, maar dat pas door de DIP tot de afgifte van een kopie van deze beschikking aan de aanvrager werd overgegaan nadat de aanvrager de kosten van de optie had voldaan en het betalingsbewijs bij de DIP had ingediend, waarna de ministeriële beschikking werd voorzien van de nodige leges en zegels. Uit het vonnis van het Hof blijkt dat ook voor het verkrijgen van erfpachtrecht kosten moesten worden voldaan. Daaruit leid ik af dat met het ondertekenen van de overeenkomst door de minister dit recht nog niet werd verkregen en dat de minister ook in deze niet als enige het Land vertegenwoordigde. Daarmee faalt ook de tweede deelklacht.
4.Het tweede middel
betrouwbare erfpachterte zijn. De tweede en derde deelklacht bouwen hierop voort. In het kader van de tweede deelklacht wordt aangevoerd dat uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat de verdachte met de optie aanvragen de indruk heeft gewekt dat zij
zelf de percelen wilde ontwikkelen. De derde klacht luidt dat het enkele in strijd met het beleid en/of op grond van een voorkeursbehandeling afgeven van de opties en overeenkomsten niet het aannemen van een valse hoedanigheid, een listige kunstgreep of een samenweefsel van verdichtsels kan opleveren. Dit brengt mee dat uit de bewijsvoering niet kan volgen dat de verdachte de ten laste van haar bewezenverklaarde oplichtingsmiddelen (valse hoedanigheid en/of listige kunstgrepen en/of een samenweefsel van verdichtsels) heeft toegepast. Hierdoor is sprake van grondslagverlating dan wel geeft het vonnis van het Hof blijk van een onjuiste rechtsopvatting en/of is de bewezenverklaring ontoereikend gemotiveerd.
samenweefsel van verdichtselsin de kern om gesproken en/of geschreven uitingen die bij die ander een op meer dan een enkele leugenachtige mededeling gebaseerde onjuiste voorstelling van zaken in het leven kunnen roepen. Een voorbeeld daarvan was aan de orde in het arrest waarin de verdachte investeerders in strijd met de waarheid voorhield dat de geïnvesteerde bedragen zouden worden terugbetaald met een jaarlijkse rente van 18%, terwijl hij noch de intentie had noch in staat was om de afspraken na te komen en hij door hem ondertekende ‘promissory notes’ afgaf teneinde te doen voorkomen dat de door hem gemaakte afspraken waren gegarandeerd. Uit dit voorbeeld blijkt dat van ‘meer dan een enkele leugenachtige mededeling’ niet slechts sprake kan zijn indien meerdere duidelijk van elkaar te scheiden leugens kunnen worden aangewezen, maar ook indien sprake is van een leugenachtige mededeling van voldoende gewicht, in combinatie met andere aan de verdachte toe te rekenen omstandigheden die tot misleiding van het beoogde slachtoffer kunnen leiden, zoals het misbruik van een tussen de verdachte en het beoogde slachtoffer bestaande vertrouwensrelatie.
listige kunstgrepengaat het in vergelijkbare zin in de kern om meer dan een enkele misleidende feitelijke handeling die een onjuiste voorstelling van zaken in het leven kan roepen. Een voorbeeld daarvan was aan de orde in het geval waarin de verdachte (met anderen) gebruik maakte van briefpapier van KPN teneinde een bank met een valse betaalopdracht te bewegen tot overboeking van een geldbedrag.
het aannemen van een valse naam of een valse hoedanigheid, gaat het er in de kern om dat het handelen van de verdachte ertoe kan leiden dat bij de ander een onjuiste voorstelling van zaken in het leven wordt geroepen met betrekking tot de ‘persoon’ van de verdachte, hetzij wat betreft diens naam, hetzij wat betreft diens hoedanigheid, waarbij die onjuiste voorstelling van zaken in het leven wordt geroepen teneinde daarvan misbruik te maken.”
1.6Geschrift, zijnde een ‘share purchase agreement’ van 22 januari 2014, overdracht aandelen in [B] aan verdachte [verdachte] :
(het Hof begrijpt: de minister ROII, [medeverdachte 1] )[medeverdachte 1]
.
het Hof begrijpt: handtekening van de minister van ROII, [medeverdachte 1]) [medeverdachte 1] op datum 27 januari 2015
(het Hof begrijpt: [medeverdachte 1] )op 27 januari 2015.
het Hof begrijpt: minister van ROII, verdachte [medeverdachte 1] ”) en datum 14 augustus 2015
(Het Hof begrijpt: [betrokkene 1] , mede gelet op de vermelding in de brief van MT/FFA)[betrokkene 1] .
het Hof begrijpt minister van ROII: [medeverdachte 1] )[medeverdachte 1] met datum 30 oktober 2015.
het Hof begrijpt: minister van ROII, verdachte [medeverdachte 1] ”) [medeverdachte 1] .
het Hof begrijpt: minister van ROII, verdachte [medeverdachte 1] ”) [medeverdachte 1] .
(Het Hof begrijpt: [betrokkene 1] , mede gelet op de vermelding in de brief van MT/FFA)[betrokkene 1] .
het Hof begrijpt minister van ROII: [medeverdachte 1] )[medeverdachte 1] met datum 24 maart 2016.
(het Hof begrijpt: minister van ROII, verdachte [medeverdachte 1] )[medeverdachte 1] en contractant (
het Hof begrijpt: [betrokkene 12] )
(Het Hof begrijpt: van [verdachte] )werd opgemaakt.
(het Hof begrijpt: VBA)een optie op het terrein?
(Het Hof begrijpt: van [B] )voor een commercieel terrein aan de [weg 1] nummer [K2] d.d. 15 maart 2014.
Het Hof begrijpt: de brief van 14 januari 2015)opgesteld en ondertekend. Ik heb deze brief met een bijlage gestuurd en die bijlage moet voorzien zijn van een akkoord van de minister.
listige kunstgrepenkunnen worden aangemerkt. Uit de bewijsmiddelen kan immers worden afgeleid dat de verdachte gebruik heeft gemaakt van een schijnconstructie. Er werd immers de schijn gewekt dat de rechtspersonen namens wie de aanvragen werden gedaan beschikten over de kennis en mogelijkheden om de projecten te ontwikkelen, terwijl dit in werkelijkheid niet het geval was. De rechtspersonen waren leeg en als directeuren zijn door de verdachte aangesteld haar 19-jarige dochter (bewijsmiddelen 1.10 en 2.1) en iemand die in de herinnering van medeverdachte [betrokkene 1] eerder als werkster voor de verdachte had gewerkt (bewijsmiddelen 5.18 en 5.20). Dit gaat, anders dat de stellers van het middel veronderstellen, verder dan een ‘enkele misleidende feitelijke handeling’.
5.Het derde middel
4.1Proces-verbaal 1ste verhoor [getuige 8] :
(het Hof begrijpt: als directeur van de DIP)een aanvrager gesproken heb, ik diegene doorverwijs naar de minister. Zodat diegene daar zijn aanvraagbrief inlevert. Wat ze er ook mee bedoelen is dat de minister mijn advies vraagt. De aanvraag wordt ook bij de DIP geregistreerd. Dat is de reguliere procedure. Bij de vorige minister
(het Hof begrijpt: [medeverdachte 1] )werd er direct een akkoord gegeven. Dat is wat ik gezien heb op brieven. Er werd geen advies gevraagd. Dat kan niet. Tenminste, niet als je als minister werkt volgens de deugdelijkheidsbeginselen, de beginselen van behoorlijk bestuur.”
vaststeltdat de medeverdachte
geen opzetheeft gehad, staat dit een veroordeling voor medeplegen in de weg. [4] Hoewel ik toegeef dat op grond van de bewijsmiddelen niet met zekerheid is vast te stellen of [betrokkene 1] een welwillende participant was (en dus opzet had op de oplichting) of slechts iemand die uit zelfbehoud meeging in de werkwijze van de minister, kan niet worden gezegd dat het Hof heeft
vastgestelddat [betrokkene 1] geen opzet heeft gehad op de oplichting. De hiervoor weergegeven getuigenverklaringen, waaruit blijkt dat de DIP wel kon toetsen aan het beleid, maar dit niet deed, wijzen eerder in de andere richting. Ik wijs er in dit verband op dat [betrokkene 1] – over wie [getuige 8] heeft verklaard dat hij alles bepaalde binnen de DIP, close was met de minister en adviezen opstelde in zaken “die niet klopten” (bewijsmiddelen 4.1 en 4.2) – heeft meegewerkt aan het verwerken van aanvragen van (opties op) erfpachtrechten waarvan hij wist dat ze niet volgens de normale procedure werden verstrekt.
6.Het vierde middel
7.Het vijfde middel
medegepleegd. Daarvoor is enkel vereist dat de verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met haar medeverdachte(n) bij de oplichting van het land en daaraan een intellectuele dan wel materiële bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd. [5] Dat is in de onderhavige zaak wat mij betreft het geval. De verdachte heeft namens vennootschappen waarmee zij kan worden vereenzelvigd, aanvragen ingediend voor (opties op) erfpachtrechten. Uit de gang van zaken die hierna heeft plaatsgevonden (het voortrekken van de aanvragen door de minister en [betrokkene 1] , het tussentijds wijzigen van de aanvragen op verzoek van de uiteindelijke koper van de aandelen in de vennootschap dan wel het na het verlenen van de optie niet toetsen van ingediende stukken en het daarna verlenen van de uiteindelijke erfpachtrechten) ligt wat mij betreft besloten dat is gehandeld volgens een gezamenlijk plan, dan wel dat gezamenlijk is opgetreden met een gemeenschappelijk doel. [6] Dit betekent dat het medeplegen toereikend is gemotiveerd. De verdachte heeft een essentieel aandeel gehad in de verwezenlijking van dit plan, namelijk het via vennootschappen indienen van de aanvragen. Het uiteindelijk verlenen van de erfpachtrechten was ook onderdeel van dit plan en ook in deze fase werd gesjoemeld met de aanvragen, zo blijkt uit de bewijsvoering. Ik wijs er in dit verband op dat in ieder geval ten aanzien van [A] blijkt dat de stukken die zijn ingediend in de fase na het verlenen van het optierecht zagen op de bouw van een carwash, terwijl de verleende optie zag op een luxe appartementencomplex en winkelruimten en dat dus niet was voldaan aan de optievoorwaarden, terwijl het erfpachtrecht toch is verleend. Tegen deze achtergrond is niet van belang dat de verdachte de aandelen in deze vennootschappen na het verlenen van de opties op erfpachtrechten, maar nog voor het verlenen van het recht van erfpacht aan deze vennootschappen, heeft verkocht aan derden.
8.Het zesde middel
2.5Proces-verbaal van bevindingen onderzoek historische printgegevens aan de hand van verklaring [getuige 2] :
9.Het zevende middel
2.1Proces-verbaal relatie [verdachte] en diverse verdachten:
vermoedelijkin gebruik is bij de echtgenote van [medeverdachte 1] . Dit betekent volgens de stellers van het middel dat uit het vonnis van het Hof niet kan worden afgeleid dat “het wettig en overtuigend heeft bewezenverklaard dat dit telefoonnummer inderdaad bij [medeverdachte 1] echtgenote in gebruik was”. In dit verband merken de stellers van het middel op dat uit het proces-verbaal zelf niet volgt op basis van welke feiten en omstandigheden het telefoonnummer ‘vermoedelijk’ aan [medeverdachte 1] echtgenote toebehoort.
10.Het achtste middel
11.Het negende middel
Feit 3 (ambtelijke omkoping)