Conclusie
“doodslag”en 2. “
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen”veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren, met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft het hof gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld en van overheidswege zal worden verpleegd. Bovendien heeft het hof beslissingen genomen ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen, een en ander zoals in het arrest bepaald.
3.De verklaring van de verdachte.
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 16 april 2024 verklaard - zakelijk weergegeven -:
4.De verklaring van de verdachte.
er een dodelijk slachtoffer was te betreuren en men medeverdachte [medeverdachte 2] ook zelf verdacht van betrokkenheid daarbij
de medeverdachte zelf in elk geval een (grote) rol speelde in de openlijke geweldssituatie als gevolg waarvan zijn oudere broer hem heeft moeten "redden". De medeverdachte zocht immers zelf de confrontatie op door weer uit de auto te stappen
de medeverdachte mogelijk angstig was een verklaring af te leggen die belastend zou kunnen zijn zichzelf en mogelijk negatieve gevolgen kon hebben voor zijn oudere broer
er bij de medeverdachte ook nog angstgevoelens waren over (wat achteraf bleek te gaan om een actie van de politie) mogelijke bedreigingen aan het adres van hem en zijn ouders
“er in redelijkheid beschouwd helemaal geen situatie was waarin de verdachte genoodzaakt was om zijn broertje te verdedigen, laat staan met een mes”, in het licht van de tot het bewijs gebezigde verklaringen van verdachte en hetgeen de verdediging heeft aangevoerd met betrekking tot het bestaan van een noodweersituatie op dat moment, onbegrijpelijk is en/of onvoldoende met redenen is omkleed.
“weer was uitgestapt om verhaal te halen”en dat daarna
“het duwen en trekken en het over en weer slaan”begon. [4]
“dat op het moment dat de broer zich wist los te wurmen, de noodweersituatie voorbij was”, maar dat dit, anders dan het hof overweegt, niet tot gevolg heeft dat het beroep op noodweerexces
“alleen al om die reden”niet kan slagen. Dat oordeel geeft daarmee blijk van een onjuiste rechtsopvatting, aldus de steller van het middel.
“dat er in redelijkheid beschouwd helemaal geen situatie was waarin de verdachte genoodzaakt was om zijn broertje te verdedigen, laat staan met een mes. Het hof is gelet daarop van oordeel dat geen sprake is geweest van een noodweersituatie. Alleen al om die reden kan het beroep op noodweerexces niet slagen”.
“voorbij was”) waardoor het beroep op noodweerexces, aldus het hof,
“alleen al om die reden”niet kan slagen. De steller van het middel geeft de overweging van het hof dan ook onjuist weer, zodat de klacht feitelijke grondslag mist.
“met name gelet op de constatering van de deskundigen dat deprimaire antisociale kant van de persoonlijkheidsstoornis van de verdachte meer en meer prominent wordtmet daarbinnen berekening, instrumenteel handelen en snel een rechtvaardiging voelen om voor zichzelf en zijn naasten op te komen (…)de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen of goederen de terbeschikkingstelling van de verdachte met verpleging van overheidswege eisen”, en heeft daarbij in het bijzonder betrokken (f) dat de deskundigen hebben aangegeven dat er binnen de tbs-maatregel mogelijkheden bestaan tot interventies en/of behandelingen, gericht op het reduceren van het risico dat voortvloeit uit de antisociale persoonlijkheidsstoornis, alsmede (g) dat de verdachte bij een dergelijke behandeling mogelijk baat kan hebben.
“reeds het bestaan bij verzoeker van een antisociale persoonlijkheidsstoornis meebrengt dat ook de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen en goederen in gevaar is in zodanige mate dat het oplegging van die tbs met dwangverpleging vereist”, faalt omdat zij berust op een verkeerde lezing van het bestreden arrest. Het is het hof klaarblijkelijk niet te doen geweest om het (enkele) ‘bestaan’ van de antisociale persoonlijkheidsstoornis bij de verdachte, maar om de mate waarin de primaire antisociale kant van zijn stoornis prominenter wordt. Het is bovendien een combinatie van factoren die het hof uiteindelijk tot het oordeel hebben gebracht dat de verdachte, ter bescherming van de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen of goederen, ter beschikking moet worden gesteld. In zoverre is het middel tevergeefs voorgesteld.
berekening, instrumenteel handelen en snel een rechtvaardiging voelen om voor zichzelf en zijn naasten op te komen”) oordelen dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen of goederen de oplegging van de tbs-maatregel met dwangverpleging eist, terwijl het hof in het voorliggende geval daarnaast nog acht heeft geslagen op de (andere) deskundigenrapportages waaruit blijkt dat de antisociale persoonlijkheidsstoornis van de verdachte gepaard gaat met een verhoogd risico op recidive en dat daarvoor in het kader van een tbs-maatregel behandelmogelijkheden bestaan.