Conclusie
1.Inleiding
2.Feiten en procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Anders dan de moeder heeft gesteld, is het hof van oordeel dat – in het licht van de belangenafweging uit art. 3 IVRK Pro – de rechtbank niet buiten het toepassingsgebied van art. 1:336a BW is getreden. Ook is geen sprake van verzuim van essentiële vormen. De rechtbank heeft de moeder namelijk na de bestreden beschikking in de gelegenheid gesteld om zich tegen het verzoek te verweren. De moeder heeft hiervan gebruikgemaakt, zodat het recht op hoor en wederhoor daarmee is gewaarborgd. Het hof is van oordeel dat het appèlverbod niet kan worden doorbroken. Daardoor komt het hof niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van het verzoek.’
(a) art. 1:257 BW Pro (voorlopige ondertoezichtstelling), art. 1:259 BW Pro (vervangen van de gecertificeerde instelling die het toezicht heeft), art. 1:262b BW (geschillen met betrekking tot de uitvoering van de ondertoezichtstelling), art. 1:263 lid 3 BW Pro (bekrachtigen van een schriftelijke aanwijzing), art. 1:264 BW Pro (vervallen verklaren van een schriftelijke aanwijzing) en art. 1:265 BW Pro (intrekken van een schriftelijke aanwijzing);
(b) art. 1:278 lid 2 BW Pro (aanhouden van de beslissing tot herstel van ouderlijk gezag);
(c) art. 1:253s BW (wijzigen van de verblijfplaats van een minderjarige die in een pleeggezin woont in geval van ouderlijk gezag) en art. 1:336a BW (wijzigen van de verblijfplaats van een minderjarige die in een pleeggezin woont in geval van voogdij);
(d) art. 1:435 lid 2 BW Pro (benoemen van een tijdelijke bewindvoerder);
(e) art. 1:452 lid 2 BW Pro (benoemen van een tijdelijke mentor).
De vorengenoemde argumenten gelden ook voor de situatie waarin de kinderrechter het verzoek van een derde-voogd om toestemming tot wijziging in het verblijf van het kind heeft afgewezen. Ik merk nog op dat, nu de grond vermeld in artikel 336a, tweede lid, tweede zin (…), dezelfde is als die van het voorgestelde artikel 299a, vierde lid, Boek 1 BW, zeker hier de appèlrechter eigenlijk reeds zou bezien of de definitieve voorziening van artikel 299a aangewezen is. De commissie-Wiarda zegt over de situatie waarin het verzoek van de derde-voogd is afgewezen, dat de pleegouder binnen vier weken voogdijwijziging dient te vragen, op straffe van verval van de blokkade (blz. 117, rapport); daarmee dus hoger beroep uitsluitend en een spoedige definitieve voorziening met betrekking tot het gezag over het kind gewenst achtend.’ [21]
In geval het op artikel 336a Boek 1 BW gegronde verzoek van de derde-voogd door de kinderrechter is ingewilligd - voor welke casuspositie de commissie-Wiarda evenmin hoger beroep (voor de pleegouders dus) voorstelt - zullen de pleegouders het kind binnen een door de rechter te bepalen termijn moeten afstaan aan de voogd. Het gaat hier om een situatie waarin het niet waarschijnlijk is dat de kinderrechter uiteindelijk grond voor benoeming van een der pleegouders tot voogd over het kind aanwezig zal achten. De in de artikelen 336a, tweede lid, tweede zin, en 299a, vierde lid, Boek 1 BW vermelde toetsingsgrond is immers dezelfde. Het nieuwe artikel 299a Boek 1 BW laat overigens toe dat pleegouders op het verzoek van een derde-voogd om de vervangende toestemming van de kinderrechter, bedoeld in artikel 336a Boek 1 BW, bij - dezelfde - kinderrechter reageren met het verzoek van artikel 299a Boek 1 BW. Tegen een voor hen negatief uitgevallen beslissing van de kinderrechter daarop is voor pleegouders appel mogelijk, zodat pleegouders het in de hand hebben dat de zaak toch door een hogere rechter kan worden bezien.’ [22]
De wijziging van de verblijfplaats van de kinderen blijft in stand.
De advocaat van de moederDat begrijp ik niet, want het is een voorlopige beslissing. De beslissing kan toch nog worden veranderd nadat de belanghebbende zijn gehoord?’ [32]
De kinderrechterEr moeten hele goede redenen zijn om de beslissing van de kinderrechter van 22 mei te vernietigen. Ik concludeer nu niet dat die op verkeerde gronden is genomen. Ik zie dan ook geen reden om de beslissing te vernietigen. Dat betekent dat de situatie blijft zoals die nu is.’ [33]