Conclusie
Nummer22/02313
Inleiding
Het eerste middel
het hof begrijpt: Eenheid Zeeland-West-Brabant: zie volgende bewijsmiddel). Op 22 januari (
het hof begrijpt: 22 januari 2020) was ik samen met mijn collega wijkagent [verbalisant 2] werkzaam om te anticiperen op meldingen vanuit de meldkamer en werkzaamheden te verrichten in onze wijken als wijkagent. Ik hoorde van mijn collega [verbalisant 2] dat een inwoner van onze wijk mocht worden aangehouden voor onder andere vernieling. Het ging om [verdachte], welke woont op de [a-straat 1] te [plaats].