Conclusie
I. Inleiding
feit 1: Met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen zijn kind, meermalen gepleegd” en “
feit 2: Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl de schuldige het feit begaat tegen zijn kind, meermalen gepleegd”.
Feit 1 en 2
voormeldebewijsmiddelen als volgt verbeterd en aangevuld:
2. Gesprek gestart op 3 september 2019, [slachtoffer] schrijft dat ze “geil” is. Tussen [slachtoffer] en “Papa” worden diverse emoticons gestuurd.
Pagina 240
toegevoegd:
een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 25 maart 2021, pagina 169 tot en met 181, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte [verdachte] :
een proces-verbaal van bevindingen (met bijlagen) d.d. 8 maart 2021, pagina 150 en 151, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant] :
[betrokkene 1] , je weet nog niet de helft van wat zich heeft afgespeeld de afgelopen 3 jaar met [slachtoffer] op sex gebied.... ik praat het niet goed maar om mij meteen als crimineel neer te zetten is niet terecht...... (..)“.”
4.3.2 De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
gedurende een jaarwekelijks werd misbruikt door haar vader. Teruggerekend zou dit dus betekenen
vanaf december 2019.
half september 2019zou hebben plaatsgevonden. Dit zou [slachtoffer] zelf tegen moeder [betrokkene 1] hebben verteld. Hier wordt de tenlastegelegde periode ineens met drie maanden opgeschoven, dus vanaf december 2019 naar half september 2019.
vanaf november 2019gestart wordt met seksueel getinte opmerkingen, vanuit de kant van cliënt. [1]
eigenlijk echt niet meer zo goed weet hoe oud ze was en wanneer dat was.
Aanvulling pagina 3, onder het kopje 'Voorwaardelijk verzoek horen getuige [slachtoffer] ‘:
Aanvullende bewijsoverweging
ordecisive] bewijsmateriaal, aangezien de verklaring in belangrijke mate wordt ondersteund door de inhoud van andere (niet van dezelfde bron afkomstige) bewijsmiddelen.
De deelklachten
Het juridisch kader
NJ2021/173, m.nt. Reijntjes (rov. 2.9.2 en 2.9.3) bijgesteld. Die bijstelling houdt samengevat in dat het belang bij het oproepen en horen van een getuige moet worden voorondersteld als het gaat om een getuige ten aanzien van wie de verdediging het ondervragingsrecht nog niet heeft kunnen uitoefenen, terwijl deze getuige al – in het vooronderzoek of anderszins – een verklaring heeft afgelegd met een belastende strekking. Het gaat dan om een verklaring die door de rechter voor het bewijs van het tenlastegelegde feit zou kunnen worden gebruikt of al is gebruikt. Daarvan is in ieder geval sprake als de rechter in eerste aanleg een verklaring van een getuige voor het bewijs heeft gebruikt, en de verdediging in hoger beroep het verzoek doet deze getuige op te roepen en te (doen) horen. In dat geval mag van de verdediging geen nadere onderbouwing van dit belang worden verwacht.
De bespreking van de deelklachten
3 jaar(cursivering van mij, A-G) met [slachtoffer] op seks gebied”. Dat de verdachte daarbij het oog heeft op seks met hemzelf, laat zich afleiden uit de zin die direct daarop volgt: “ik praat het niet goed maar om mij meteen als crimineel neer te zetten is niet terecht”.
gehelebewezenverklaarde periode als factor heeft meegewogen bij de strafoplegging en de bepaling van de duur van (ook het onvoorwaardelijk gedeelte) van de gevangenisstraf. Het hof rept hier niet van
in, maar van
gedurendeeen periode van ruim twee jaar. [15] Dat daarvan sprake zou zijn, blijkt echter niet uit het onderzoek ter terechtzitting, noch uit de bewijsvoering. Mede in het licht van hetgeen de verdediging met betrekking tot de pleegperiode naar voren heeft gebracht, acht ik, onder verwijzing naar het in randnummer 26 weergegeven arrest van HR 28 september 2021, ECLI:NL:HR:2021:1399 de strafmotivering op dit onderdeel niet (zonder meer) begrijpelijk.