Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Beslissing
12 oktober 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake zware mishandeling. De verdachte werd veroordeeld voor het toebrengen van ernstige snij- en steekwonden aan het slachtoffer op 12 augustus 2017 in Almelo.
De verdediging verzocht in hoger beroep om het horen van de aangever en drie getuigen, om de betrouwbaarheid van hun verklaringen te toetsen, omdat er tegenstrijdigheden waren. Het hof wees dit verzoek af wegens onvoldoende onderbouwing en gebruikte toch de eerder afgelegde verklaringen als bewijs, zonder de verdachte de mogelijkheid te geven het ondervragingsrecht uit te oefenen.
De Hoge Raad overweegt dat het belang bij het horen van deze getuigen moet worden voorondersteld omdat de verklaringen belastend zijn en de verdediging het ondervragingsrecht nog niet heeft kunnen uitoefenen. Het hof heeft niet onderzocht of de procedure als geheel voldoet aan het recht op een eerlijk proces zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe berechting.
Uitkomst: Arrest hof vernietigd en zaak terugverwezen wegens schending ondervragingsrecht en onvoldoende motivering afwijzing getuigenverzoek.