Conclusie
Inleiding
Het middel
De bewezenverklaringen, bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen
1.Een proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] van 23 november 2020, opgemaakt door de opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] (dossierpagina's 349-354).
de verdachte:
[betrokkene 6]:
[betrokkene 6]:
[getuige 1]:
[betrokkene 1]:
[betrokkene 1]:
[betrokkene 1]:
[betrokkene 5]:
[betrokkene 9]:
[betrokkene 2]:
verbalisant[verbalisant 10] :
verbalisant[verbalisant 12] :
Het verweer van de verdediging
‘kom, laten we gaan kijken’en dat dat aansluit op de verklaring van [betrokkene 6] . Nee, dat heb ik niet gezegd. Als [betrokkene 6] en mijn vriendin hebben verklaard dat ik boos was is dat niet juist. Ik was niet boos, maar bang.
: “[de verdachte] had mij verteld dat hij problemen met de mannen had. [de verdachte] weet dat ik gewapend ben. [de verdachte] had tegen mij gezegd om met hem naar de jongens te gaan. Hoe duidelijk kan ik zijn”.Dat [betrokkene 6] gewapend was volgt ook uit zijn verklaring die als bewijsmiddel 3 is opgenomen in de bewijsvoering van het Hof, waarin hij verklaart dat hij zich “7x24 uur” bewapent, dat hij op instructie van de verdachte naar de toko is gegaan en daar gericht op [slachtoffer] en [betrokkene 1] heeft geschoten.
“[de verdachte] had mij verteld dat hij problemen met de mannen had. [de verdachte] weet dat ik gewapend ben. [de verdachte] had tegen mij gezegd om met hem naar de jongens te gaan. Hoe duidelijk kan ik zijn” (bewijsmiddel 4), niet tot het bewijs mocht worden gebruikt, omdat deze een conclusie betreft, die niet kan worden aangemerkt als een eigen waarneming of ondervinding. De stellers van het middel verwijzen in dat kader naar HR 28 maart 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU8270,
NJ2007/526, m.nt. Reijntjes. Ik lees de bedoelde verklaring echter anders, namelijk in die zin dat [betrokkene 6] daarmee te kennen heeft willen geven wat de verdachte hem heeft verteld en waarom hij daar zelf uit opmaakte dat hij zijn wapen moest meenemen toen ze ‘de jongens’ gingen opzoeken. Aldus bevat de tot het bewijs gebezigde verklaring van [betrokkene 6] niets wat niet kan worden aangemerkt als een mededeling van hetgeen hij zelf heeft waargenomen of ondervonden.
NJ2010/642. Uit dat arrest volgt namelijk evenmin dat bij het medeplegen van het voorhanden hebben van een vuurwapen moet komen vast te staan dat elke medepleger beschikkingsmacht heeft gehad over het vuurwapen. Het vonnis van het Hof getuigt (dan ook) niet van een verkeerde toepassing van het juridisch kader te dezen.
en/of[slachtoffer] ”, het besluit is genomen “om [betrokkene 1]
en/of[slachtoffer] te doden”, en de verdachte “opzet had op de samenwerking met [betrokkene 6] en opzet op het gaan schieten op [betrokkene 1]
en/ofop [slachtoffer] ” (cursivering door mij, A-G).
Slotsom