ECLI:NL:PHR:2023:894
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid inbeslagname voertuig op grond van mondeling Europees onderzoeksbevel
De zaak betreft het beklag van de klager tegen de inbeslagname van zijn voertuig, een Toyota Corolla, die plaatsvond op 27 december 2022 in het kader van een mondeling Europees onderzoeksbevel (EOB) van Belgische justitiële autoriteiten. De schriftelijke formalisering van het EOB vond pas plaats op 7 maart 2023. De klager werd op dezelfde dag aangehouden op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) en later overgeleverd aan België.
De rechtbank Limburg verklaarde het beklag ongegrond, stellende dat de inbeslagname rechtmatig was omdat het mondelinge EOB als rechtsgrond diende en later schriftelijk werd bevestigd. De rechtbank toetste niet de proportionaliteit of het belang van het voortduren van het beslag, conform het toetsingskader voor EOB's, maar keek wel naar de formaliteiten en het bewijsmateriaal waarop het EOB betrekking heeft.
In cassatie werd aangevoerd dat een mondeling EOB niet rechtsgeldig is en dat het beslag na de feitelijke overlevering van de klager aan België (18 januari 2023) geen rechtsgrond meer had. De Hoge Raad verwierp dit, stellende dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het mondelinge EOB voldoende rechtsgrond bood en dat het schriftelijke EOB later werd geformaliseerd. Tevens is het beslag niet onrechtmatig zolang het klaagschrift niet onherroepelijk is afgewezen en het beginsel van wederzijdse erkenning geldt.
De conclusie van de procureur-generaal bij de Hoge Raad is dat het cassatieberoep moet worden verworpen en dat de inbeslagname en het voortduren van het beslag op het voertuig rechtmatig zijn, mits de overdracht niet dient voor verbeurdverklaring of confiscatie maar uitsluitend voor onderzoek in België.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de inbeslagname van het voertuig op basis van het mondeling EOB wordt als rechtmatig bevestigd.