Conclusie
Nummer21/04001
Inleiding
Procesgang
onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van na te melden duur".
De ontvankelijkheid van het cassatieberoep
Ten aanzien van het onder 4 bewezenverklaarde
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld tot gevangenisstraf en ontzegging van de rijbevoegdheid wegens meerdere strafbare feiten, waaronder overtreding van de Wegenverkeerswet 1994. Na het arrest van 25 augustus 2021 stelde het hof op 21 september 2021 een herstelbeslissing vast om een kennelijke fout in de strafmotivering te corrigeren.
Tegen zowel het oorspronkelijke arrest als de herstelbeslissing werd cassatieberoep ingesteld, maar dit beroep werd deels ingetrokken. Het resterende cassatieberoep richtte zich op de strafmotivering omtrent de ontzegging van de rijbevoegdheid. De Hoge Raad oordeelde dat tegen een herstelbeslissing geen beroep openstaat en dat de verdachte al bedacht had moeten zijn op de herstelbeslissing, waardoor de overschrijding van de beroepstermijn niet verontschuldigbaar was.
De Hoge Raad concludeerde daarom dat de verdachte niet-ontvankelijk is in het cassatieberoep. De herstelbeslissing betrof een eenvoudige correctie van een kennelijke fout en had geen invloed op de termijn voor het instellen van het beroep. Dit arrest bevestigt het belang van tijdige beroepsinstelling en de beperkte mogelijkheid tot beroep tegen herstelbeslissingen.
Uitkomst: De verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens overschrijding van de beroepstermijn na een herstelbeslissing.