Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.De bewezenverklaring, de bewijsmiddelen en de in hoger beroep gevoerde verweren
[betrokkene 1]:
[betrokkene 2]:
verdachte:
mededeling van
3.Korte schets van het beoordelingskader
NJ2016/316, m.nt. N. Rozemond ontleende – uitgangpunten relevant:
de dubbele causaliteitseis) (rov. 3.6.2). [3]
het intensieve exces), dan wel die situatie was beëindigd en de noodzaak tot verdediging niet meer bestond, maar de gedraging nog steeds wel het onmiddellijke gevolg was van een hevige gemoedsbeweging die was veroorzaakt door de daaraan voorafgaande wederrechtelijke aanranding (
het extensieve of tardieve exces) (rov. 3.6.2). [6]
4.Bespreking van het middel
De feiten
louterhet onmiddellijke gevolg was van een hevige gemoedsbeweging veroorzaakt doordat (en nadat) de aangever de achterruit van de auto van de verdachte had ingeslagen, zelfstandig dragen. Dat geldt temeer wanneer hierbij de door het hof vastgestelde feiten en de door het hof voor het bewijs gebezigde bewijsmiddelen worden betrokken (zie de randnrs. 4.1. en 4.2.). Kennelijk is het hof van oordeel dat de verdachte nadat zijn autoruit was ingeslagen, de reeds eerder ingezette achtervolging, heeft hervat. Dat het inslaan van de autoruit zijn eerdere woede over het rijgedrag van de aangever niet zal hebben verminderd, maakt dat niet anders.
doorslaggevendbelang is geweest voor de aan de verdachte verweten gedraging (in casu: het beschadigen van de auto van de aangever). Aan die voorwaarde is in de onderhavige zaak naar het oordeel van het hof niet voldaan. De in het middel betrokken stelling dat het hof heeft miskend dat het beëindigen van de ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding niet in de weg staat aan een geslaagd beroep op noodweerexces, berust op een verkeerde lezing van het arrest.