Uitspraak
Met het tijdsverloop zal bij het bepalen van de straf rekening worden gehouden.
Hoge Raad
De verdachte werd door het Hof veroordeeld voor mishandeling van een vrouw op 14 januari 1988 te Amsterdam. Hij had haar meerdere malen met kracht geslagen en daarna zijn auto genomen en weggegaan. De verdachte voerde in hoger beroep een beroep op noodweer en noodweerexces aan, stellende dat hij zich verdedigde tegen een aanval op zijn persoon en auto.
Het Hof verwierp dit verweer omdat de verdachte zich volgens het Hof eenvoudig had kunnen onttrekken aan de situatie door in zijn auto te stappen en weg te rijden, hetgeen niet feitelijk onmogelijk was. Ook het beroep op noodweerexces werd afgewezen omdat er geen sprake was van een noodzakelijke verdediging.
De Hoge Raad oordeelde dat de overschrijding van de redelijke termijn niet aannemelijk was, mede gelet op de aard en ernst van het feit en het noodzakelijke extra onderzoek in eerste aanleg. Het beroep op noodweer en noodweerexces werd eveneens verworpen omdat het Hof terecht oordeelde dat er geen noodzakelijke verdediging was. Het arrest bevestigt dat overschrijding van de grenzen van noodzakelijke verdediging alleen kan plaatsvinden indien de verdediging noodzakelijk is of is geweest.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd verworpen en de veroordeling voor mishandeling bleef in stand met afwijzing van het beroep op noodweer en noodweerexces.