Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
15 december 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft een strafzaak tegen verdachte die samen met een medeverdachte werd veroordeeld voor medeplegen van poging doodslag en poging zware mishandeling. Het hof Amsterdam oordeelde dat het geweld van verdachte aanvallend en disproportioneel was, waardoor het noodweerverweer werd verworpen.
De Hoge Raad herhaalt de criteria voor noodweer zoals geformuleerd in het overzichtsarrest HR 2016:456 en stelt vast dat het hof onvoldoende feitelijke vaststellingen deed over het tijdsverloop en de context van de gedragingen van verdachte. Het hof had niet voldoende gemotiveerd waarom het geweld van verdachte als aanvallend moest worden aangemerkt, terwijl vaststond dat verdachte was gestoken en dat er sprake was van een aanval op de medeverdachte.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof voor zover het gaat om de bewezenverklaring en strafoplegging voor de feiten onder 1 en 3, en wijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor hernieuwde beoordeling. Het beroep van verdachte wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof over noodweer en wijst zaak terug voor nieuwe beoordeling.