Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Aanleiding en verloop van de zaak
“overtreding van de artikelen 1 lid 1 sub a Wet op de kansspelen, artikel 36 lid 1 Wet Pro op de kansspelen, artikel 1, aanhef en onder sub 3 van de Wet op de economische delicten en artikel 6 lid 2 en Pro 3 Wet op de economische delicten”. [2] De vordering van de Staat wordt geschat op € 74.410,-. Er rust sindsdien geen klassiek beslag meer op het geldbedrag. [3]
3.Het middel
NJ2007/649. In die beschikking overwoog de Hoge Raad het volgende: