ECLI:NL:HR:2020:1374

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 september 2020
Publicatiedatum
4 september 2020
Zaaknummer
19/04742
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 18 WEDArt. 552a SvArt. 9.3.3.1 Wet milieubeheerArt. 9.3.3.2 Wet milieubeheer
Verwijzingen
6 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onbevoegde behandeling klaagschrift economische delicten

De zaak betreft een klaagschrift ingediend door een aandeelhouder van een BV, verdacht van een economisch delict in verband met overtreding van de REACH-verordening omtrent opslag van geïmporteerde gasflessen. De rechtbank Overijssel had het klaagschrift behandeld, maar niet door de economische raadkamer, terwijl volgens de wet milieubeheer en het Wetboek van Economische Delicten (WED) economische delicten door de economische raadkamer behandeld moeten worden.

De Hoge Raad overweegt dat de rechtbank ten onrechte niet de economische raadkamer heeft laten optreden als bevoegd orgaan, hetgeen in strijd is met de wettelijke bepalingen. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van de beschikking en terugwijzing van de zaak naar de rechtbank voor een correcte behandeling door de economische raadkamer.

De Hoge Raad volgt deze conclusie en vernietigt de bestreden beschikking. De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank Overijssel om het klaagschrift opnieuw te behandelen en af te doen door de juiste kamer. Hiermee wordt het belang van correcte procedurele behandeling bij economische delicten benadrukt.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor behandeling door de economische raadkamer.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/04742 B
Datum15 september 2020
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Overijssel van 13 september 2019, nummer RK 19/280, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze hebben Th.J. Kelder, advocaat te ’s‑Gravenhage, en P. Uijtdewillegen, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Overijssel teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden behandeld en afgedaan.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het klaagschrift ten onrechte niet is behandeld door de economische raadkamer van de rechtbank en dat de beschikking ten onrechte niet is gewezen door de economische raadkamer van de rechtbank.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Overijssel, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
15 september 2020.