Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
14 februari 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een klaagschrift over beslag op een geldbedrag in verband met verdenking van overtreding van artikel 1.1.a van de Wet op de kansspelen, een economisch delict. De rechtbank Den Haag behandelde het klaagschrift echter niet door de bevoegde economische raadkamer, maar door een gewone enkelvoudige strafkamer.
De advocaat-generaal concludeerde dat dit een onbevoegde behandeling was, omdat artikel 1.3 van de Wet economische delicten bepaalt dat overtredingen van artikel 1.1.a Wok onder de economische delicten vallen en dus door de economische raadkamer behandeld moeten worden.
De Hoge Raad volgt deze conclusie, vernietigt de bestreden beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank Den Haag voor een correcte behandeling door de economische raadkamer. Hiermee wordt het beginsel van absolute competentie en bevoegdheid van de economische raadkamer bevestigd.
De beschikking is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren, en de zaak wordt opnieuw behandeld conform de wettelijke voorschriften.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor behandeling door de economische raadkamer.