ECLI:NL:PHR:2022:879
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij hennepkwekerij
De betrokkene werd door het hof Amsterdam vrijgesproken van het opzettelijk telen van hennep, maar veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van een hennepplantage met 418 planten in een gehuurd pand. Tevens werd hij vrijgesproken van stroomdiefstal. Het hof stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €44.321,79, gebaseerd op één eerdere oogst van hennep en na aftrek van kosten.
De betrokkene stelde in hoger beroep dat hij geen voordeel had genoten, dat er meerdere personen bij de kwekerij betrokken waren en dat de kosten volledig in mindering moesten worden gebracht. Het hof verwierp deze standpunten wegens onvoldoende concrete en verifieerbare onderbouwing en beperkte de aftrek van de elektriciteitskosten tot het deel dat direct aan de oogst kon worden toegerekend.
In cassatie werden drie middelen ingediend die klaagden over de berekening van het voordeel, de aftrek van kosten en het ontbreken van een verdeling van het voordeel. De Hoge Raad oordeelde dat het hof begrijpelijk heeft geoordeeld dat er onvoldoende aanwijzingen waren voor mededaders of een lagere opbrengst voor de betrokkene. De cassatiemiddelen werden verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de betrokkene blijft verplicht tot betaling van €44.321,79 aan de Staat.