Conclusie
- het wrijven over de vagina en schaamstreek van die [slachtoffer] en
Het proces-verbaal van bevindingend.d. 18 oktober 2016 van de politie Eenheid Den Haag (…) inhoudende het verhoor met [slachtoffer] (…) - zakelijk weergegeven -:
Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer]d.d. 2 juli 2018 bij de rechter-commissaris, inhoudende het verhoor met [slachtoffer] - zakelijk weergegeven -:
Het proces-verbaal uitlezen mobiel toesteld.d. 7 december 2016 van de politie Eenheid Den Haag, Team Digitale Expertise, inhoudende een whatsappgesprek tussen de verdachte en het slachtoffer d.d. 12 augustus 2016 (…) - zakelijk weergeven -:
13.49 [slachtoffer] : Zeg dan wanneer
13.59 [verdachte] : Wis je app straks wel ok
14.10 [verdachte] : Ok maar wis die app ja schat
De verklaring van de verdachte.
Verklaring cliënt
Verklaringen [slachtoffer]
Verhoorder: met zijn rechterhand. En met hoeveel vingers ging hij in jouw toenie?
Vorenstaande kan de verdediging niet volgen. Het gaat hier om een zedenzaak met slechts de verklaring van cliënt tegen dat van [slachtoffer] . Er is geen steunbewijs anders dan het WhatsApp-bericht waarover ik straks nog het nodige zal zeggen. Het is dan juist van belang om de verklaring van [slachtoffer] goed en kritisch te bekijken. Bij inconsistenties doet dat automatisch afbreuk aan de bruikbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer] . Immers bij het volgen van de beredenering van de officier van justitie zitten wij in een cirkelberedenering. Een consistente verklaring maakt de verklaring van [slachtoffer] betrouwbaar, maar een niet consistente verklaring maakt ook dat sprake is van een betrouwbare verklaring. Kort maar goed: er zal altijd sprake zijn van een betrouwbare verklaring van een aangeefster. Dit is natuurlijk pertinent onjuist.
WhatsApp-gesprekken
voldoendemate moet worden ondersteund door andere bewijsmiddelen.
Overige omstandigheden van het geval
Zijn er andere feiten of omstandigheden die kunnen worden gekwalificeerd als belastend bewijs?In de visie van de verdediging kan deze vraag kort en krachtig worden beantwoord: nee.
41. Voorts stelt de rechtbank dat de verklaring van [slachtoffer] in grote mate wordt ondersteund door de eigen verklaring van cliënt. In de visie van de verdediging is dit oordeel onjuist. Hiervoor is reeds uitgebreid ingegaan op de verklaringen van cliënt. Voorts is hiervoor uiteengezet waarom de eigen verklaring van cliënt geen steunbewijs vormt.
Conclusie: vrijspraak
Het hof acht de verklaring van [slachtoffer] , waarin zij aangeeft het hele voorval te willen vergeten geloofwaardig. Ook hierover heeft [slachtoffer] in de kern consistente verklaringen, afgelegd. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat [slachtoffer] destijds 10 jaar oud was en dat niet van haar kon worden verwacht volwassen en verstandige beslissingen te nemen over hoe te handelen nadat de aan de verdachte tenlastegelegde gedragingen hadden plaatsgevonden.
eerstemiddel bevat de klacht dat het hof onvoldoende gemotiveerd is voorbijgegaan aan het namens de verdachte gevoerde verweer dat de verklaringen van [slachtoffer] (hierna ook: [slachtoffer] ), niet voor het bewijs gebezigd kunnen worden, zodat de bewezenverklaring niet naar behoren is gemotiveerd.
tweedemiddel bevat de klacht dat het hof de bewezenverklaring uitsluitend heeft doen steunen op de verklaringen van [slachtoffer] , althans dat die verklaringen geen dan wel onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal.
derdemiddel bevat de klacht dat de inzendtermijn in cassatie is overschreden, wat een schending van art. 6 EVRM Pro zou opleveren.