Conclusie
advocaat: mr. R.L.M.M. Tan
verweerders in cassatie,
niet verschenen
1.Inleiding
2.Feiten en procesverloop
3.Ontvankelijkheid van het cassatieberoep tegen het tussenarrest
in de hoofdzaakgevorderde. [12] Arresten die worden gewezen op een incidentele vordering, zijn dus per definitie tussenarresten. [13] Daarvan staat dus op de grond van art. 401a lid 2 Rv steeds cassatieberoep open tegelijk met het eindarrest.
4.Bespreking van het cassatiemiddel
Subonderdeel Iavoert aan dat het hof in rov. 3.6 en 3.7 van het tussenarrest en rov. 6.7 van het eindarrest heeft miskend dat uit art. 224 lid Pro 2, aanhef en onder a, Rv en art. 14 Vriendschapsverdrag Pro volgt dat FISA, als Colombiaanse partij, geen verplichting heeft tot zekerheidstelling.
Subonderdeel Ibklaagt dat het hof ex art. 25 Rv Pro gehouden was om bij zijn tussenarrest ambtshalve vast te stellen dat art. 224 lid Pro 2, aanhef en onder a, Rv in samenhang met art. 14 Vriendschapsverdrag Pro zekerheidstelling uitsluit.
dit voor de vreemdelingen in Nederland overbodig is’ (curs. K.). Als dit zo is, dan moet de clausule ‘vrije en gerede toegang tot de rechtbanken’ iets meer betekenen dan een clausule die slechts van ‘toegang tot de gerechten’ spreekt. De woorden ‘vrije en gerede’ betekenen, willen zij enige zin hebben, een garantie voor de onderdanen van de verdragsstaten dat niets de verdediging van hun rechten voor de rechtbanken zal belemmeren; de clausule kan niet alleen maar op de rechterlijke bevoegdheid slaan.” [36]