Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
ING/Beraaanvaarde risicoleer), óf de risicoleer veel te beperkt opgevat, en slagen diverse klachten van het middel.
2.Feiten en procesverloop
www.zorginkoopbeleid2017.nl. Het is belangrijk deze informatie grondig door te lezen voordat u inlogt in het zorgverlenersportaal. Bij het gebruik van de applicatie en het afsluiten van de overeenkomst gaat u akkoord met alle gepubliceerde informatie.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid
onder 1.2heeft het hof miskend dat van de schijn van volmachtverlening ex art. 3:61 lid 2 BW Pro niet alleen sprake kan zijn als de wederpartij bij een namens de pseudo-volmachtgever verrichte rechtshandeling door een toedoen van de pseudo-volmachtgever gerechtvaardigd heeft vertrouwd op de volmachtverlening aan de pseudo-gevolmachtigde, maar ook als dat vertrouwen is gegrond op feiten en omstandigheden die voor risico van de pseudo-volmachtgever komen en waaruit naar verkeersopvattingen zodanige schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid. De steller van het middel verwijst onder meer naar het bekende arrest
ING/Bera. [5]
onder 1.3.Volgens die klacht heeft het hof miskend dat onder de omstandigheden die voor risico van de pseudo-volmachtgever komen en waaruit naar verkeersopvattingen zodanige schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid mede kunnen worden begrepen het laten voortbestaan van een bepaalde situatie of een andersoortig niet-doen, die rechtvaardigen dat de pseudo-volmachtgever in zijn verhouding tot de wederpartij het risico van de onbevoegde vertegenwoordiging draagt.
ING/Berais in de rechtspraak aanvaard dat ook een niet-doen, waaronder het laten voortbestaan van een bepaalde situatie, toerekenbare schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan opleveren, bijvoorbeeld doordat men de pseudo-vertegenwoordiger zijn gang laat gaan en op diens handelen geen toezicht houdt. [6] Vanzelfsprekend geldt dit ook onder de risicoleer. [7]
10Dat [manager algemene zaken] aan Zilveren Kruis heeft meegedeeld dat de beide bestuurders van IPGGZ alleen tezamen bevoegd waren, sluit op geen enkele manier uit dat Zilveren Kruis erop mocht vertrouwen dat die bestuurders de organisatie van IPGGZ zo zouden inrichten en hun medewerkers zo zouden instrueren, dat contracten met hun toestemming zouden worden gesloten. Dat de functie van [cöordinator zorgverkoop] als jurist en verkoop als zodanig geen vertegenwoordigingsbevoegdheid inhoudt, is in de risicoleer uiteraard niet redengevend, zoals zij dat trouwens ook niet is wat betreft een eventueel toedoen. Houdt een functie wel als zodanig een vertegenwoordigingsbevoegdheid in, dus in de zin dat in de aanstelling in die functie de verlening van een volmacht besloten ligt, dan komen we aan de vraag of een toerekenbare schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid bestaat (op grond van toedoen dan wel risico), uiteraard niet eens toe. Buiten dat geval kan de functie van de pseudo-vertegenwoordiger, mede in verband met wat in de desbetreffende branche gebruikelijk is, meewegen bij de beantwoording van de vraag of zich feiten en omstandigheden voordoen die voor risico van de pseudo-volmachtgever komen en waaruit naar verkeersopvattingen zodanige schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid. Ook is in de risicoleer niet bepalend of feiten en omstandigheden reeds ten tijde van het verrichten van de rechtshandeling, althans voordat tussen partijen een geschil is ontstaan, bij de wederpartij bekend waren. Zoals gezegd, de maatstaf is of zich feiten en omstandigheden voordoen die voor risico van de pseudo-volmachtgever komen en waaruit naar verkeersopvattingen zodanige schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid. Dit kunnen volgens vaste rechtspraak ook omstandigheden zijn die aan de wederpartij eerst later zijn gebleken.
11Ten overvloede: dat zulke later blijkende omstandigheden in aanmerking worden genomen, is mijns inziens bij uitstek ook dan gepast indien, zoals hier, de later blijkende omstandigheden de bevestiging opleveren van hetgeen eerder door de wederpartij werd verondersteld (hier: dat IPGGZ haar organisatie zo had ingericht en haar medewerkers zo zou instrueren, dat een zorgovereenkomst met Zilveren Kruis met toestemming van de bevoegde bestuurders zou worden gesloten). Weliswaar gaat het risicobeginsel niet zo ver dat voor toepassing daarvan ook ruimte is in gevallen waarin het tegenover de wederpartij gewekte vertrouwen uitsluitend is gebaseerd op verklaringen of gedragingen van de onbevoegd handelende persoon zelf,
12maar als de schijn mede berust op, kort gezegd, de inrichting van de organisatie van een onderneming en de instructie van haar medewerkers, doet dat zich niet voor; die wijze van inrichting en instructie behoren immers tot de verantwoordelijkheid van de bevoegde bestuurders.
subonderdelen 1.4 en 1.5terecht zijn voorgesteld. Met betrekking tot achteraf gebleken omstandigheden vermeld ik nog dat Zilveren Kruis zich niet alleen heeft beroepen op de achteraf gebleken rol van [cöordinator zorgverkoop] , maar onder meer ook op de omstandigheid dat IPGGZ aanvankelijk aan de overeenkomst uitvoering heeft gegeven. [13]
onderdelen 2 en 3.