Conclusie
1.Feiten en procesverloop
Partneralimentatie
2.Bespreking van het cassatiemiddel
nietgehouden zal zijn tot betaling van alimentatie (het nihilbeding). De in art. 1:158 BW Pro bedoelde overeenkomst is vormvrij en kan ook stilzwijgend worden gesloten. [4] Een overeenkomst in de zin van art. 1:158 BW Pro kan op grond van art. 1:401 BW Pro bij een wijziging van de omstandigheden bij rechterlijke uitspraak worden gewijzigd of ingetrokken.
nihilbedingdient te worden opgenomen in een schriftelijk, door beide partijen ondertekend stuk, gaat het uit van een onjuiste rechtsopvatting. De wet stelt ten aanzien van het nihilbeding geen vormvereisten. Voor zover het onderdeel klaagt dat het hof heeft miskend dat een
niet-wijzigingsbedingmoet worden neergelegd in een schriftelijk, door de partijen zelf ondertekend stuk, gaat het eveneens uit van een onjuiste rechtsopvatting. Zoals hierboven uiteengezet, impliceert het wettelijke vereiste van schriftelijkheid niet dat sprake moet zijn van één gezamenlijk stuk waaronder beide partijen persoonlijk hun handtekening hebben gezet. Het schriftelijkheidsvereiste kan ook op andere wijzen worden vervuld. In dit geval heeft het hof in rov. 5.22 overwogen dat het niet-wijzigingsbeding schriftelijk is vastgesteld en wel in het gemeenschappelijk verzoekschrift tot echtscheiding, dat is ondertekend door de advocaat die beide partijen vertegenwoordigt en door deze advocaat bij de rechtbank is ingediend in opdracht van partijen. [9] In dit verband wijs ik erop dat in het gemeenschappelijk verzoekschrift onder nr. 9 uitdrukkelijk is vermeld dat partijen ‘de overige gevolgen van hun echtscheiding onderling als volgt (punten 9 tot en met 14) met elkaar (hebben) geregeld’ en dat zij de rechtbank verzoeken ‘voor zover mogelijk deze afspraken op te nemen in het dictum van de beschikking’. Zoals aangegeven, bevatten de punten 13 en 14 het nihilbeding en het niet-wijzigingsbeding. In het licht van het bovenstaande getuigt het oordeel van het hof niet van een onjuiste invulling van het schriftelijkheidsvereiste van art. 1:159 lid 1 BW Pro. Daarom faalt onderdeel 1.1.1.
nietvoor herstel vatbaar is, hangt het van de omstandigheden van het geval af of deze geheel of ten dele buiten beschouwing behoort te blijven bij het bepalen van de draagkracht. [16]