ECLI:NL:HR:2001:AD4010
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt draagkrachtbepaling bij onderhoudsbijdrage ondanks inkomensvermindering
De vrouw verzocht de rechtbank om de man te veroordelen tot het betalen van een maandelijkse bijdrage van 250 gulden per kind voor de verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. De rechtbank wees dit verzoek toe, en het hof bekrachtigde deze beslissing in hoger beroep. De man stelde in cassatie dat het hof ten onrechte geen rekening had gehouden met zijn actuele inkomensvermindering, omdat hij niet langer als uitbener wilde werken en momenteel werkloos was.
De Hoge Raad overwoog dat bij de bepaling van de draagkracht niet alleen het huidige inkomen van belang is, maar ook het inkomen dat de onderhoudsplichtige redelijkerwijs in de nabije toekomst kan verwerven. Het hof mocht daarom uitgaan van het feit dat de man in staat is om weer een inkomen van 3.000 gulden netto per maand te verdienen, ondanks zijn huidige werkloosheid en inkomensverlies.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het hof de juiste maatstaf heeft gehanteerd bij de vaststelling van de onderhoudsbijdrage. De man blijft gehouden tot betaling van 250 gulden per maand per kind, waarbij rekening is gehouden met een redelijk bestaansniveau voor hemzelf en zijn gezin.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de onderhoudsbijdrage van 250 gulden per maand per kind.