Conclusie
1.Inleiding
2.Feiten en procesverloop
algemeengebruiksverbod zoals dat is neergelegd in het Besluit, aldus Nefyto c.s. In de tweede plaats is door Nefyto c.s. aangevoerd dat het verbod een ongerechtvaardigde beperking inhoudt van het vrije verkeer van goederen (art. 34 VWEU Pro). Ten slotte is aangevoerd dat het Besluit een doorkruising vormt van de toelatingsprocedure die op grond van de Verordening Gewasbeschermingsmiddelen [9] moet worden doorlopen voordat een gewasbeschermingsmiddel op de markt mag worden gebracht. [10]
3.Bespreking van het cassatiemiddel
om een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu te waarborgen, (…) gewasbeschermingsmiddelen op juiste wijze, overeenkomstig de toelating ervoor, [moeten] worden gebruikt, met inachtneming van de beginselen van geïntegreerde gewasbescherming en, waar mogelijk, prioriteit voor niet-chemische en natuurlijke alternatieven. (…)”. Art. 55 (hiervoor in 3.3 geciteerd) bevat hiervan een uitwerking.
een flinke speelruimte [behouden] om de noodzakelijke nadere uitvoeringsmaatregelen af te stemmen op hun specifieke geografische, landbouw- en klimaatsituatie”. [22]
methoden die een alternatief vormen voor chemische pesticiden voor gewasbescherming en plaagbestrijding en berusten op landbouwtechnieken zoals de in punt 1 van bijlage III bij de Richtlijn bedoelde, of fysische, mechanische of biologische bestrijdingsmethoden”.
hétdoel van de Richtlijn vooropstellen (zie hiervoor 3.11).
alleprofessionele gebruikers buiten de landbouw op
alleoppervlakken’, zoals het verbod in hun visie inhoudt. [28] Ook in hoger beroep, nadat de rechtbank had geoordeeld dat ‘evident is dat art. 14 niet Pro ziet op een verbod’ (rov. 4.17), hebben zij slechts aangevoerd dat art. 14 geen Pro ‘
algeheelverbod op professioneel gebruik’ toestaat (cursivering toegevoegd). [29]
lokale maatregelen. Artikel 12 strekt Pro ertoe dat lidstaten het gebruik van pesticiden minimaliseren of verbieden in
specifieke gebieden, zoals parken, sport- en recreatieterreinen, schoolterreinen, speelplaatsen en gebieden in de nabijheid van zorginstellingen en beschermde natuurgebieden.
Wilnisser visser. [51] De leer houdt in dat de rechter een bepaling die gedeeltelijk in strijd is met een hogere regeling in zijn geheel onverbindend verklaart indien de tekst van de bepaling onvoldoende aanknopingspunten biedt voor het splitsen van de bepaling in een verbindend en een onverbindend gedeelte. In de zaak van het arrest ging het om een gemeentelijk algemeen verbod om op zondag te vissen. Een dergelijk verbod gaat verder dan de gemeentelijke verordenende bevoegdheid, omdat het zo algemeen geformuleerd niet alleen op openbaar water ziet – waarover de verordenende bevoegdheid van gemeente zich uitstrekt –, maar ook op privé-water – ten aanzien waarvan de gemeente niet bevoegd is. De Hoge Raad oordeelde het gehele verbod onverbindend, omdat het onsplitsbaar was. [52]
voor zovervan die strijd sprake is. [54] Sinds de Hoge Raad in een wetgevingsadvies in 1991 te kennen heeft gegeven de leer van de onsplitsbare wilsverklaring te hebben verlaten, [55] is zij in de rechtspraak van de strafkamer van de Hoge Raad in het geheel niet meer toegepast. [56] Ook in de rechtspraak van andere (hoogste) rechters komt zij sedertdien niet meer voor (behoudens in het hierna in 3.42 te noemen geval). [57] In de rechtspraak wordt nu steeds gesplitst. [58]