Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
redelijkewaardering van die belangen. Niet is vereist dat de testateur het volledige overzicht van alle juridische finesses van de uiterste wilsbeschikking heeft, zoals de notaris dat moet hebben. [10] Uiteindelijk is het aan de rechter om te bepalen of een uiterste wilsbeschikking nietig is wegens een stoornis van de geestelijke vermogens van de testateur die een
redelijkewaardering van de betrokken belangen belette. Het staat de rechter vrij om per geval een nadere concretisering van de maatstaf van art. 3:34 lid 1 BW Pro aan te leggen, waarbij in het ene geval die maatstaf uitgebreider zal zijn dan in het andere geval. [11]