Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te [vestigingsplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding
2.Het tweede geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
19 september 2014.
Hoge Raad
In deze zaak staat centraal de vraag over de periode waarover compensatoire rente moet worden toegekend aan eiser wegens bedrog bij de verkoop van aandelen in 1985. Na eerdere vernietiging van een arrest heeft het gerechtshof Arnhem de schadevergoeding verhoogd en de compensatoire rente berekend over de periode van 1985 tot 2000.
Daarnaast is in cassatie de vraag aan de orde gekomen of de verwijzingsrechter gebonden is aan een eerdere proceskostenveroordeling van het hof die niet of tevergeefs in cassatie is bestreden. Het hof Arnhem had de proceskosten in eerste aanleg gecompenseerd, maar de Hoge Raad oordeelt dat dit niet is toegestaan omdat die beslissing niet voortbouwt op een met succes bestreden beslissing.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof Arnhem voor zover het de proceskosten in eerste aanleg betreft en bekrachtigt het oorspronkelijke vonnis van de rechtbank dat verweerders veroordeelt tot betaling van de proceskosten. De overige klachten over de compensatoire rente worden verworpen. Verweerders worden veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Arnhem voor zover het de proceskosten in eerste aanleg betreft en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank over de proceskostenveroordeling.