Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2019:2029

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 december 2019
Publicatiedatum
19 december 2019
Zaaknummer
18/04486
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 3:34 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt wilsbekwaamheid erflater bij opmaken testament

In deze zaak stond de wilsbekwaamheid van de erflater bij het opmaken van het testament centraal, voortbouwend op eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2015:311).

Eiseres stelde in cassatie dat het hof ten onrechte had geoordeeld over de wilsbekwaamheid, maar de Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. De klachten waren niet van dien aard dat beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzakelijk was.

De Hoge Raad verwierp het beroep en veroordeelde eiseres tot betaling van de proceskosten aan de zijde van verweerders 1 en 3. Hiermee werd het hofarrest bekrachtigd en bleef de eerdere beoordeling van de wilsbekwaamheid ongewijzigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer18/04486
Datum20 december 2019
ARREST
In de zaak van
[eiseres] ,
wonende te [woonplaats] ,
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres] ,
advocaat: mr. N.C. van Steijn,
tegen
1. [verweerder 1] ,
wonende te [woonplaats],
hierna: [verweerder 1] ,
advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg,
2. [verweerder 2] ,
wonende te [woonplaats],
hierna: [verweerder 2] ,
niet verschenen,
3. [verweerder 3] ,
wonende te [woonplaats],
hierna: [verweerder 3] ,
advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg,
4. [verweerder 4] ,
wonende te [woonplaats],
hierna: [verweerder 4] ,
niet verschenen,
VERWEERDERS in cassatie.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding verwijst de Hoge Raad naar:
zijn arrest tussen partijen in de zaak 13/04030, ECLI:NL:HR:2015:311 van 13 februari 2015;
de arresten in de zaak 200.197.283/01 van het gerechtshof Den Haag van 27 juni 2017 en 31 juli 2018.
[eiseres] heeft tegen de arresten van het hof beroep in cassatie ingesteld. [verweerder 1] en [verweerder 3] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend. Tegen [verweerder 2] en [verweerder 4] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder 1] en [verweerder 3] begroot op € 400,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris en aan de zijde van [verweerder 2] en [verweerder 4] op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.J. Kroeze en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op
20 december 2019.