Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
middel, bezien in samenhang met de toelichting daarop, keert zich tegen de bewezenverklaring van feit 2 en klaagt dat uit ’s hofs bewijsvoering niet kan worden afgeleid dat de verdachte elektriciteit heeft weggenomen. Aangevoerd wordt dat het hof voor zowel het aanwezig hebben van hennep als voor de diefstal van elektriciteit één en dezelfde toets lijkt te hebben gehanteerd, aangezien uit zijn bewijsoverweging kan worden afgeleid dat beide delicten bewezen kunnen worden verklaard zodra sprake is van wetenschap.
hij op 19 oktober 2017 te Amsterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad, in een pand aan de [a-straat 1] , een hoeveelheid van 155 hennepplanten;
hij op 19 oktober 2017 te Amsterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid stroom, toebehorende aan Liander N.V.”
Redengevende feiten en omstandighedenUit de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep is het volgende naar voren gekomen.
De verdachte heeft ten overstaan van de politie verklaard dat hij door de week drie á vier dagen in de woning sliep; zijn slaapkamer lag op de bovenste etage. De woning was van zijn moeder, die meestal in Suriname verbleef. Als zijn moeder in Nederland was, verbleef ze bij zijn oma. [3] Later heeft de verdachte bij de politie verklaard dat hij het koolstoffilter in de keuken heeft gezien met de (slang van de) waterleiding. In de woonkamer heeft hij de zwarte tent gezien. De verdachte had een sleutel van de woning; hij weet niet of anderen ook een sleutel hadden en hij heeft daar niemand anders gezien. [4] Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft de verdachte bevestigd dat hij in de woonkamer de tent heeft zien staan en dat hij ‘iets’ heeft gezien in de keuken. Ter zitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat hij ook gebruik maakte van de keuken.”