Conclusie
1.Feiten en procesverloop
- Verzet de Nederlandse openbare orde, zoals bedoeld in artikel 10:6 BW Pro, zich tegen de toepassing van een clausule uit de – naar Iraans recht rechtsgeldige – huwelijkse voorwaarden van de echtgenoten, waarin is bepaald dat de vrouw slechts aanspraak kan maken op de helft van het huwelijkse vermogen van de man wanneer (i) de echtscheiding niet door haar is verzocht en (ii) de rechter niet heeft vastgesteld dat de echtscheiding het gevolg is van de weigering van de vrouw haar huwelijkse verplichtingen na te komen of van immoreel gedrag van de vrouw?
- Voor het geval het antwoord op voormelde vraag bevestigend is, welke gevolgen heeft dat voor het huwelijksvermogensregime van partijen: gelden in dat geval de huwelijkse voorwaarden met uitzondering van het gewraakte onderdeel (waardoor de vrouw recht heeft op de helft van het huwelijkse vermogen van de man, ongeacht wie om echtscheiding heeft verzocht en ongeacht de schuldvraag) of blijven de huwelijkse voorwaarden in hun geheel buiten toepassing (waardoor het wettelijke stelsel van algehele scheiding naar Iraans recht herleeft en de vrouw geen recht heeft op het huwelijkse vermogen van de man, ook als de echtscheiding door de man is verzocht en de vrouw geen schuld heeft aan de echtscheiding)?
2.Bespreking van de prejudiciële vragen
ultimum remedium. De maatstaf van de openbare orde exceptie is tweeledig. Enerzijds ziet de openbare orde op de inhoud van het vreemde recht (het ‘buitengrenscriterium’) en anderzijds op de gevolgen van de toepassing van het vreemde recht in de rechtsorde van het forum (het ‘binnengrenscriterium’). Het buitengrenscriterium is absoluut van aard en leidt ertoe dat het buitenlandse recht zich onder geen enkele omstandigheid voor toepassing leent. Daarbij valt te denken aan de omstandigheid dat het buitenlandse recht indruist tegen fundamentele waarden, zoals het non-discriminatiebeginsel, of tegen beginselen van de rechtsstatelijkheid. In de parlementaire geschiedenis bij art. 10:6 BW Pro wordt als voorbeeld genoemd het geval waarin het vreemde recht erin voorziet dat iemand wordt veroordeeld tot de ‘burgerlijke dood’, dat wil zeggen tot het verlies van alle rechten en bevoegdheden, alsmede het geval dat het vreemde recht een op ras gebaseerd huwelijksbeletsel zou kennen. [6] Zodra het vreemde recht de toets van het buitengrenscriterium heeft doorstaan, kan het vreemde recht nog aanlopen tegen het binnengrenscriterium. Daarbij gaat het om de concrete uitkomst waartoe de toepassing van het buitenlandse recht leidt. Het resultaat van het door de conflictregel aangewezen buitenlandse recht blijft binnen de rechtsorde van het forum buiten toepassing, indien dat gevolg onverenigbaar is met de fundamentele beginselen van de eigen rechtsorde. Daarbij geldt dat sprake moet zijn van een voldoende nauwe betrokkenheid met de forumstaat (het ‘effet atténué’ van de openbare orde). [7]