Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerstemiddel bevat een klacht over de motivering van de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Het hof zou volledig voorbij zijn gegaan aan een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat namens betrokkene naar voren is gebracht.
€ 98.000,-
€ 17.182,-‘
5. Ontnemingsvorderingen
500, -
NJ1993/12 (Urker Visafslag), rov. 5.3, beslist ‘dat de in art. 36e Sr bedoelde maatregel strekt tot ontneming van voordeel dat de veroordeelde met schending van een wettelijk voorschrift heeft verkregen en dat aan oplegging van die maatregel niet in de weg staat dat de veroordeelde eenzelfde voordeel had kunnen verkrijgen zonder zodanige schending’. [1]
tweedemiddel bevat de klacht dat in de cassatiefase het vereiste van berechting binnen een redelijke termijn, in het bijzonder de inzendingstermijn, geschonden is.