2.2. Het bestreden arrest houdt het volgende in:
"Schatting van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel
De veroordeelde is bij vonnis van 17 december 2007 met parketnummer 02/994655-07 terzake van "overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 8.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan" veroordeeld tot een geldboete van EUR 5.000,-- subsidiair 55 dagen hechtenis, waarvan EUR 2.000,-- subsidiair 40 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Veroordeelde heeft een melkrundveehouderij en agrarisch loonbedrijf, zijnde een inrichting genoemd in categorie 8 van de bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer Behorende Bijlage. Veroordeelde had het verbod overtreden uit artikel 8.1 Wet Milieubeheer door op zijn bedrijf zonder daartoe verleende vergunning groenafval op te slaan en te bewerken.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft verdachte medegedeeld dat hij voor het opslaan en bewerken van het groenafval op zijn bedrijf inmiddels een vergunning heeft aangevraagd en verkregen en dat daarmee voormelde activiteiten zijn gelegaliseerd. Volgens veroordeelde voldeden zowel de aard van deze activiteiten als de omstandigheden op zijn bedrijf reeds ten tijde van het gepleegde strafbare feit aan de voorwaarden die aan deze vergunning zijn verbonden. Voor de legalisering van de activiteiten was derhalve enkel een vergunningsaanvraag noodzakelijk waarvoor EUR 2.500,-- moest worden betaald, aldus veroordeelde. Van de zijde van het openbaar ministerie is dit niet bestreden.
Uit het voorgaande volgt dat in het onderhavige geval slechts sprake is geweest van het niet tijdig aanvragen van een vergunning conform de Wet milieubeheer. Uit het voorgaande volgt dat de activiteiten die op het bedrijf van veroordeelde zijn verricht op zichzelf niet illegaal waren, maar dat daarvoor een vergunning en aldus een legaliteitscontrole van overheidswege was vereist. Er is derhalve sprake geweest van relatieve illegaliteit door het niet tijdig aanvragen van een vergunning conform de Wet milieubeheer. De veroordeelde is voor dit strafbare feit reeds bij vonnis van 17 december 2007 veroordeeld tot een geldboete.
Het voordeel dat veroordeelde uit dit strafbare niet tijdig aanvragen van de vergunning heeft verkregen, is de tijdelijke besparing van de kosten van de vergunningaanvraag. Deze worden door het hof bepaald op EUR 2.500,--.
(...)
BESLISSING
Het hof:
(...)
Stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van EUR 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro).
Legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van EUR 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro)."