Conclusie
1.Feiten
construction loan” van NAf 3.500.000,-, een hypothecaire lening van NAf 550.000,- en een creditcard met een limiet van USD 5.000,-. Blijkens de overeenkomst is de
construction loanbedoeld voor de bouw van twee “
luxurious greenhouses” en zes appartementen. [4]
construction loanniet volledig terugbetaald na ommekomst van de termijn van twee jaar en heeft [verzoeker] niet alle termijnen voldaan van de hypothecaire lening.
2.Procesverloop
construction loanmaar daarna [verzoeker] is blijven faciliteren, geen aanspraak meer zou mogen maken op contractuele bedingen die betrekking hebben op de gevolgen van het ontstaan van achterstand. Volgens het GEA kan [verzoeker] aan de gedragingen van Girobank echter in redelijkheid niet het vertrouwen hebben ontleend dat Girobank geen gebruik meer zou maken van haar bevoegdheden uit hoofde van de oorspronkelijke overeenkomst uit 2011 (rov. 4.4). Een oordeel over het beroep van [verzoeker] op art. 6:248 lid 2 BW Pro is door het GEA aangehouden tot een nadere reactie van Girobank op de stelling van [verzoeker] dat het mede in het belang van Girobank is om de financieringsovereenkomst voort te zetten, omdat, kort gezegd, uitwinning van de zekerheden meer op zal leveren wanneer [verzoeker] de gelegenheid krijgt om zijn projecten af te ronden en daarna pas te verkopen (rov. 4.5-4.6 ). [verzoeker] is door het GEA in de gelegenheid gesteld om te reageren op de ter comparitie door Girobank overgelegde producties waaruit het openstaande saldo zou blijken (rov. 4.7- 4.8).
3.Bespreking van het cassatiemiddel
construction loanin feite een langlopend krediet was en of de in het schriftelijke contract vermelde tweejaarstermijn geen betekenis had. Dit zijn feiten die betwist zijn en tot de beslissing van de zaak kunnen leiden, aldus het onderdeel.
voldoende specifieken dus niet te vaag is, hangt volgens vaste rechtspraak af van de omstandigheden van het geval, waarbij de rechter, mede in verband met de eisen van een goede procesorde, zal moeten letten op de wijze waarop het processuele debat zich heeft ontwikkeld en het stadium waarin de procedure verkeert. In hoger beroep zal van een partij die bewijs door getuigen aanbiedt, in beginsel mogen worden verwacht dat zij voldoende concreet aangeeft op welke van haar stellingen dit bewijsaanbod betrekking heeft en, voor zover mogelijk, wie daarover een verklaring zouden kunnen afleggen, doch zal in het algemeen niet mogen worden verlangd dat daarbij ook wordt aangegeven wat daarover door getuigen zal kunnen worden verklaard. [24] Een aanbod tot het leveren van tegenbewijs behoeft in beginsel niet te worden gespecificeerd. [25]
ter zake dienendindien het betrekking heeft op feiten die voor (het oordeel over) de toewijsbaarheid van de vordering of de gegrondheid van het verweer van belang kunnen zijn. [26] Zijn de feiten waarop een bewijsaanbod ziet niet relevant voor de beoordeling van het geschil, dan kan de rechter het aanbod als niet ter zake dienend passeren. [27]
construction loan. Terecht wordt geklaagd dat het Hof daarmee een te beperkte uitleg heeft gegeven aan de stellingen van [verzoeker] . In punt 4 van zijn pleitnotities heeft [verzoeker] immers gesteld – direct voorafgaand aan zijn aanbod tot getuigenbewijs door het horen van twee met name genoemde bankmedewerkers – dat met Girobank “
een overeenkomst [is] gesloten die op schrift heeft afgeweken van hetgeen tussen partijen was besproken. Met wederzijds goedvinden is een andere uitvoering gegeven aan het contract. De kredietverlening heeft meer de aard van een langlopend krediet gehad. De Girobank wist van meet af aan dat de gelden niet gebruikt zouden worden voor de projecten die in de kredietovereenkomst staan opgenomen en ook, dat andere zekerheden zouden worden verstrekt. Na het verstrijken van de initiële contractperiode van twee jaar is het contract zonder meer verlengd.”Deze passage behelst een verdergaand standpunt dan de stelling dat de looptijd van de
construction loanis verlengd; zij houdt immers óók in dat, in afwijking van de tekst van de financieringsovereenkomst, feitelijk sprake was van een langlopend krediet.
construction loanwas verlengd, maar dat hij zich ook op het standpunt heeft gesteld dat – vanaf enig moment – in feite sprake was van een doorlopende kredietovereenkomst (voor onbepaalde tijd). Het Hof heeft de stellingen – en daarmee dus het bewijsaanbod – van [verzoeker] dus te beperkt gelezen.
zo’n tweeëneenhalve keer zo lang heeft gewacht alvorens tot opzegging en incasso over te gaan, waardoor feitelijk van verlenging van de overeenkomst sprake is geweest”, immers niet dat Girobank bevoegd was om de financieringsovereenkomst op te zeggen vanwege de omstandigheid dat
construction loanniet volledig is terugbetaald na ommekomst van de in de financieringsovereenkomst opgenomen termijn van twee jaar, op het moment waarop zij dat heeft gedaan.
construction loanniet zou zijn voldaan aan (reguliere) aflossings- renteverplichtingen. Ook uit de vonnissen van het GEA is dat niet af te leiden.