Uitspraak
wonende in Curaçao,
wonende in Curaçao,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
4.Beslissing
13 oktober 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verzoeker tegen het vonnis van het hof van 26 juli 2016 in een beroepsaansprakelijkheidszaak tegen een arts uit Curaçao. De procedure in feitelijke instanties omvatte meerdere vonnissen van het gerecht in eerste aanleg van Curaçao en het gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Verweerster, de arts, heeft geen verweerschrift ingediend in cassatie. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaat van verzoeker heeft gereageerd. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten geen cassatiegronden opleveren en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt verzoeker in de kosten van het geding in cassatie, die nihil zijn vastgesteld aan de zijde van verweerster. Het arrest is gewezen door de raadsheren Snijders, Polak, Kroeze en uitgesproken door Tanja-van den Broek op 13 oktober 2017.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en verzoeker wordt in de kosten veroordeeld.