Conclusie
Nummer19/05732
Het cassatieberoep
De zaak
Het middel
Het middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte en in strijd met artikel 359, eerste en tweede lid, Sv jo. art. 415, eerste lid, Sv in het arrest de vordering van de advocaat-generaal foutief heeft opgenomen en de verdachte heeft veroordeeld tot een taakstraf, zonder in het bijzonder de redenen te vermelden waarom het is afgeweken van de werkelijke eis van het openbaar ministerie en van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt van de verdediging.
NJ2006/551 in het arrest overwogen dat het hof kennis had genomen van de vordering van de advocaat-generaal, zonder daarbij de inhoud van de vordering te vermelden. Daarmee was niet voldaan aan het voorschrift van art. 359, eerste lid, in verbinding met art. 415, eerste lid, Sv. De Hoge Raad las het arrest van het hof met verbetering van die misslag en oordeelde dat het verzuim niet tot cassatie behoefde te leiden. Door verbeterde lezing was de feitelijke grondslag aan het middel komen te ontvallen.