Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
8 november 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin hij is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 35 maanden wegens meerdere diefstallen met braak en inklimming.
De verdediging had verzocht om een voorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen, maar het hof heeft dit afgewezen omdat het opleggen van een verplicht kader tot behandeling volgens het hof en de rechtbank gedoemd is te mislukken gezien de houding van verdachte en zijn problematiek. Het hof heeft de strafoplegging voldoende gemotiveerd en heeft het verzoek tot aanhouding van de zaak afgewezen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de strafoplegging begrijpelijk heeft gemotiveerd en dat het cassatiemiddel faalt. Het beroep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de gevangenisstraf van 35 maanden.