Conclusie
Interpolis)
[verweerder])
1.De feiten
hof), alsmede aan rov. 2.1 t/m 2.12 van het eindvonnis [2] van 2 maart 2016 van de rechtbank Gelderland (hierna: de
rechtbank). [3]
AOV) afgesloten voor zijn beroep van exploitant van een betonnen bedrijfsvloerenbedrijf, later ingedeeld in de zwaardere beroepsklasse 4. De AOV is aangegaan onder bijzondere voorwaarden (niet voor rugproblematiek c.a., weergegeven onder rov. 2.2 van het eindvonnis), [5] die voor het onderhavige geschil verder niet relevant zijn.
2.Het procesverloop
Brief verzekerde dd. 25-04-2013:“(...) Ook geeft hij aan dat zijn huisarts hem heeft doorverwezen naar het UMC St. Radboud, afdeling interne geneeskunde, in verband met chronische pijn en vermoeidheidsklachten.” De brief van 21 mei 2013 van de internisten ( [betrokkene 3] en [betrokkene 4] ) aan de huisarts [zie hierboven onder 1.4, A-G] is hierbij niet, althans niet kenbaar, meegenomen in de beoordeling door [betrokkene 1] . Door de internisten zijn de klachten van [verweerder] geduid als “invaliderende moeheid”, ontstaan na het hersenabces en passend bij CVS. Niet gesteld of gebleken is dat een internist niet de aangewezen specialist is om die diagnose te kunnen stellen. Voorts blijkt uit de uitvoerige door [betrokkene 1] afgenomen anamnese dat [verweerder] ook tegenover hem soortgelijke klachten heeft geuit: last van gewrichten, van vermoeidheid, van hoofdpijn, van pijn op de ogen en nekklachten. De vermoeidheid is gekomen na het hersenabces en als gevolg van die vermoeidheid moet hij altijd ’s middags een paar uur rusten. Hij heeft meer epileptische aanvallen gehad, maar dat verzwegen voor de neuroloog omdat hij anders zijn rijbewijs kwijt is. Ook als hij zich niet fysiek inspant, zoals na een vistocht, voelt hij zich moe. Hierover schrijft [betrokkene 1] in zijn beschouwing “weliswaar rust hij overdag, maar hiervoor is geen medische grondslag”, doch deze conclusie staat haaks op de bevindingen van de internisten (waarmee [betrokkene 1] toen kennelijk nog niet bekend was).”
“De overmatige slaperigheid waar betrokkene na het hersenabces en de behandeling daarvan melding van maakt, zou een relatie kunnen hebben met Keppra.” Voor de artralgieën is geen medische verklaring gevonden en het chronisch vermoeidheidssyndroom en SOLK (somatisch onverklaarbare lichamelijke klachten) zijn aandoeningen zonder onderliggend anatomisch substraat, dus daarom is het lastig achterhalen waarvandaan (oorzaak/oorsprong) deze klachten komen. [verweerder] heeft bepaalde persoonskenmerken die ook kunnen leiden tot het aanhouden van klachten (bevindingen revalidatiearts Schreibers). Dat betekent dat rekening moet worden gehouden met enige mate van therapieresistent[ie]. (…)”
“Dat alles overwegend blijft de vraag staan of betrokkene medisch gezien in staat zal zijn de oude werkzaamheden als exploitant betonnen vloeren zal kunnen uitvoeren? Medisch gezien heb daar mijn sterke twijfels bij gezien de combinatie van problemen sinds 2009. Hoewel het hersenabces dus naar het lijkt vrijwel volledig[e] is verdwenen op de MRI, betekent dat niet dat er geen blijven[de] cerebrale afwijkingen kunnen zijn. Het is zeer aannemelijk dat de epilepsie, die zich na het abces heeft geopenbaard, gerelateerd is aan de afwijkingen inde [in de] hersenen. (...) Bij de eerste epilepsie aanval was er tevens een thoracale 12 wervelfractuur vastgesteld, die behandeld is met een wervelplastiek. Betrokkene heeft een rugclausule op de polis, maar gezien de ernst van deze complicatie is het de vraag of de beperkingen toch niet veel ernstiger zijn dan primair op de uitsluiting? Betrokkene was toen tenslotte in staat zijn werk te verrichten. Daarnaast is in november 2015 vastgesteld dat er sprake is van overmatige slaperigheid zonder dat er nu een onderliggen[d] lijden aan ten grondslag ligt (...) Dat betekent dat in dit geval er duidelijk een relatie zou kunnen zijn met hetzij een medische aandoening hetzij medicatie. Daarbij kom[s]t dat betrokkene een hernia umbilicalis operatie heeft gehad (...) waardoor zware buikbelastende handelingen moeten worden beperkt dus, bukkend tillen, sjorren, duwen en trekken. Wat betreft de rijgeschiktheid van [verweerder] , ervan uitgaande dat hij voor zijn werk in groep 2 rijbewijzen viel (zoals vrachtwagens en autobussen), en omdat hij meerdere epileptische aanvallen heeft gehad geldt voor hem een periode van ongeschiktheid van minimaal 10 jaar (bron: medisch adviseurs bij het CBR). Daarom is [verweerder] volgens de verzekeringsgeneeskundige niet geschikt voor beroepsmatig vervoer. Als gevolg van alle klachten (ook van het chronisch vermoeidheidssyndroom en SOLK), die volgens de anamnese en de medische informatie consistent en plausibel zijn, wordt [verweerder] niet in staat geacht meer dan 8 uur per dag te werken, inclusief rijtijden. Gezien de combinatie van aandoeningen acht ik de maximale duurbelasting exclusief rusttijden op 6 uur per dag. Daarnaast is hij beperkt voor zware werkzaamheden. Ik acht het dan ook zeer waarschijnlijk dat betrokkene op medische gronden meer dan 25% arbeidsongeschikt is, maar dat is afhankelijk van de totale werkuren voor de ziekmelding en het verzekerde beroep. (…).”
5.1 Functieomschrijving
Uit de analyse blijkt dat betrokkene de toegestane zes uur per dag/30 uur per week nog kan invullen met de taken reizen, lichte uitvoerende werkzaamheden en aansturen/coördineren op locatie, zij het dat wegens het zes dagen werken de inzetbaarheid geen zes uur per dag maar vijf uur per dag is. Deze inzetbaarheid is opgebouwd uit 2,2 uur reizen en 2,8 uur werken op locatie. Van belang is te realiseren dat betrokkene ter plekke de eindverantwoordelijke persoon was en vanuit die verantwoordelijkheid eigenlijk de hele tijd aanwezig moet zijn. In ieder geval is 2,8 uur per dag op locatie veel te weinig om zijn rol te vervullen.
“In de polisvoorwaarden is nog wel de taakverschuivingsclausule opgenomen. Betrokkene werkte met een compagnon, er was geen eigen personeel.
Tijdbesteding/arbeidsbegroting
of fiets).
3.Bespreking van het cassatiemiddel
ongeschikt is voor het verrichten van werkzaamheden die verbonden zijn aan het beroep of bedrijf, of in het beroep of bedrijf in redelijkheid van de verzekerde verlangd kunnen worden. Bij het vaststellen van de werkzaamheden houden we rekening met mogelijke taakaanpassingen, taakverschuivingen, en/of aanpassing van de werkomstandigheden.
in theorienog in staat is de aan zijn beroep of bedrijf verbonden werkzaamheden te verrichten. Bovendien laat deze uitleg van het hof van het begrip arbeidsongeschiktheid zich niet verenigen met de uitleg waartoe hetzelfde hof in een vergelijkbare zaak is gekomen. Interpolis verwijst in dit verband naar een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 april 2019. [22]
in theoriede aan zijn beroep of bedrijf verbonden werkzaamheden nog kan verrichten. Zij stelt te hebben aangevoerd dat het beroep van de verzekerde daartoe dient te worden opgedeeld in deeltaken, waarna moet worden bepaald in hoeverre
in theoriehet uitvoeren van de deeltaken wordt beperkt door de beperkingen in de belastbaarheid van de verzekerde. Interpolis geeft aan daarbij te hebben benadrukt dat het
nieterom gaat of de verzekerde nog in staat is daadwerkelijk het beroep uit te oefenen. Ter ondersteuning van dit betoog heeft Interpolis zich beroepen op een arrest [25] van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch van 25 april 2017 en op een arrest [26] van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 april 2019, waarin, aldus Interpolis, vergelijkbare polisvoorwaarden zijn uitgelegd op de door Interpolis voorgestane wijze. Interpolis geeft aan dat zij rov. 2.26 van de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft geciteerd. [27]
subonderdeel 2.1.1voert Interpolis aan dat het slagen van onderdeel 1 ook de overwegingen van het hof in de tweede en derde zin rov. 2.10 raakt. Het betreft de overwegingen van het hof dat Interpolis met haar opsomming van (theoretische) mogelijkheden uit het oog verliest dat [verweerder] al negen jaar geen eigen bedrijf meer heeft (tweede zin) en dat verder gesteld noch gebleken is dat [verweerder] in staat moet worden geacht om thans, op 59-jarige leeftijd, een soortgelijk, nieuw bedrijf uit te oefenen met inachtneming van taakverschuivingen met een (nieuwe) compagnon (derde zin).