AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoge Raad bevestigt uitleg arbeidsongeschiktheidsverzekering en verwerpt motiveringsklachten
Interpolis Schadeverzekeringen N.V. heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 januari 2020, waarin het hof een geschil betrof over de uitleg van het begrip arbeidsongeschiktheid en de toepassing van een taakverschuivingsclausule in een arbeidsongeschiktheidsverzekering.
De Hoge Raad heeft de motiveringsklachten van Interpolis beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motieven van het hof nader te motiveren, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het cassatieberoep is verworpen en Interpolis is veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. De procedure omvatte meerdere eerdere vonnissen en arresten, waarbij het hof de uitleg van het begrip arbeidsongeschiktheid en de taakverschuivingsclausule heeft bevestigd.
De uitspraak is gedaan door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens (voorzitter), T.H. Tanja-van den Broek, C.H. Sieburgh en in het openbaar uitgesproken door M.J. Kroeze op 9 april 2021.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Interpolis wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/01467
Datum9 april 2021
ARREST
In de zaak van
ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V. handelende onder de naam INTERPOLIS, gevestigd te Apeldoorn,
EISERES tot cassatie,
hierna: Interpolis,
advocaat: D.A. van der Kooij,
tegen
[verweerder], wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
advocaat: J.H.M. van Swaaij.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/05/288272/ HA ZA 15-370 van de rechtbank Gelderland van 14 oktober 2015 en 2 maart 2016;
de arresten in de zaak 200.193.437 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 april 2017, 7 november 2017, 16 oktober 2018, 12 februari 2019 en 28 januari 2020.
Interpolis heeft tegen het arrest van het hof van 28 januari 2020 beroep in cassatie ingesteld.
[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Interpolis mede door L. Tolatzis.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Interpolis heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie).
3.Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Interpolis in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 415,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 9 april 2021.