Conclusie
1.Inleiding
nieteindigde door de ziekmelding, bijvoorbeeld omdat art. 14(4) CAO uitzendkrachten niet toelaatbaar is of omdat de inlener geen verzoek om beëindiging heeft gedaan of omdat de vernietigbaarheid ervan is ingeroepen, lijkt er geen zaak meer te zijn, nu de partijen het eens zijn dat [A] ’s dienstbetrekking 1 voldeed aan de voorwaarden die de zogenoemde
no risk-bepaling (art. 29b ZW) stelt om werkgevers van gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers te vrijwaren van premieverhoging werkhervattingskas (Whk) als dergelijke werknemers ziek worden. Als dienstbetrekking 1
nietis beëindigd op 1 oktober 2015, hoeft slechts te worden vastgesteld of ziekteperiode 2 zich voordeed binnen vijf jaar na aanvang van de dienstbetrekking, en dat is het geval.
i.e.ziekengeld als bedoeld in art. 29(2)(a), (b) of (c) ZW.
i.e.ziekengeld op grond van de
no risk-bepaling art. 29b ZW, dat niet ten laste van de werkhervattingskas komt en dus geen ZW-last is die de gedifferentieerde premie Whk beïnvloedt.
no risk-bepaling) is daarop een uitzondering. Die bepaling vooronderstelt het bestaan van een dienstbetrekking, want zij is naar haar tekst slechts van toepassing op ‘de werknemer die (…).’ Ook uit haar parlementaire geschiedenis volgt dat als geen dienstverband (meer) bestaat, zij niet geldt. Als [A] ’s ziekmelding 1 het dienstverband beëindigde – zowel de partijen als de feitenrechters gaan daarvan uit – dan bestaat geen loondoorbetalingsverplichting en keert het UWV regulier ziekengeld uit (dus geen
no risk-polisziekengeld). Regulier ziekengeld komt ten laste van de werkhervattingskas en is daarmee een ZW-last in de zin van art. 117b Besluit Wfsv die de gedifferentieerde premie Whk beïnvloedt.
no risk-bepaling in art. 29b ZW opgenomen. Die bepaling bevrijdt de werkgever van het risico van twee jaar loondoorbetaling. Een dergelijke werknemer krijgt bij ziekte wél een ZW-uitkering, zodat de werkgever in zoverre geen loon hoeft door te betalen. Een dergelijke ZW-uitkering ex art. 29b ZW komt echter kennelijk niet ten laste van de werkhervattingskas omdat ziekengeld als bedoeld in art. 29(2)(g) in art. 117b Wfsv niet wordt aangemerkt als uitgave ten laste van de werkhervattingskas. Ook in geval van dergelijk
no risk-polis-ziekengeld heeft de ziekte van de werknemer dus geen invloed op de gedifferentieerde premie Whk. Dat strookt met de bedoeling van de wetgever om werkgevers aan te moedigen mensen met een verhoogd risico op uitval in dienst te nemen.
no risk-bepaling niet van toepassing kan zijn, de gedifferentieerde premie Whk omhoog gaat om de (uitzend)werkgever langs die weg toch te stimuleren uitval tegen te gaan.
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
De feiten
junctoart. 14(4) CAO Uitzendkrachten 2017-2019).
no risk-polis van art. 29b ZW bij aanvang van dienstbetrekking 2 nog geldt, gegeven dat die pas op 6 juni 2016 aanving, dus meer dan de in art. 29b ZW genoemde vijf jaar na de WIA-weigering (21 april 2011).
no risk-bepaling van art. 29b ZW vielen. [2]
no risk-bepaling.
no risk-bepaling wel van toepassing op ziekteperiode 2. Hij verwierp de opvatting van de Inspecteur dat ziekteperiode 2 pas aanving nadat [A] op 6 juni 2016 - dus buiten vijfjaarstermijn 1 - een nieuwe dienstbetrekking met de belanghebbende was aangegaan:
geveris en het geschil gaat over premieheffing ten laste van die werkgever.
3.Het geding in cassatie
no risk-bescherming van art. 29b ZW. Het Hof gaat ten onrechte uit van een voortgezette dienstbetrekking bij dezelfde werkgever en legt doel en strekking van art 29b(1)(b) ZW onjuist uit.
no risk-polis (vijfjaarstermijn 2), die liep van 21 april 2011 tot 21 april 2016, was verstreken toen dienstbetrekking 2 aanving. [5] De wet bepaalt dat recht op ziekengeld bestaat bij ziekte na aanvang van
dedienstbetrekking. Dat is dienstbetrekking 1 die in 2013 is aangegaan. Dienstbetrekking 2 is pas op 6 juni 2016 aangegaan en staat op zichzelf; het is geen voortzetting van dienstbetrekking 1, die eindigde op 1 oktober 2015. Omdat 6 juni 2016 buiten vijfjaarstermijn 1 valt, acht de Staatssecretaris de
no risk-polis niet van toepassing.
i.e.langer dan de maximaal 6 maanden waarbinnen arbeidsovereenkomsten voor de ketenbepaling van art. 7:668a(1) BW worden samengeteld.
4.De wet
De Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) en het Besluit Wfsv
no risk-bepaling, ook bekend als ‘no risk-polis’. Op grond daarvan komt, in afwijking van de hoofdregel dat een werknemer met recht op loon geen ziekengeld krijgt uitbetaald (art. 29 ZW Pro), onder bepaalde voorwaarden het ziekengeld wél tot uitbetaling en compenseert in zoverre de loondoorbetalingsplicht van de werkgever: de loondoorbetalingsverplichting blijft bestaan, maar het loon wordt ex art. 7:629(5) BW met de ZW-uitkering verminderd. [13] Is de
no risk-bepaling van toepassing, dan neemt het UWV het inkomensrisico bij ziekte van de werknemer over. [14] Art. 29b ZW (tekst 2018) luidt als volgt ( [A] valt volgens de belanghebbende en de feitenrechters kennelijk onder art. 1(b), gezien r.o. 4.2 van ’s Hofs uitspraak en belanghebbendes beroepschrift bij de Rechtbank):
5.Parlementaire geschiedenis
Art. 29b ZW (no risk)
no risk-bepaling weer aan de orde gekomen. De Wet WIA beoogt activering van arbeidsongeschikten en stelt werkhervatting voorop. In aanvulling daarop wordt inkomensondersteuning geboden. [31] De Wet WIA sluit aan bij eerdere regelingen om de activerende werking van het arbeidsongeschiktheidsstelsel te vergroten: [32]
no risk-bepaling, maar ook een (in 2018 weer afgeschafte) premiekorting gedeeltelijk arbeidsongeschikten. [35]
Art. 117b Wfsv
Art. 2.5 Besluit Wfsv
6.CRvB-Rechtspraak over de term ‘dienstbetrekking’ in art. 29b ZW
a contrarioberoep op doet. In die uitspraken wordt verwezen naar eerdere CRvB-uitspraken. Het gaat om de volgende uitspraken:
nieuwedienstbetrekking (bij dezelfde werkgever) en dat daarom art. 29b ZW niet van toepassing was:
7.Civielrechtelijke opvattingen over het effect van het uitzendbeding bij ziekte
X. v. Uitzendbureau Solutions BV: [55]
geachtwordt zich er op beroepen te hebben op het moment waarop de uitzendeling ziek wordt? (ii) Is de strekking van het uitzendbeding (ziekte van de werknemer is van rechtswege de vervulling van een ontbindende voorwaarde) verenigbaar met het stelsel van het ontslagrecht? (iii) Is de strekking van het uitzendbeding verenigbaar met het opzegverbod bij ziekte van de werknemer?
8.Beoordeling
no risk-bepaling voldeed. Is dienstbetrekking 1 niet beëindigd, dan hoeft slechts te worden beoordeeld of ziekteperiode 2 binnen vijfjaarstermijn 2 viel, hetgeen manifest het geval is.
no risk-bepaling van art. 29b ZW. Dergelijk ziekengeld komt niet ten laste van de werkhervattingskas en is daarom evenmin een ZW-last die de gedifferentieerde premie Whk beïnvloedt.
no risk-bepaling naar zijn tekst niet van toepassing. Dat strookt met de in 5.2 hierboven geciteerde parlementaire geschiedenis, die vermeldt dat “[w]anneer er geen werkgever meer is, (…) artikel 29b niet [kan] worden toegepast.” Ook de in 5.4 geciteerde parlementaire geschiedenis steunt deze lezing: de bedoeling is instroombevordering door wegneming van financiële risico's voor ‘de werkgever’, waarbij is gekozen voor een regeling die aansluit bij ‘de arbeidsrechtelijke verplichting van werkgevers een aanvulling op het ziekengeld te betalen.’ In dezelfde richting wijst de volgende passage in het in 5.8 opgenomen citaat: “De no risk polis vergoedt in het geval van ziekte de kosten van loondoorbetaling.”
junctoart. 46 ZW Pro, dus ten laste van de werkhervattingskas en daarmee als ZW-last in de zin van het Besluit Wfsv.
no risk-bepaling in de Ziektewet opgenomen, die de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte van dergelijke werknemers wegneemt. Die zieke werknemer krijgt ziekengeld in plaats van loon, maar dat komt kennelijk niet ten laste van de werkhervattingskas, nu ziekengeld als bedoeld in art. 29(2)(g) ZW in art. 117b Wfsv niet wordt genoemd als uitgave ten laste van de werkhervattingskas. Ook in dit geval heeft de ziekte van de werknemer dus geen invloed op de gedifferentieerde premie Whk. Dat strookt met de bedoeling van de wetgever om werkgevers aan te moedigen mensen met een verhoogd risico op uitval in dienst te nemen.
no risk-bepaling dus niet van toepassing kan zijn, de gedifferentieerde premie werkhervattingskas omhoog gaat om de (uitzend)werkgever langs die weg toch te stimuleren uitval tegen te gaan.
amicus curiae(art. 8:12b Awb juncto art. 29 AWR Pro), met name met de afstemming met de partijen daarover, zoals ter zake van de vraag welke gedingstukken dan in welke (geanonimiseerde) vorm aan die
amiciter beschikking zouden moeten worden gesteld. Het zou verhelderend kunnen zijn om te weten hoe de moeilijk toegankelijke regels in de praktijk worden begrepen en toegepast. Juist de feitelijke ondoordringbaarheid en civielrechtelijke onzekerheid pleiten echter ook tegen het raadplegen van vrienden, nu mijns inziens de feiten en de civielrechtelijke situatie duidelijk moeten zijn voordat er zinvol sociaal-verzekerings-technische
amicibij gehaald kunnen worden, die immers zullen moeten weten over welke feitelijke en civielrechtelijke configuratie zij moeten adviseren. Ik zie ook niet meteen welke dergelijke
amiciuitgenodigd zouden moeten worden (het UWV?), terwijl openstelling van de zaak op de
websitevoor commentaar van iedereen denkelijk niet tot meer inzicht zal leiden dan de Borgersbrieven van de partijen en het vrije schootsveld dat de vakpers op deze conclusie heeft, nog daargelaten dat er in deze zaak maar weinig recht te ontwikkelen valt.