ECLI:NL:CRVB:2003:AO3300
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Ch. J.G. Olde Kalter
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Aanvang dienstbetrekking en recht op ziekengeld bij arbeidsgehandicapte werknemer
Gedaagde trad op 19 juni 1990 in dienst bij Verswijver Interieurbouw als timmerman/interieurbouwer en viel in 1988 uit wegens rugklachten. Na onderzoek werd hij ongeschikt geacht voor zijn oude functie, waarna de werkgever per 1 maart 1997 een nieuwe functie voor hem creëerde. De kern van het geschil was of deze nieuwe functie een nieuwe dienstbetrekking vormde in de zin van artikel 29b Ziektewet, die recht op ziekengeld zou geven.
De rechtbank vernietigde eerdere besluiten omdat het motiveringsbeginsel was geschonden en oordeelde dat de plaatsing in de nieuwe functie gelijkgesteld kon worden met een nieuwe dienstbetrekking. Het UWV stelde in hoger beroep dat het dienstverband van gedaagde ononderbroken voortduurde sinds 1990 en dat de nieuwe functie onderdeel was van hetzelfde dienstverband.
De Raad overwoog dat artikel 29b Ziektewet bedoeld is om de herintreding van arbeidsgehandicapten in het arbeidsproces te bevorderen door werkgevers te stimuleren nieuwe arbeidsgehandicapten aan te nemen. Omdat gedaagde al sinds 1990 in dienst was en de werkgever slechts een passende functie binnen het bestaande dienstverband aanbood, was er geen sprake van een nieuwe dienstbetrekking. Dit werd bevestigd door het ontbreken van een nieuw arbeidscontract en de toekenning van een loonkostensubsidie voor voortzetting van de bestaande dienstbetrekking.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen tegen de besluiten van het UWV ongegrond, waarmee het recht op ziekengeld werd ontzegd. De Raad achtte geen toepassing van artikel 8:75 Awb Pro noodzakelijk en bevestigde de continuïteit van het dienstverband.
Uitkomst: Er is geen nieuwe dienstbetrekking aangevangen per 1 maart 1997, waardoor gedaagde geen recht heeft op ziekengeld op grond van artikel 29b Ziektewet.