ECLI:NL:CRVB:2013:BY9344
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Weigering Ziektewetuitkering bij overgang concessie zonder nieuwe dienstbetrekking
Werknemer was sinds 1997 gedeeltelijk arbeidsongeschikt en werkte als buschauffeur. Hij was in dienst bij een concessiehouder tot 1 januari 2007, waarna de concessie overging op een andere partij die het personeel overnam. Appellante, de nieuwe werkgever, weigerde een Ziektewetuitkering te verstrekken omdat zij het loon moest doorbetalen.
Het UWV wees de uitkering af op grond dat er geen nieuwe dienstbetrekking was ontstaan per 1 januari 2007 zoals bedoeld in artikel 29b van de Ziektewet. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat de no riskpolis niet van toepassing was.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de overgang van de concessie een nieuwe dienstbetrekking opleverde, omdat de nieuwe werkgever niet kon kiezen over het personeelsbestand en de situatie nieuw was. De Centrale Raad oordeelde dat artikel 29b ZW bedoeld is om werkgevers te stimuleren arbeidsgehandicapten in dienst te nemen, maar dat hier sprake was van een overgang van personeel zonder nieuwe arbeidsovereenkomst.
De Raad concludeerde dat de no riskpolis niet van toepassing is bij een overgang van een concessie waarbij het personeelsbestand automatisch overgaat, ook arbeidsgehandicapten, zonder dat sprake is van een nieuwe dienstbetrekking. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard; geen nieuwe dienstbetrekking en geen recht op Ziektewetuitkering volgens artikel 29b ZW.