Conclusie
OK) heeft, kort gezegd, een onderzoek gelast naar het beleid en de gang van zaken van een B.V. en bij wijze van onmiddellijke voorzieningen een bestuurder geschorst, een bestuurder benoemd met beslissende stem en exclusieve vertegenwoordigingsbevoegdheid, alsook de aandelen van een van de twee aandeelhouders overgedragen ten titel van beheer. De geschorste bestuurder en de door het beheer getroffen aandeelhouder richten hun pijlen in cassatie op het oordeel van de OK over de ontvankelijkheid van het enquêteverzoek en die te treffen onmiddellijke voorzieningen. M.i. houdt de bestreden beschikking in cassatie stand.
1.De feiten
Esperaza) is een Nederlandse houdstermaatschappij. Het bestuur van Esperaza bestaat uit twee bestuurders A, te weten [betrokkene 1] (hierna:
[betrokkene 1]) en [betrokkene 2] (hierna:
[betrokkene 2]), beiden wonende te Angola, en een bestuurder B, [verzoeker 2] (hierna:
[verzoeker 2]). Sociedade Nacional De Combustíveis de Angola - Sonangol E.P. (hierna:
Sonangol) houdt 60% van de aandelen in Esperaza (de aandelen A), Exem Energy B.V. (hierna:
Exem) houdt 40% van de aandelen in Esperaza (de aandelen B).
Dos Santos)
Chairwoman of the Board of Directorsvan Sonangol. Dos Santos is de dochter van Jose Eduardo dos Santos, president van Angola van 10 september 1979 tot 26 september 2017. Sindika Dokolo (hierna:
Dokolo) is de echtgenoot van Dos Santos.
Ultimate Beneficial Owner(UBO). De aandelen betreffen toonderaandelen.
Amorim Energia). Amorim Energia bezit op haar beurt 33,34% in het aandelenkapitaal van het beursgenoteerde Portugese olie- en gasbedrijf Galp Energia SGPS S.A. (hierna:
Galp). De twee andere aandeelhouders van Amorim Energia zijn twee vennootschappen uit de Amorim-groep, een van de grootste Portugese multinationals en investeerders. De jaarrekening van Amorim Energia over 2019 vermeldt dat de marktwaarde van het aandelenbelang van Amorim Energia in Galp per 31 december 2018 € 3.813.933.461,-- en per 31 december 2019 € 4.119.435.199,-- bedraagt.
Banco Bic). Haar tegoeden worden aangehouden bij EuroBic Bank Portugal (banksaldo € 83 miljoen) en bij een branche te Kaapverdië, BIC Cabo Verde (banksaldo ruim € 750.000,--). Dos Santos is aandeelhoudster van de Banco Bic.
Centralis). Zij heeft een huurovereenkomst voor kantoorruimte in het WTC-gebouw te Amsterdam.
Share Purchase Agreement(hierna: de
SPA) ondertekend. De koopprijs voor de aandelen bedroeg € 75.075.880,--. De SPA bepaalt dat 15% van de koopprijs, derhalve € 11.261.382,--, voorafgaand aan de overdracht moest worden betaald (art. 3.2). Dit bedrag is op 18 december 2006 overgemaakt door Exem Africa Ltd., gevestigd op de Britse Maagdeneilanden (hierna:
Exem Africa). De resterende 85% van de koopprijs, € 63.814.498,--, werd door Sonangol gefinancierd door een aan Exem verstrekte
vendor loan. Het geleende bedrag, te vermeerderen met rente, “shall be paid by the Buyer to the Seller and shall be settled out of all ordinary and extraordinary dividends and any other payments to be received by the Buyer from the Company [Esperaza, A-G] from time to time” (art. 3.4). De SPA bevat verder de bepalingen dat de koper, of een door de koper aangewezen vennootschap, te allen tijde gerechtigd is zonder boete het restant van de koopprijs te betalen (art. 3.5, slotzin) en dat uiterlijk op 31 december 2017 aan de betalingsverplichtingen moet zijn voldaan bij gebreke waarvan sprake is van een
Event of Default(art. 3.7).
governancevan Esperaza zijn, naast de statuten die op 22 januari 2007 en nadien op 5 november 2015 zijn gewijzigd, een viertal documenten voorhanden, daterend uit de periode 2006/2007:
Memorandum of Understanding(hierna: de
MoU) tussen Exem Africa en Sonangol dat betrekking heeft op de toelating van Exem Africa of een door haar aan te wijzen vennootschap als aandeelhouder van Esperaza en als datum 25 januari 2006 vermeldt, maar later is opgesteld;
governancevan Esperaza (hierna: de
Governance Agreement), inhoudende, kort gezegd, dat Sonangol besluiten van Esperaza over bepaalde onderwerpen (waaronder - sub d -
The appointment, dismissal and remuneration of the corporate bodies of the Company) niet zal goedkeuren zonder instemming van Exem en/of door Exem benoemde bestuurders; en
Executive Managerkan benoemen die onder meer verantwoordelijk is voor de algemene coördinatie van de relatie tussen de vennootschap, haar aandeelhouders en haar dochtervennootschappen. [verzoeker 2] fungeert sinds het begin van de samenwerking tussen Sonangol en Exem als
Executive Managervan Esperaza.
Payable Amount).
The Chairwoman of the Board of Directors”.
[betrokkene 3]) en [betrokkene 4] (hierna:
[betrokkene 4]) als bestuurders A benoemd.
Management Boardis bij besluit van diezelfde datum door het bestuur van Esperaza - derhalve [betrokkene 3] en [betrokkene 4] als bestuurders A en [verzoeker 2] als bestuurder B - verleend.
liquidator, ontslag van het bestuur van Esperaza en benoeming van een
custodian.
Chairwoman of the Boardvan Sonangol.
non-binding term sheetis bij e-mail van 25 oktober 2018 door de advocaat van Sonangol toegestuurd aan de advocaat van Exem.
trust services. Artikel 7.1 (g) van deze overeenkomst luidt:
Representations and Warranties
demergermet als uitkomst dat Sonangol en Exem hun indirect belang in Amorim Energia apart gaan houden en de beëindiging van de contractuele
governance-regelingen (zie onder 1.12 hiervoor) met betrekking tot Esperaza. De beoogde schikking heeft uiteindelijk geen doorgang gevonden.
governancein onder meer de aandeelhoudersovereenkomst en de
Governance Agreement. Het verzoek van Sonangol om voeging met de procedure NAI 4687 is afgewezen. Ook in procedure NAI 4760 is inmiddels een scheidsgerecht benoemd.
Luanda Leaks). Naar aanleiding van die publicaties is in Angola een strafrechtelijk onderzoek geopend tegen onder meer Dos Santos, in het kader waarvan onderzoek wordt gedaan naar verdenkingen van onder meer verduistering, valsheid in geschrifte, misbruik van macht en witwassen.
Tribunal Supremode inbeslagneming van vermogensbestanddelen van (met name) Dos Santos ter waarde van US$ 1.268.145.808,10 bevolen. Uit het bevel volgt dat ook verdenkingen zijn gerezen tegen [verzoeker 2] en [betrokkene 4] .
demergerzou plaatsvinden (zie onder 1.31 hiervoor).
National Directorate of Investigation and Criminal Prosecution of the Office of the Attorney General of the Republichoudt in dat strafzaken aanhangig zijn tegen Dos Santos, Dokolo en [verzoeker 2] met betrekking tot verdenkingen van “Embezzlement, Defraud, Economic Participation in Business, Criminal Association and Money Laundering”.
Tribunal Criminalvan Lissabon.
Luanda Leaksingestelde bijzondere commissie van Amorim Energia (hierna: de
Amorim Energia-commissie) vragen gesteld aan Esperaza en aan Sonangol. In deze brieven staat, onder verwijzing naar de
Luanda Leaks- waarin ook melding wordt gemaakt van de transactie tussen Sonangol en Exem in 2006 met betrekking tot de aandelen in Esperaza - en de strafrechtelijke procedures tegen onder meer Dos Santos en Dokolo en beslagen die volgens berichten in de media hierop zijn gevolgd: “The board of directors of [Amorim Energia, A-G] has concluded that the foregoing circumstances constitute a factor of serious concern for both the company and Galp, entailing relevant risks of different nature, including financial, legal and, last but not least, reputational.”
ii) Esperaza will not on-pay any amounts received from [Amorim Energia, A-G] to Exem and/or any other entity or person directly or indirectly affiliated with Ms. Dos Santos or her husband.
iii) Sonangol will use its voting power and its other corporate and contractual rights to prevent Esperaza from on-paying any amounts received from [Amorim Energia, A-G] to Exem and/or any other entity or person directly or indirectly affiliated with Ms. Dos Santos or her husband.”
2.Het procesverloop
In feitelijke instantie bij de OK
3. De gronden van de beslissing
(2) In het najaar van 2017 heeft Dos Santos pogingen gedaan tot verdere verduistering door a) namens Sonangol in te stemmen met de zogenaamde
payment agreementdie inhield dat Exem het restant van de koopsom voor de aandelen in Kwanza’s mocht betalen, waarna Dos Santos verklaarde dat het pandrecht op de aandelen was geëindigd en de verplichtingen van Exem onder de SPA waren nagekomen en b) op 14 november 2017, de dag voorafgaand aan haar ontslag als bestuursvoorzitter van Sonangol, met medewerking van twee, op dezelfde dag als bestuurder benoemde, stromannen de algemene vergadering van Esperaza besluiten te laten nemen tot uitkering van interim dividend van in totaal € 131.500.000 (€ 78.900.000 voor Sonangol en € 52.600.000 voor Exem) en tot ontbinding van Esperaza, met aanstelling van [verzoeker 2] als vereffenaar.
(3) De verhoudingen tussen de aandeelhouders Sonangol en Exem zijn verstoord, zoals reeds blijkt uit het feit dat Exem drie arbitrageprocedures tegen Sonangol is gestart.
(4) Tegen Dos Santos, Dokolo en [verzoeker 2] lopen strafrechtelijke onderzoeken, hetgeen in meerdere opzichten gevolgen heeft op het niveau van Esperaza. Enige financiële transactie die Esperaza met of in opdracht van Exem of [verzoeker 2] zou uitvoeren, brengt de ernstige kans mee dat Esperaza zich aan het delict witwassen schuldig zou maken. Dit betekent dat zij niet over haartegoeden op bankrekeningen mag beschikken.
(5) De verhoudingen binnen het bestuur zijn ernstig verstoord. [verzoeker 2] heeft geen gevolg gegeven aan de verzoeken van Sonangol en van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] om in het licht van de strafrechtelijke verdenkingen jegens hem vrijwillig als bestuurder terug te treden: [verzoeker 2] , vertrouwensman en adviseur van Dos Santos, Dokolo en Exem, pleegt obstructie door als bestuurder B van Esperaza pogingen van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] te dwarsbomen om een advocaat in te schakelen om de belangen van Esperaza te bekrachtigen in het arbitraal kort geding dat [verzoeker 2] ’s broodheer Exem heeft aangespannen.
(6) Esperaza is niet in staat bij een te goede naam en faam bekend staande bank een rekening te openen. Zij bankiert noodgedwongen bij EuroBic, een bank waarvan Dos Santos eigenaar is en die momenteel door de Centrale Bank van Portugal onderzocht wordt vanwege deze nauwe banden. Het bestuur van EuroBic heeft onlangs besloten alle commerciële relaties met Dos Santos en haar bedrijf te beëindigen. Voor toegang tot de bankrekeningen van Esperaza is de handtekening van [verzoeker 2] vereist, Esperaza gaat ervan uit dat zij, gelet op de strafrechtelijke onderzoeken tegen [verzoeker 2] , feitelijk geen toegang tot haar bankrekeningen heeft. Zij lijkt verlamd te raken en kan niet over haar financiële middelen beschikken vanwege het aandeelhouderschap respectievelijk het bestuurderschap van Exem en [verzoeker 2] .
(7) Het trustkantoor Centralis heeft wegens
compliance issuesgerelateerd aan de persoon van [verzoeker 2] de domicilieverlening opgezegd met ingang van 10 maart 2020. Geen trustkantoor zal bereid zijn tot de (noodzakelijke) dienstverlening aan Esperaza vanwege de betrokkenheid van Exem, Dos Santos, Dokolo en [verzoeker 2] . Per 31 maart 2020 eindigt ook de huurovereenkomst betreffende het kantoor van Esperaza in het WTC-gebouw.
(8) Amorim Energia heeft uitkering van dividend aan Esperaza geweigerd vanwege Exem en [verzoeker 2] .
Executive Manager, derhalve [verzoeker 2] , de onderlinge verhouding regelt tussen Esperaza, Amorim Energia, Sonangol en Exem - nu geen ruggespraak met [verzoeker 2] heeft plaatsgevonden.
governance-bepalingen die tussen partijen gelden en die voorzien in bepaalde bevoegdheden van [verzoeker 2] . Deze bepalingen dienen in zoverre derhalve buiten toepassing te blijven. In het licht van het belang van Esperaza een onderzoek te kunnen verzoeken naar bedoelde feiten, omstandigheden en handelingen, zou een andere opvatting waarbij [verzoeker 2] de facto steeds zou kunnen verhinderen dat een onderzoek naar (onder meer) zijn eigen rol en handelen kan plaatsvinden, te zeer afbreuk doen aan een effectieve werking van het enquêterecht.
De besluiten van 14 november 2016[bedoeld zal zijn 14 november 2017, A-G]
3.19 Sonangol en Esperaza hebben voorts bezwaren geuit tegen de besluiten die op 14 november 2017 binnen Esperaza zijn genomen, te weten de vervanging van de bestuurders A van Esperaza, het besluit tot dividenduitkering, gevolgd door de goedkeuring van het bestuur, en vervolgens het besluit tot ontbinding van Esperaza.
timingen de haast waarmee de besluiten zijn genomen vraagtekens op. De besluiten zijn genomen de dag voorafgaand aan het ontslag van Dos Santos als
Chairwoman of the Boardvan Sonangol. Onverklaard is voorts gebleven waarom de zittende bestuurders A met onmiddellijke ingang zouden moeten worden vervangen. Opvallend is ook de snelheid waarmee het nieuwe bestuur vervolgens goedkeuring aan de dividenduitkering heeft verleend. Ten slotte valt de stelling van Exem dat thans wel dividend kon worden uitgekeerd terwijl dividenduitkering in de afgelopen jaren steeds had moeten wachten op het voltooien van een fiscale herstructurering van Sonangol - die er volgens Exem op was gericht dat Sonangol niet langer 15% dividendbelasting verschuldigd zou zijn - lastig te verenigen met het gegeven dat deze fiscale herstructurering op 14 november 2017 kennelijk nog niet was afgerond, aangezien 15% dividendbelasting is ingehouden en afgedragen. De hiervoor omschreven gegronde redenen voor twijfel rechtvaardigen een onderzoek bij Esperaza.
Governance Agreementis onduidelijk en de geldigheid van de (her)benoemingsbesluiten van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] wordt betwist. Een dergelijke onduidelijkheid, die tevens onzekerheid over de (rechtsgeldigheid van) besluitvorming meebrengt, is onwenselijk.
governanceen dat de hoedanigheid van [verzoeker 2] als bestuurder in het licht van de gerezen strafrechtelijke verdenkingen en de lopende onderzoeken risico’s oplevert voor Esperaza en een normale bedrijfsvoering belemmert. Ditzelfde geldt voor de hoedanigheid van Exem als aandeelhouder van Esperaza. De Ondernemingskamer acht met het oog op de toestand van Esperaza noodzakelijk de navolgende onmiddellijke voorzieningen te treffen. De Ondernemingskamer zal [verzoeker 2] schorsen als bestuurder B van Esperaza en - voor zover nodig in afwijking van de statuten - in zijn plaats een nader aan te wijzen persoon tot bestuurder benoemen, met een beslissende stem binnen het bestuur en die als enige bevoegd is om de vennootschap zelfstandig te vertegenwoordigen. De Ondernemingskamer zal tevens de aandelen van Exem in Esperaza ten titel van beheer aan een door haar te benoemen beheerder overdragen, zodat adequate besluitvorming in de algemene vergadering gewaarborgd is. De overdracht ten titel van beheer laat het strafrechtelijk beslag ongemoeid.
3.De bespreking van het cassatiemiddel
De cassatieklachten
Executive Manager, derhalve [verzoeker 2] , de onderlinge verhouding regelt tussen Esperaza, Amorim Energia, Sonangol en Exem - nu geen ruggespraak met [verzoeker 2] heeft plaatsgevonden.” [11]
governance-bepalingen die tussen partijen gelden en die voorzien in bepaalde bevoegdheden van [verzoeker 2] . Deze bepalingen dienen in zoverre derhalve buiten toepassing te blijven. In het licht van het belang van Esperaza een onderzoek te kunnen verzoeken naar bedoelde feiten, omstandigheden en handelingen, zou een andere opvatting waarbij [verzoeker 2] de facto steeds zou kunnen verhinderen dat een onderzoek naar (onder meer) zijn eigen rol en handelen kan plaatsvinden, te zeer afbreuk doen aan een effectieve werking van het enquêterecht.”
Hetgeen het subonderdeel aanvoert ter bestrijding van rov. 3.6 kan, voor zover het al feitelijke grondslag heeft, [12] niet meebrengen dat de OK daar blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. Aldus oordelend in rov. (3.5 en) 3.6:
governance-bepalingen (die tussen partijen gelden en die voorzien in bepaalde bevoegdheden van [verzoeker 2] ) waarop dat verweer berust hier buiten toepassing dienen te blijven, waarmee de bodem dus wegvalt onder dat verweer. [15]
governance-bepalingen die tussen partijen gelden en die voorzien in bepaalde bevoegdheden van [verzoeker 2] ”, gezien ook rov. 3.5).
governance-bepalingen binnen Esperaza naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Het subonderdeel wijst erop dat Exem en [verzoeker 2] hebben aangevoerd dat de twee andere bestuurders, [betrokkene 1] en [betrokkene 2] , zonder [verzoeker 2] daar op enigerlei wijze in te kennen, hebben besloten tot een enquête. [41] Een beroep op statutaire en contractuele
governance-bepalingen kan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar worden, indien [betrokkene 1] en [betrokkene 2] [verzoeker 2] hadden gekend in het enquêteverzoek en [verzoeker 2] dit structureel zou zijn blijven blokkeren, maar deze situatie deed zich (nog) niet voor. Daaraan doet niet af, aldus het subonderdeel, dat het mede gaat om feiten en omstandigheden waarbij ook [verzoeker 2] (direct of indirect) is betrokken en handelingen van [verzoeker 2] zelf, net als overigens geldt voor de door Sonangol benoemde bestuurders. In dat verband is volgens het subonderdeel van belang dat niet lichtvaardig statutaire en contractuele
governance-bepalingen die overleg tussen en instemming van bestuurders noodzakelijk maken op deze grond opzij gezet moeten kunnen worden, juist waar het feiten of omstandigheden betreft waarbij een bestuurder is betrokken of handelingen die hij zelf heeft verricht. In het bijzonder valt niet in te zien, zo vervolgt het subonderdeel, waarom [betrokkene 1] en [betrokkene 2] [verzoeker 2] niet in hun wens tot het houden van een enquête zouden hebben kunnen kennen en zouden hebben kunnen onderzoeken of met [verzoeker 2] gezamenlijk een oplossing voor de door hen gesignaleerde problemen had kunnen worden gevonden, mede gelet op de vaststelling van de OK in rov. 3.25 dat de meningsverschillen binnen het bestuur uiteindelijk door compromissen zijn opgelost en het betoog van [verzoeker 2] dat partijen een status quo hadden bereikt, [42] en hadden kunnen bespreken of een enquêteverzoek een uitweg voor deze problemen zou hebben kunnen bieden. Dat hebben [betrokkene 1] en [betrokkene 2] echter nagelaten. Een en ander klemt temeer, aldus nog steeds het subonderdeel, nu Exem (onbestreden) heeft aangevoerd dat de in deze enquêteprocedure opgeworpen bezwaren achteraf bedacht dan wel recent gevonden zijn en de bezwaren niet bekend zijn bij [verzoeker 2] , althans dat het in ieder geval gaat om bezwaren waarop hij niet heeft kunnen reageren. [43] Hiervan uitgaande valt volgens het subonderdeel niet in te zien waarom het beroep van [verzoeker 2] op de statutaire en contractuele
governance-bepalingen zonder bijkomende omstandigheden, die de OK echter niet heeft vastgesteld, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. In ieder geval, klaagt het subonderdeel, heeft de OK geen inzicht geboden in haar gedachtegang waarom sprake is van zodanige bijzondere omstandigheden dat [betrokkene 1] en [betrokkene 2] [verzoeker 2] zelfs niet hoefden te kennen in hun wens tot het houden van een enquête om de door hen gesignaleerde problemen op te lossen en die meebrengen dat het beroep van [verzoeker 2] op de statutaire en contractuele
governance-bepalingen in dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
Naar de kern genomen betoogt het subonderdeel dat de OK in rov. 3.6 van de beschikking op te lichte gronden, althans zonder afdoende inzicht te bieden in haar gedachtegang, gelet ook op door Exem en [verzoeker 2] in feitelijke instantie betrokken stellingen, het voorliggende ontvankelijkheidsverweer van Exem en [verzoeker 2] verwerpt. Hetgeen het subonderdeel aanvoert ter bestrijding van rov. 3.6 kan, voor zover het al feitelijke grondslag heeft, [44] niet meebrengen dat de OK daar blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting of een ontoereikende motivering. Dit behoeft, gelet op 3.5 hiervoor inzake de behandeling van subonderdeel 3.1, waarbij - zoals daar reeds aangegeven - ook is geanticipeerd op het onderhavige subonderdeel, geen verdere toelichting.
Hierop stuit het subonderdeel af.
Ik start met het citeren van rov. 3.7 van de beschikking:
Hierop stuit het subonderdeel af. [54]
governanceen dat de hoedanigheid van [verzoeker 2] als bestuurder in het licht van de gerezen strafrechtelijke verdenkingen en de lopende onderzoeken risico’s oplevert voor Esperaza en een normale bedrijfsvoering belemmert, terwijl ditzelfde geldt voor de hoedanigheid van Exem als aandeelhouder van Esperaza. Op die grond heeft de OK (alleen) [verzoeker 2] als bestuurder B van Esperaza geschorst, in zijn plaats een nader aan te wijzen persoon tot bestuurder benoemd en de aandelen van Exem in Esperaza ten titel van beheer overgedragen, zodat (ook) een adequate besluitvorming in de algemene vergadering volgens haar gewaarborgd is. De OK heeft “echter ten onrechte geen belangenafweging verricht en/of de effectiviteit en/of de proportionaliteit beoordeeld” van de schorsing van (alleen) [verzoeker 2] als bestuurder en de benoeming van een bestuurder en/of (alleen) de overdracht van aandelen van Exem ten titel van beheer. De OK had “echter moeten onderzoeken met het oog op de beantwoording van de vraag of deze schorsing en benoeming en/of deze overdracht ten titel van beheer in het licht van de door de [OK] geconstateerde belemmering van de bedrijfsvoering en een adequate besluitvorming in de algemene vergadering noodzakelijk, effectief en proportioneel is en of daarvoor voldoende zwaarwegende reden[en] bestaan”, aldus nog steeds het subonderdeel.
Ingevolge art. 2:349a lid 2 BW kan de OK, “[i]ndien gelet op de belangen van de rechtspersoon en degenen die krachtens de wet en de statuten bij zijn organisatie zijn betrokken een onmiddellijke voorziening vereist is in verband met de toestand van de rechtspersoon of in het belang van het onderzoek”, in elke stand van het geding een zodanige voorziening treffen. Deze bepaling vormt blijkens de parlementaire geschiedenis een codificatie van de vaste rechtspraak van de Hoge Raad ter zake, [55] met name van zijn SkyGate-beschikking, [56] en beoogt aan te sluiten bij de eisen van redelijkheid en billijkheid van art. 2:8 BW Pro. [57] Uit het een en ander volgt, kort gezegd en onder meer: [58]
In de beschikking stelt de OK vooreerst vast dat zich gegronde redenen voordoen om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Esperaza, welke redenen een onderzoek rechtvaardigen (art. 2:350 lid 1 BW Pro). Dat oordeelt de OK niet alleen ten aanzien van de op 14 november 2017 binnen Esperaza genomen besluiten (rov. 3.19-3.21), [60] maar tevens ten aanzien van de huidige situatie van Esperaza (rov. 3.22-3.26). Bij dit eerste betrekt de OK de
timingen de haast waarmee de besluiten zijn genomen, de snelheid waarmee het nieuwe bestuur vervolgens goedkeuring aan de dividenduitkering heeft verleend, en het feit dat de stellingname van Exem omtrent de dividenduitkering lastig te verenigen valt met de stand van zaken omtrent de fiscale herstructurering (rov. 3.21). [61] Wat dit laatste betreft, overweegt de OK, kort gezegd, dat het geen twijfel lijdt dat de verdenkingen die zijn gerezen tegen Dos Santos, Dokolo en [verzoeker 2] en de strafrechtelijke onderzoeken die in verband daarmee worden verricht, negatieve gevolgen hebben voor Esperaza (rov. 3.24) [62] en dat ook de verhoudingen binnen het bestuur van Esperaza problematisch zijn (rov. 3.25). [63] Gelet daarop, beveelt de OK een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Esperaza (als bedoeld in art. 2:345 lid 1 BW Pro) over de periode vanaf 2017, dat zich met name richt op hetgeen in rov. 3.21, 3.24 en 3.25 is overwogen (rov. 3.27). Ook het subonderdeel bestrijdt deze oordelen niet, zodat deze in cassatie vaststaan en tot uitgangspunt moeten worden genomen bij de lezing van rov. 3.28 en 3.29, waarin de OK zich vervolgens uitlaat over al dan niet te treffen onmiddellijke voorzieningen op de voet van art. 2:349a lid 2 BW, klaarblijkelijk in het bijzonder voortbouwend op rov. 3.22-3.27 en met inachtneming van hetgeen door partijen ter zake is aangevoerd, welke overwegingen als volgt luiden:
governanceen dat de hoedanigheid van [verzoeker 2] als bestuurder in het licht van de gerezen strafrechtelijke verdenkingen en de lopende onderzoeken risico’s oplevert voor Esperaza en een normale bedrijfsvoering belemmert. Ditzelfde geldt voor de hoedanigheid van Exem als aandeelhouder van Esperaza. De Ondernemingskamer acht met het oog op de toestand van Esperaza noodzakelijk de navolgende onmiddellijke voorzieningen te treffen. De Ondernemingskamer zal [verzoeker 2] schorsen als bestuurder B van Esperaza en - voor zover nodig in afwijking van de statuten - in zijn plaats een nader aan te wijzen persoon tot bestuurder benoemen, met een beslissende stem binnen het bestuur en die als enige bevoegd is om de vennootschap zelfstandig te vertegenwoordigen. De Ondernemingskamer zal tevens de aandelen van Exem in Esperaza ten titel van beheer aan een door haar te benoemen beheerder overdragen. zodat adequate besluitvorming in de algemene vergadering gewaarborgd is. De overdracht ten titel van beheer laat in het strafrechtelijk beslag ongemoeid.
Naar blijkt uit rov. 3.28, vierde zin, treft de OK de in het vervolg van rov. 3.28 bedoelde onmiddellijke voorzieningen op de voet van art. 2:349a lid 2 BW, omdat de OK het met het oog op de toestand van Esperaza noodzakelijk acht deze voorzieningen te treffen. Dit kan niet los worden gezien van hetgeen de OK daaraan voorafgaand in rov. 3.28 overweegt, [64] wat weer moet worden verstaan in het licht van rov. 3.19-3.27, in het bijzonder rov. 3.22-3.27, waarover hiervoor, hetgeen dat noodzakelijkheidsoordeel van de OK zonder meer kan dragen. Naar eveneens blijkt uit rov. 3.28, gaat het om voorzieningen die naar hun aard voorlopig zijn. Het betreft immers de schorsing van [verzoeker 2] als bestuurder B van Esperaza, de benoeming in diens plaats van een tijdelijk bestuurder (met beslissende stem binnen het bestuur en zelfstandige vertegenwoordigingsbevoegdheid, voor zover nodig in afwijking van de statuten), en de overdracht ten titel van beheer van de aandelen van Exem in Esperaza, wat ook een tijdelijk karakter heeft. Naar eveneens blijkt uit rov. 3.28, verstaan in het licht van rov. 3.19-3.27, in het bijzonder rov. 3.22-3.27, en gezien ook rov. 3.29, ligt aan dit oordeel van de OK inzake de te treffen onmiddellijke voorzieningen op de voet van art. 2:349a lid 2 BW ook ten grondslag een billijke afweging van de belangen van de betrokken partijen - waaronder die van Esperaza, Exem en [verzoeker 2] - met het oog op de gevolgen ervan, opdat de getroffen voorzieningen al met al niet disproportioneel zijn. Daarop wijst niet alleen:
governance(waaronder rechtsgeldigheid van besluitvorming door het bestuur) worden verminderd, hetgeen evident ook in dat belang van Esperaza is. [66]
Gelet op dit een en ander gaat het subonderdeel uit van een onjuiste lezing van de beschikking, en mist het daarmee feitelijke grondslag waar het klaagt dat de OK in rov. 3.28 bij de onmiddellijke voorzieningen die zij treft op de voet van art. 2:349a lid 2 BW geen belangenafweging verricht en/of niet de effectiviteit en/of proportionaliteit van die voorzieningen beoordeelt. Dat doet de OK kenbaar wel, ook wat betreft de schorsing van (alleen) [verzoeker 2] als bestuurder (en de benoeming in diens plaats van een tijdelijk bestuurder) en de overdracht ten titel van beheer van (alleen) de aandelen van Exem in Esperaza. Hetzelfde geldt voor zover het subonderdeel klaagt dat de OK in rov. 3.28 daarbij niet de noodzakelijkheid van het treffen van deze voorzieningen beziet. Tot een verdergaande beoordeling naar voldoende zwaarwegende redenen voor het treffen van deze voorzieningen was de OK niet gehouden, nu hetgeen de OK kenbaar bij die beoordeling betrekt, naar het rechtens niet onjuiste oordeel van de OK, afdoende grond biedt voor het treffen van deze voorzieningen (waarbij nog in herinnering zij gebracht dat de in art. 2:349a lid 3 BW bedoelde situatie zich hier niet voordoet). Voor zover het subonderdeel daarover nog klaagt, loopt het daarop vast. Overigens meen ik dat het oordeel van de OK in rov. 3.28 en 3.29 omtrent het treffen van onmiddellijke voorzieningen op de voet van art. 2:349a lid 2 BW, gelet ook op rov. 3.19-3.27, in het bijzonder rov. 3.22-3.27, afdoende navolgbaar is en geen nadere motivering vergde. Ik kom daarop nog terug in het kader van de andere subonderdelen van dit onderdeel, onder 3.16, 3.18 en 3.20 hierna.
Hierop stuit het subonderdeel af.
joint venturemet activum van € 1,5 miljard die haaks staat op de afspraken die partijen daarover hebben gemaakt bij de oprichting van de
joint ventureen waarover tussen Exem en Sonangol een arbitrage loopt; [70]
governance, naar Exem en [verzoeker 2] hebben betoogd en in subonderdeel 2.4 wordt uiteengezet, niet aan Exem en/of [verzoeker 2] zijn te wijten en met name ook, naar de OK in rov. 3.25 heeft vastgesteld, de positie van de door Sonangol benoemde bestuurders betreft.
Het subonderdeel betoogt vervolgens, in wezen als uitwerking van genoemde klacht, dat in het licht van de genoemde stellingen van Exem niet, in ieder geval niet zonder meer, valt in te zien waarom de overdracht van de aandelen van Exem noodzakelijk, effectief en proportioneel is en daarvoor zwaarwegende redenen bestaan, gevolgd door:
Bij de behandeling van dit subonderdeel zij herinnerd aan hetgeen ik bij de behandeling van subonderdeel 2.1 heb vooropgesteld omtrent het ter zake relevante juridische kader en heb uiteengezet omtrent het oordeel van de OK in rov. 3.28 en 3.29 van de beschikking (te bezien in het licht ook van rov. 3.19-3.27, in het bijzonder rov. 3.22-3.27) over hier te treffen onmiddellijke voorzieningen op de voet van art. 2:349a lid 2 BW (zie onder 3.14 hiervoor). Verder betrek ik dat een rechter (zo ook de OK in een enquêteprocedure als de onderhavige) niet steeds alle door een partij aangedragen stellingen uitdrukkelijk in de motivering behoeft te betrekken, tenzij sprake is van, kort gezegd, een essentiële stelling. [75] Ik loop de stellingen langs waarop het subonderdeel zich beroept.
onder (i)verwijst, kan niet afdoen aan de beslissing van de OK op de voet van art. 2:349a lid 2 BW om de aandelen van Exem in Esperaza over te dragen ten titel van beheer. Naar de OK in rov. 3.24 (in cassatie onbestreden) overweegt, welk oordeel blijkens rov. 3.28 mede ten grondslag ligt aan haar beslissing om de daarin genoemde onmiddellijke voorzieningen te treffen (zie onder 3.14 hiervoor), [76] lijdt het geen twijfel (valt te verwachten) dat de verdenkingen die zijn gerezen tegen Dos Santos, Dokolo en [verzoeker 2] en de strafrechtelijke onderzoeken die in verband daarmee worden verricht, alsmede [77] het feit dat Dokolo en [verzoeker 2] aan Exem verbonden zijn, negatieve gevolgen hebben (reputatie- en andersoortige problemen opleveren) voor Esperaza, wat zich ook al heeft gemanifesteerd, zoals uiteengezet in rov. 3.24 (en in essentie herhaald in rov. 3.28). Aldus is het niet relevant in hoeverre de verwijten van Sonangol (ook) van doen hebben met het handelen van Exem als aandeelhouder, en kon de OK daaraan voorbijgaan zoals zij doet, nu de bedoelde negatieve gevolgen voor Esperaza zich, los van zulk handelen,
hoe dan ookmanifesteren en al gemanifesteerd hebben, zoals de OK vaststelt. Hieruit volgt dat en waarom de OK deze stelling verwerpt, wat geen nadere motivering behoefde.
onder (i), wat onverlet laat dat, gegeven het voorgaande en het hier voorop staande belang van Esperaza, het treffen van deze voorziening noodzakelijk, proportioneel en effectief was, waarbij zij aangetekend dat, naar besloten ligt in onder meer rov. 3.28 en 3.29, het slechts een voorziening met een voorlopig karakter betreft die geen (goederenrechtelijke) overdracht behelst maar, kort gezegd, de (mogelijkheid van) uitoefening van met die aandelen verbonden vennootschapsrechtelijke bevoegdheden door een beheerder aan wie deze bevoegdheden dan exclusief toekomen, waarbij naar de aard ook gebruikgemaakt kan worden van de aan de desbetreffende aandelen in Esperaza verbonden vergader- en stemrechten en de beheerder uiteraard (ook) rekening te houden heeft met het kenbare, gerechtvaardigde belang van Exem als de partij wier aandelen in Esperaza ten titel van beheer zijn overgedragen. [78] Hieruit volgt dat en waarom de OK deze stelling verwerpt, wat evenmin nadere motivering behoefde.
onder (ii).De enkele opmerking van Exem dat deze voorziening disproportioneel is, behoefde geen nadere respons van de OK, gelet op rov. 3.28 en 3.29 (en gezien ook rov. 3.19-3.27, in het bijzonder rov. 3.22-3.27). Hetzelfde geldt voor de opmerking van Exem dat deze voorziening niet leidt tot een oplossing van de problemen waarmee Esperaza volgens Sonangol te kampen heeft, nu, naar reeds volgt uit genoemde overwegingen, in het bijzonder rov. 3.28 en 3.29 in verbinding met rov. 3.24 (en 3.25), en ook in de rede ligt, deze voorziening juist bijdraagt aan het, in het belang van Esperaza, effectief tegengaan van de door de OK gesignaleerde risico’s voor Esperaza en belemmering van een normale bedrijfsvoering door Esperaza die specifiek verbonden zijn aan onder meer het aandeelhouderschap van Exem, hetgeen (in termen van effectiviteit) reeds afdoende rechtvaardiging biedt, waarmee de OK die opmerking ook passeert. Zie ook onder 3.18 hierna. Gelet op dit laatste behoefde evenmin nadere behandeling door de OK de in het subonderdeel bedoelde opmerking van [verzoeker 2] dat partijen een status quo hadden bereikt en dat het belang van de vennootschap, het behoud van die status quo, niet is gediend met het treffen van voorlopige voorzieningen. Wat er zij van die status quo, deze deed naar de aard hoe dan ook aan dat laatste niet af (noch overigens aan de eveneens door de OK vastgestelde problematische verhoudingen binnen het bestuur, zie rov. 3.25 en 3.28, wat evenmin in het belang is van Esperaza), waaruit ook volgt dat het belang van Esperaza zich hier niet laat herleiden tot slechts het behoud van die status quo. Daarmee passeert de OK ook die opmerking.
onder (iii). Wat er zij van de opmerking van Exem dat de verdachtmakingen tegen wijlen Dokolo, de (voormalige) UBO van Exem, ongesubstantieerd, onterecht en irrelevant zijn, nu nog geen rechter ten gronde heeft beoordeeld of er strafbare feiten zijn begaan die relevant zijn voor deze procedure en de onschuld van wijlen Dokolo (en van Dos Santos) uitgangspunt dient te zijn totdat het tegendeel is bewezen (waarover ook rov. 3.13), deze kan niet eraan afdoen dat de door de OK bedoelde overdracht ten titel van beheer van de aandelen van Exem in Esperaza juist bijdraagt aan het, in het belang van Esperaza, effectief tegengaan van de door de OK gesignaleerde risico’s voor Esperaza en belemmering van een normale bedrijfsvoering door Esperaza die specifiek verbonden zijn aan onder meer het aandeelhouderschap van Exem, in het bijzonder de verdenkingen die zijn gerezen tegen onder anderen Dokolo en de strafrechtelijke onderzoeken die in verband daarmee worden verricht, alsmede het verbonden zijn van onder anderen Dokolo aan Exem, waarover hiervoor. [79] Genoemde opmerking van Exem behoefde dan ook geen verdere behandeling door de OK, die deze opmerking aldus passeert.
onder (iv)waarop het subonderdeel beroep doet, wat betreft de opmerking van Exem dat de (strafrechtelijke) verdenkingen zoals door Sonangol geschetst niet valide zijn, voortvloeien uit een politiek geïnspireerde vendetta tegen Dos Santos (waarover ook rov. 3.13). Wat daarvan verder zij: naar de OK vaststelt in rov. 3.24 en 3.28, lijdt het geen twijfel dat de verdenkingen die zijn gerezen tegen Dos Santos, Dokolo en [verzoeker 2] en de strafrechtelijke onderzoeken die in verband daarmee worden verricht negatieve gevolgen hebben voor Esperaza, en valt te verwachten dat het feit dat Dokolo en [verzoeker 2] aan Exem verbonden zijn reputatie- en andersoortige problemen oplevert voor Esperaza, wat zich ook al heeft gemanifesteerd, waarover hiervoor. Genoemde opmerking van Exem behoefde dan evenmin verdere behandeling door de OK, die deze opmerking aldus passeert.
onder (iv)waarop het subonderdeel beroep doet, biedt, mede gelet daarop, evenmin soelaas wat betreft de opmerking van Exem dat die verdenkingen niet van invloed behoeven te zijn op de bedrijfsvoering, mits beide aandeelhouders zich op constructieve wijze blijven inzetten voor de normale bedrijfsvoering, en dat de periode sinds indiening van het verzoekschrift heeft laten zien dat Esperaza tijdens de arbitrages en strafrechtelijke onderzoeken kan functioneren (waarover ook rov. 3.23). Immers, naar de OK vaststelt in rov. 3.24-3.25 en 3.28 (inzake “[d]e huidige situatie van Esperaza”) lijdt het geen twijfel dat de verdenkingen die zijn gerezen tegen Dos Santos, Dokolo en [verzoeker 2] en de strafrechtelijke onderzoeken die in verband daarmee worden verricht negatieve gevolgen hebben voor Esperaza, en valt te verwachten dat het feit dat Dokolo en [verzoeker 2] aan Exem verbonden zijn reputatie- en andersoortige problemen oplevert voor Esperaza, wat zich ook al heeft gemanifesteerd, terwijl de OK ook de verhoudingen binnen het bestuur problematisch acht, in het bijzonder omdat duidelijk is dat de verhoudingen ernstig zijn verstoord en de bestuurders over belangrijke onderwerpen niet op één lijn zitten, en bovendien onduidelijkheid bestaat over de
governance, mede omdat de geldigheid van de (her)benoemingsbesluiten van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] worden betwist. Ook genoemde opmerking van Exem behoefde dan geen verdere behandeling door de OK, die deze opmerking aldus passeert.
governanceniet aan Exem en/of [verzoeker 2] zijn te wijten, noch door - wat het subonderdeel noemt - de vaststelling van de OK in rov. 3.25 dat deze onduidelijkheden de positie van de door Sonangol benoemde bestuurders betreffen. Nog daargelaten dat de OK vaststelt dat de geldigheid van de (her)benoemingsbesluiten van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] wordt betwist (waarbij het voor de hand ligt dat die betwisting niet afkomstig is van Sonangol of deze door haar benoemde bestuurders A, maar van Exem en/of [verzoeker 2] ), en dat de onduidelijkheid in de
governanceook de status van de
Governance Agreementbetreft (wat op zichzelf niet de positie van die door Sonangol benoemde bestuurders betreft), [80] geldt dat dit betoog hoe dan ook onverlet laat dat, naar de OK dus onderkent in rov. 3.28 en 3.29 in verbinding met rov. 3.24 (en 3.25), de overdracht ten titel van beheer van de aandelen van Exem in Esperaza juist bijdraagt aan het, in het belang van Esperaza, effectief tegengaan van de door de OK gesignaleerde risico’s voor Esperaza en belemmering van een normale bedrijfsvoering door Esperaza die specifiek verbonden zijn aan onder meer het aandeelhouderschap van Exem. [81] Gelet ook op hetgeen de OK verder betrekt in rov. 3.28 en 3.29 (te verstaan in het licht van rov. 3.19-3.27, in het bijzonder rov. 3.22-3.27), valt niet in te zien waarom de OK, laat staan specifiek wat betreft de genoemde onmiddellijke voorziening, nog weer nader had moeten ingaan op dit betoog, waarin de OK dus niet meegaat.
Hierop stuit het subonderdeel af.
Het subonderdeel klaagt in de eerste plaats dat, indien de OK haar beslissing in rov. 3.28 dat de overdracht ten titel van beheer van de aandelen van Exem in Esperaza noodzakelijk, effectief en proportioneel is en dat daarvoor zwaarwegende redenen bestaan (mede) heeft gebaseerd op haar beslissingen in rov. 3.22 en 3.24 dat de verstoorde verhoudingen tussen de aandeelhouders en de bestuurders en de gevolgen van de strafrechtelijke onderzoeken naar Dos Santos, Dokolo en [verzoeker 2] de bedrijfsvoering van Esperaza verstoren en problemen opleveren in haar relatie met Amorim Energia en/of op de in rov. 3.21 gegeven reden om aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Esperaza te twijfelen, die beslissing ook dan onbegrijpelijk is. Deze vaststellingen zien immers niet, althans niet zonder meer, op het handelen van Exem als aandeelhouder. Bovendien valt in het licht van het betoog van Exem dat deze voorziening disproportioneel is en niet tot een oplossing leidt van de problemen waarmee Esperaza volgens Sonangol te kampen heeft, [82] niet zonder meer in te zien dat met deze voorlopige voorziening de gevolgen van de strafrechtelijke onderzoeken voor Esperaza worden opgelost, zoals, naar de OK in rov. 3.22 heeft geconstateerd, de reputatie- en andersoortige problemen en, naar de OK in rov. 3.24 heeft geconstateerd, de problemen met betrekking tot het vinden van een trustkantoor, het openen van een bankrekening of het vinden van een accountant.
Daarnaast heeft, volgens het subonderdeel, de OK in rov. 3.24 aan haar beslissing ten grondslag gelegd dat de reputatie- en andersoortige problemen voor Esperaza zich al hebben gemanifesteerd in de terugtrekking van Centralis, die volgens de OK gevolgen heeft verbonden aan het feit dat, anders dan toegezegd, de splitsing van Esperaza geen doorgang heeft gevonden waardoor het uitgangspunt dat zij slechts voor Sonangol werkzaam zou zijn, geen doorgang kon vinden. Dat kan echter, zo klaagt het subonderdeel in de tweede plaats, geen toereikende grondslag zijn voor de beslissing dat de aandelen van Exem in Esperaza ten titel van beheer moeten worden overgedragen, [83] omdat ook deze overdracht er niet, althans niet zonder meer, toe leidt dat Esperaza (tijdelijk) slechts voor Sonangol werkzaam zou zijn en/of de
demergeralsnog doorgang vindt, terwijl ook niet zonder meer valt in te zien dat en waarom Centralis de dienstverlening zal hervatten als de
demergeralsnog tot stand komt. Bovendien, zo klaagt het subonderdeel verder, is deze beslissing onbegrijpelijk in het licht van de stellingen van Exem:
compliance issuesgerelateerd aan Exem en de persoon van [verzoeker 2] , maar met de zowel door Sonangol als Exem gegeven, en door de OK in rov. 2.31 ook aangehaalde,
warrantyin het verlengde van de door Sonangol en Exem uit te voeren en door de OK ook in rov. 3.24 genoemde splitsing, die echter niet gestand kon worden gedaan vanwege het afbreken van de onderhandelingen door Sonangol, waardoor Centralis in het najaar van 2019, al voordat de fraude-aantijgingen tegen [verzoeker 2] werden geuit, te kennen heeft gegeven dat zij Exem aan de verleende
warrantyzou houden en dat ook heeft gedaan; [84]
demergerzou plaatsvinden, terwijl op dat moment de door de OK in rov. 2.40 genoemde verklaring omtrent de strafzaken tegen Dos Santos, Dokolo en [verzoeker 2] nog niet was afgelegd en de in rov. 2.46 genoemde
Luanda Leaksnog niet waren gepubliceerd, niet in te zien waarom (de achtergrond van) de opzegging van Centralis de aan [verzoeker 2] en Exem gerelateerde (strafrechtelijke)
compliance issueswaren, waarom de overdracht ten titel van beheer daarvoor een oplossing kan bieden en waarom indien die overdracht van de aandelen (ten titel van beheer) al eerder zou hebben plaatsgevonden Centralis de dienstverleningsovereenkomst niet zou hebben opgezegd dan wel thans nog bereid is de dienstverlening te hervatten na overdracht van de aandelen ten titel van beheer.
Mede in het licht van de behandeling van de subonderdelen 2.1 en 2.2, waarover onder 3.14 en 3.16 hiervoor, kan ik betrekkelijk kort zijn over de eerste in het subonderdeel vervatte klacht.
Vooreerst laten rov. 3.28 en 3.29 van de beschikking zich m.i. niet zo verstaan dat de OK haar daarin vervatte beslissing op de voet van art. 2:349a lid 2 BW om de aandelen van Exem in Esperaza over te dragen ten titel van beheer (mede) baseert op rov. 3.21 (waarin de OK oordeelt dat zich gegronde redenen voordoen om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Esperaza gezien de op 14 november 2017 genomen besluiten) en/of op rov. 3.22 (waarin de OK niet meer doet dan het weergeven van de stellingen van Sonangol en Esperaza). Ik verwijs naar de lezing van de beschikking onder 3.14 hiervoor. In zoverre gaat het subonderdeel dus uit van een onjuiste lezing van de beschikking en mist het daarmee feitelijke grondslag.
Voorts valt niet in te zien waarom de vaststellingen van de OK in rov. 3.24, waarop rov. 3.28 (mede) voortbouwt, zouden moeten zien op enig “handelen van Exem als aandeelhouder”, zoals het subonderdeel kennelijk veronderstelt, nu in het algemeen geldt dat dergelijk handelen niet steeds is vereist voor het kunnen treffen van een onmiddellijke voorziening op de voet van art. 2:349a lid 2 BW, zoals het overdragen van aandelen ten titel van beheer, en hier in het bijzonder relevant is, zoals reeds uiteengezet onder 3.16 hiervoor, dat de beslissing van de OK in rov. 3.28 en 3.29 om op de voet van art. 2:349a lid 2 BW de aandelen van Exem in Esperaza ten titel van beheer over te dragen niet ‘hangt’ op een handelen van Exem als aandeelhouder, maar in het bijzonder - naast de verstoorde verhoudingen tussen de aandeelhouders, Sonangol en Exem - op het feit dat “de hoedanigheid van Exem als aandeelhouder van Esperaza” in het licht van de gerezen strafrechtelijke verdenkingen en de lopende onderzoeken risico’s oplevert voor Esperaza en een normale bedrijfsvoering belemmert. [88] Gelet daarop valt niet in te zien waarom de door het subonderdeel bestreden beslissing van de OK in rov. 3.28 onbegrijpelijk zou zijn, omdat de vaststellingen in rov. 3.24 (waarop rov. 3.28 (mede) voortbouwt) niet, althans niet zonder meer, zien op enig “handelen van Exem als aandeelhouder”.
Tot slot behoefde, zoals eveneens uiteengezet onder 3.16 hiervoor, de enkele opmerking van Exem “dat deze voorziening disproportioneel is” geen nadere respons van de OK, gelet op rov. 3.28 en 3.29 van de beschikking (en gezien ook rov. 3.19-3.27, in het bijzonder rov. 3.22-3.27), en geldt hetzelfde voor de opmerking van Exem dat deze voorziening niet leidt tot een oplossing van de problemen waarmee Esperaza volgens Sonangol te kampen heeft, nu, naar reeds volgt uit genoemde overwegingen, in het bijzonder rov. 3.28 en 3.29 in verbinding met rov. 3.24 (en 3.25), en ook in de rede ligt, deze voorziening juist bijdraagt aan het, in het belang van Esperaza, effectief tegengaan van de door de OK gesignaleerde risico’s voor Esperaza en belemmering van een normale bedrijfsvoering door Esperaza die specifiek verbonden zijn aan onder meer het aandeelhouderschap van Exem, hetgeen (in termen van effectiviteit) reeds afdoende rechtvaardiging biedt, waarmee de OK die opmerking ook passeert. [89] Daarbij zij nog aangetekend dat genoemde opmerkingen van Exem waarnaar het subonderdeel verwijst niet meer omvatten dan een blote ontkenning dat het treffen van onmiddellijke voorzieningen - waaronder die overdracht ten titel van beheer van de aandelen van Exem in Esperaza - bij toewijzing niet leiden tot een oplossing voor de problemen waarmee Esperaza volgens Sonangol te kampen heeft, [90] zodat de OK - gelet ook op het verdere partijdebat [91] - aan deze stellingen voorbij kon gaan en in rov. 3.24 en 3.28-3.29 (in andere zin) kon oordelen, zoals zij doet. Daarbij zij verder nog aangetekend dat voor zover het subonderdeel hier veronderstelt dat de OK in rov. 3.28 oordeelt dat met de overdracht ten titel van beheer van de aandelen van Exem in Esperaza de gevolgen van de strafrechtelijke onderzoeken voor Esperaza (zoals de reputatie- en andersoortige problemen en de problemen met betrekking tot het vinden van een trustkantoor, het openen van een bankrekening of het vinden van een accountant) “worden opgelost”, het subonderdeel uitgaat van een onjuiste lezing van de beschikking en daarmee feitelijke grondslag mist. Gelet op dit een en ander valt evenmin in te zien waarom deze opmerkingen van Exem waarnaar het subonderdeel verwijst, zouden meebrengen dat de bestreden beslissing van de OK in rov. 3.28 onbegrijpelijk zou zijn.
Hierop strandt de eerste klacht in het subonderdeel. De tweede klacht in het subonderdeel strandt eveneens.
Anders dan deze tweede klacht veronderstelt, wordt, naar reeds volgt uit 3.14 en 3.16 hiervoor, de grondslag van de beslissing van de OK in rov. 3.28 en 3.29 om op de voet van art. 2:349a lid 2 BW de aandelen van Exem in Esperaza ten titel van beheer over te dragen, gelet ook op rov. 3.28 en 3.29 in verbinding met rov. 3.24 (en 3.25), evident niet (slechts) gevormd door de overweging van de OK in rov. 3.24, derde zin (dat de reputatie- en andersoortige problemen voor Esperaza zich al hebben gemanifesteerd in de terugtrekking van Centralis, die gevolgen heeft verbonden aan het feit dat, anders dan toegezegd, de splitsing van Esperaza geen doorgang heeft gevonden waardoor het uitgangspunt dat zij slechts voor Sonangol werkzaam zou zijn, geen doorgang kon vinden), en gaat de OK er daarbij evenzo evident evenmin van uit, in de woorden van het subonderdeel, dat deze overdracht “[er]toe leidt dat Esperaza (tijdelijk) slechts voor Sonangol werkzaam zou zijn en/of de
demergeralsnog doorgang vindt” noch dat “Centralis de dienstverlening zal hervatten als de
demergeralsnog tot stand komt”. In zoverre gaat het subonderdeel uit van een onjuiste lezing van de beschikking en mist het daarmee feitelijke grondslag. Daarin schuilt dan ook geen reden om het bestreden oordeel van de OK in rov. 3.28 als onbegrijpelijk aan te merken.
Voor zover het subonderdeel daarop voortbouwt met de daarin weergegeven stellingen van Exem onder (i) t/m (iv), geldt daarvoor hetzelfde. Voor zover het subonderdeel deze stellingen presenteert als opmaat naar de daarop volgende redenering, aan het slot van het subonderdeel, [92] geldt dat deze stellingen het bestreden oordeel van de OK in rov. 3.28 evenmin onbegrijpelijk maken, ook niet in verbinding met wat de OK volgens het subonderdeel in rov. 2.40 en 2.46 overweegt, omdat, anders dan het subonderdeel veronderstelt, de OK niet overweegt dat “(de achtergrond van) de opzegging van Centralis de aan [verzoeker 2] en Exem gerelateerde (strafrechtelijke)
compliance issueswaren”, dat “de overdracht ten titel van beheer daarvoor een oplossing kan bieden”, noch dat “indien die overdracht van de aandelen (ten titel van beheer) al eerder zou hebben plaatsgevonden Centralis de dienstverleningsovereenkomst niet zou hebben opgezegd dan wel thans nog bereid is de dienstverlening te hervatten na overdracht van de aandelen ten titel van beheer”. Ook hier gaat het subonderdeel dus uit van een onjuiste lezing van de beschikking en mist het daarmee feitelijke grondslag.
Ik wijs er nog op dat het subonderdeel verder dus niet (ook) bestrijdt hetgeen de OK blijkens rov. 3.28 en 3.29 in verbinding met rov. 3.24 (en 3.25) juist wel ten grondslag aan haar beslissing om op de voet van art. 2:349a lid 2 BW de aandelen van Exem in Esperaza ten titel van beheer over te dragen.
Hierop stuit het subonderdeel af.
governanceen dat de hoedanigheid van [verzoeker 2] als bestuurder in het licht van de gerezen strafrechtelijke verdenkingen en de lopende onderzoeken risico’s oplevert voor Esperaza en een normale bedrijfsvoering belemmert, er toe moet leiden dat (alleen) [verzoeker 2] als bestuurder B moet worden geschorst en niet kan worden volstaan met benoeming van een (neutrale) derde in het bestuur zonder schorsing van [verzoeker 2] . In dat verband acht het subonderdeel van belang dat Exem en/of [verzoeker 2] heeft c.q. hebben betoogd:
Executive Managertot december 2019 met succes en zonder klachten van Sonangol en in het belang van de vennootschap heeft vervuld; [98]
Ik stel voorop dat, anders dan het subonderdeel tot uitgangspunt neemt, de OK in rov. 3.25 of 3.28 van de beschikking niet overweegt dat “de verhouding tussen de bestuurders A en B van Esperaza dusdanig is verstoord dat de organen van Esperaza niet meer naar behoren kunnen functioneren”, maar in rov. 3.28 overweegt dat de verhouding tussen de aandeelhouders van Esperaza en tussen de bestuurders A en B van Esperaza dusdanig is verstoord dat de organen van Esperaza niet meer naar behoren kunnen functioneren. In zoverre gaat het subonderdeel uit van een onjuiste lezing van de beschikking en mist het daarmee feitelijke grondslag.
De eerste klacht in het subonderdeel komt erop neer dat in het licht van de daarin genoemde stellingen van Exem en/of [verzoeker 2] niet zonder meer valt in te zien waarom “de verstoorde verhouding tussen de bestuurders [betrokkene 1] en [betrokkene 2] enerzijds en [verzoeker 2] anderzijds voornamelijk aan [verzoeker 2] te wijten is” en het “daarom” voor de hand ligt om alleen hem (dus [verzoeker 2] ) te schorsen en niet te volstaan met de benoeming van een derde in het bestuur of ook de andere bestuurders te schorsen. Ook deze klacht ziet eraan voorbij wat de OK daadwerkelijk oordeelt in rov. 3.28 en 3.29 in verbinding met rov. 3.24 (en 3.25), wat niet is dat “de verstoorde verhouding tussen de bestuurders [betrokkene 1] en [betrokkene 2] enerzijds en [verzoeker 2] anderzijds voornamelijk aan [verzoeker 2] te wijten is“ en dat het “daarom” voor de hand ligt om alleen [verzoeker 2] te schorsen en niet te volstaan met de benoeming van een derde in het bestuur of ook de andere bestuurders te schorsen. Daarin schuilt dan ook geen reden om het bestreden oordeel van de OK in rov. 3.25 en 3.28 als onbegrijpelijk aan te merken. Bij haar oordeel in rov. 3.28 en 3.29 in verbinding met rov. 3.24 (en 3.25) dat zij niet volstaat met de benoeming van een derde in het bestuur, maar tevens schorsing van [verzoeker 2] als bestuurder en overdracht van de aandelen van Exem in Esperaza ten titel van beheer noodzakelijk acht, betrekt de OK immers kenbaar juist ook dat specifiek de hoedanigheid van [verzoeker 2] als bestuurder van Esperaza en de hoedanigheid van Exem als aandeelhouder van Esperaza in het licht van de gerezen strafrechtelijke verdenkingen en de lopende onderzoeken risico’s opleveren voor Esperaza en een normale bedrijfsvoering door Esperaza belemmeren, wat dus niet (ook) verband houdt met de hoedanigheid van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] als bestuurders van Esperaza (noch de hoedanigheid van Sonangol als aandeelhouder van Esperaza), en dat het tegengaan van die risico’s en belemmering realiter niet gaat zonder die schorsing van [verzoeker 2] als bestuurder van Esperaza en overdracht ten titel van beheer van de aandelen van Exem in Esperaza, waarmee, in combinatie met de benoeming van die derde in het bestuur (met een beslissende stem binnen het bestuur en zelfstandige vertegenwoordigingsbevoegdheid), volgens de OK voor nu (dus ten tijde van de beschikking) toereikende onmiddellijke voorzieningen op de voet van art. 2:349a lid 2 BW worden getroffen. Hieraan gaat de genoemde klacht ten onrechte voorbij.
De uitkomst wordt niet anders door de in het subonderdeel genoemde stellingen van Exem en/of [verzoeker 2] , die - behoudens de zevende stelling, waarover ook hierna - geen betrekking hebben op de gerezen strafrechtelijke verdenkingen en de lopende onderzoeken jegens onder anderen [verzoeker 2] en de problemen die dat oplevert voor Esperaza, noch door hetgeen het subonderdeel verder nog aanvoert. De opmerking dat “[d]it temeer geldt” [104] omdat, gelet op de vaststelling van de OK in rov. 3.25 dat [verzoeker 2] door Exem als bestuurder B is benoemd en de belangen van Exem niet steeds parallel lopen met die van Esperaza, door Sonangol bestuurders A zijn benoemd en ook de belangen van Sonangol niet steeds parallel lopen met die van Esperaza, bouwt voort op het daaraan voorafgaande, dat dus feitelijke grondslag mist, en ziet bovendien eraan voorbij dat de OK dit niet overweegt in rov. 3.24 (maar in rov. 3.25, wat ziet op de verhoudingen binnen het bestuur) én dat naar het oordeel van de OK, blijkens rov. 3.28 en 3.29 in verbinding met rov. 3.24 (en 3.25), juist die betrokkenheid van [verzoeker 2] (zijn hoedanigheid van bestuurder van Esperaza) en van Exem (haar hoedanigheid van aandeelhouder van Esperaza) voor Esperaza problemen opleveren vanwege de genoemde gerezen strafrechtelijke verdenkingen en lopende onderzoeken, niet (ook) die van [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en Songangol als bestuurders respectievelijk aandeelhouder van Esperaza. De enkele vervolgopmerking dat “[b]ovendien in het licht van die stellingen van Exem niet zonder meer [valt] in te zien dat de strafrechtelijke verdenkingen zonder meer reden zijn voor een belemmering van de bedrijfsvoering”, ziet eraan voorbij:
Hierop stuit het subonderdeel af.
governanceomdat de status van de
Governance Agreementonduidelijk is en de geldigheid van de (her)benoemingsbesluiten van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] wordt betwist, zo moet worden begrepen dat de door de OK in rov. 2.12 bedoelde contractuele
governancebinnen Esperaza [107] en/of het in rov. 2.12 bedoelde bestuursreglement buiten toepassing moet(en) worden gelaten. De OK heeft in dat geval miskend dat er rechtens geen grond bestaat voor het door haar buiten werking stellen van die contractuele
governanceen/of dat bestuursreglement. [108] In ieder geval heeft zij geen toereikend inzicht geboden in haar gedachtegang waarom de status van het
Governance Agreementonduidelijk is en de contractuele
governancein dit geval, kennelijk omdat deze volgens Sonangol niet rechtsgeldig zou zijn, buiten toepassing moet worden gelaten. Het subonderdeel laat daarop volgen in de tweede en derde alinea, weer vanuit de veronderstelling, kort gezegd, dat de OK beslist dat die contractuele
governanceen/of dat bestuursreglement buiten toepassing moet(en) worden gelaten:
valt niet zonder meer in te zien waaromondanks de lopende arbitrages ten aanzien van de rechtsgeldigheid van de SPA en de contractuele governance, en in het bijzonder het Governance Agreement,
de contractuele governance buiten toepassing zou moeten worden gelaten, kennelijk omdat deze volgens Sonangol niet rechtsgeldig is. De nakoming van de SPA en de contractuele governance en de rechtsgeldigheid van de SPA en het Governance Agreement zijn bovendien onderwerp van een arbitrage tussen de aandeelhouders, [111] betreffen een vermogensrechtelijk geschil en worden in arbitrage beslecht.
Niet valt dan ook zonder meer in te zien waarom de Ondernemingskamer, gelet op de twijfel die volgens haar ten aanzien van de rechtsgeldigheid van de contractuele governance bestaat, daarin zou kunnen en mogen ingrijpen. De enkele omstandigheid dat de contractuele governance, waaronder het Governance Agreement, mogelijk wel raakt aan het beleid en de gang van zaken van Esperaza zelf, maakt dat ook niet anders. Ook dat neemt immers niet weg dat sprake is van een vermogensrechtelijk geschil tussen de aandeelhouders dat in de arbitrage over de rechtgeldigheid van de contractuele governance, waaronder de rechtsgeldigheid van het Governance Agreement, wordt en moet worden beslist. De Ondernemingskamer heeft bovendien niet vastgesteld dat het naleven van de contractuele governance totdat in de arbitrage over de geldigheid daarvan is beslist in de weg staat aan het oplossen van de gerezen problemen door de door haar benoemde bestuurder, zoals ten aanzien van het niet kunnen openen van bankrekeningen of het sluiten van een dienstverleningsovereenkomst zoals die voorheen bestond met Centralis. Voorts bestaat gelet op de achtergrond van de contractuele governance, Exem was de strategische partner bij het identificeren van de investering in Galp, niet zonder meer reden deze terzijde te stellen. De verstoorde verhoudingen tussen de bestuurders en de jegens [verzoeker 2] gerezen verdenkingen maken die achtergrond immers niet anders en vormen ook niet zonder meer aanleiding die buiten beschouwing te laten.
In het verlengde van het vorenstaande heeft de Ondernemingskamer ook geen toereikend inzicht geboden in de beantwoording van de vraag waarom de door haar in rov. 2.12 bedoelde contractuele governance en/of het bestuursreglement, waarvan de geldigheid niet is betwist, buiten toepassing zouden moeten worden gelaten.
Er valt ook niet zonder meer in te zien waarom het buiten toepassing laten van de contractuele governance in verband met de beantwoording van de vraag of de herbenoeming geldig was, noodzakelijk is alvorens de door de Ondernemingskamer benoemde bestuurder zijn werkzaamheden binnen Esperaza kan aanvangen. Hij heeft immers een beslissende stem binnen het bestuur en dat geldt ongeacht de beantwoording van de vraag of de herbenoeming van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] rechtsgeldig is of niet.”
De eerste klacht van het subonderdeel veronderstelt dat de OK in rov. 3.28 van de beschikking (mede in het licht van haar beslissing in rov. 3.25 dat onduidelijkheid bestaat over de geldende
governance, omdat de status van de
Governance Agreementonduidelijk is en de geldigheid van de (her)benoemingsbesluiten van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] wordt betwist) beslist dat de door de OK in rov. 2.12 bedoelde contractuele
governancebinnen Esperaza en/of het in rov. 2.12 bedoelde bestuursreglement buiten toepassing moet(en) worden gelaten. Vanuit die veronderstelling klaagt het subonderdeel dat deze beslissing rechtens onjuist althans onbegrijpelijk is, in het bijzonder omdat de OK dan miskent dat er rechtens geen grond bestaat voor het door haar buiten werking stellen van die contractuele
governanceen/of dat bestuursreglement, althans in ieder geval geen toereikend inzicht biedt in haar gedachtegang “waarom de status van het Governance Agreement onduidelijk is en de contractuele governance in dit geval, kennelijk omdat deze volgens Sonangol niet rechtsgeldig zou zijn, buiten toepassing moet worden gelaten.”
Deze klacht loopt reeds erop vast dat het subonderdeel aldus uitgaat van een onjuiste lezing van de beschikking en daarmee feitelijke grondslag mist, nu de OK niet beslist, ook niet in rov. 3.28, dat de in rov. 2.12 bedoelde contractuele
governancebinnen Esperaza en/of het in rov. 2.12 bedoelde bestuursreglement buiten toepassing moet(en) worden gelaten. De enige beslissing van de OK die in rov. 3.28 te lezen valt over afwijking van
governance-bepalingen betreffende Esperaza in het kader van de getroffen onmiddellijke voorzieningen op de voet van art. 2:349a lid 2 BW, is de overweging dat de OK [verzoeker 2] zal schorsen als bestuurder B van Esperaza “en - voor zover nodig in afwijking van de statuten - in zijn plaats een nader aan te wijzen persoon tot bestuurder [zal] benoemen, met een beslissende stem binnen het bestuur en die als enige bevoegd is om de vennootschap zelfstandig te vertegenwoordigen”, wat ook strookt met het dictum van de beschikking [112] en hetgeen de OK trouwens ook zo kon doen [113] en, gegeven rov. 3.28 en 3.29 in verbinding met rov. 3.19-3.27 (met name rov. 3.24 en 3.25), geen nadere motivering behoefde. Met enige afwijking (ook) van die contractuele
governanceen/of dat bestuursreglement heeft dit niet van doen, [114] noch overigens met een wijziging van de statutaire
governancein verdergaande mate of anderszins dan in verband met die benoeming van die tijdelijk bestuurder.
Voor zover het vervolg van het subonderdeel in de tweede en derde alinea klachten bevat (zie mede de door mij gecursiveerde passages van die alinea’s), lopen deze evenzeer erop vast dat daaraan de onjuiste veronderstelling ten grondslag ligt dat de OK in rov. 3.28 (mede in het licht van haar beslissing in rov. 3.25 dat onduidelijkheid bestaat over de geldende
governance, omdat de status van de
Governance Agreementonduidelijk is en de geldigheid van de (her)benoemingsbesluiten van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] wordt betwist) beslist dat de door de OK in rov. 2.12 bedoelde contractuele
governancebinnen Esperaza en/of het in rov. 2.12 bedoelde bestuursreglement buiten toepassing moet(en) worden gelaten. [115] Van een beslissing van de OK ter zake die rechtens onjuist althans onbegrijpelijk zou zijn, zoals bedoeld in deze tweede en derde alinea van het subonderdeel, is reeds daarom geen sprake. Deze klachten, voor zover vervat in deze tweede en derde alinea, behoeven daarmee geen verdere behandeling.
Ook de klacht in de slotalinea van het subonderdeel strandt op een onjuiste lezing van de beschikking en daarmee gebrek aan feitelijke grondslag, omdat, anders dan het subonderdeel daar veronderstelt, de OK in rov. 3.28 dus niet tevens beslist dat de door haar in rov. 2.12 bedoelde statutaire
governance“in verdergaande mate of anderszins” moet worden gewijzigd dan in verband met de door haar te benoemen bestuurder met een beslissende stem binnen het bestuur die als enige bevoegd is om de vennootschap zelfstandig te vertegenwoordigen, waarover reeds hiervoor. Van een beslissing van de OK ter zake die rechtens onjuist althans onbegrijpelijk zou zijn, zoals bedoeld in deze slotalinea van het subonderdeel, is reeds daarom geen sprake. Deze klacht, vervat in deze slotalinea, behoeft daarmee geen verdere behandeling.
Hierop stuit het subonderdeel af.