Conclusie
Het eerste middel en de bespreking daarvan
1. Een proces-verbaal van aangifte, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 20 mei 2019 door [verbalisant 1] , hoofdagent van politie bij het Korps Politie Caribisch Nederland voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 1] , zakelijk weergegeven (pagina 1 e.v.):
AG], in de vluchtauto zat als bestuurder.
NJ1996/411, m.nt. Schalken. De omstandigheid dat de door de betrokkene in de hoofdzaak ingenomen (bijvoorbeeld zwijgzame) proceshouding consequenties kan hebben voor het door hem bij de behandeling van de ontnemingsvordering in te nemen standpunt, levert geen schending op van het ‘fair trial’-beginsel als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM of enig ander beginsel van behoorlijke procesorde. Dat is niet anders als de strafzaak en de ontnemingsvordering op dezelfde dag en door dezelfde rechters worden behandeld.
nadatonherroepelijk over de schuld van de betrokkene is beslist, is niet juist.
Slotsom