Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
3 oktober 2017.
Hoge Raad
Betrokkene stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 8 maart 2016, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen. De kern van het geschil betrof de vraag of de opbrengsten uit hennepteelt daadwerkelijk aan betrokkene waren toegekomen.
De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
Daarom wees de Hoge Raad het beroep af en bevestigde het arrest van het hof. Het arrest werd gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken in openbare terechtzitting op 3 oktober 2017.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt.